16 januari 2013

Steen op steen – Wiesław Myśliwski

Geluk is als water en iedereen heeft dorst

Recensie door Hilde van Vlaanderen

De Poolse schrijver Wiesław Myśliwski beschikt over een onvoorstelbaar talent tot associatief schrijven. Het knappe is dat hij een verhaal, een anekdote kan vertellen, daarover kan uitweiden, er een andere herinnering aan kan toevoegen, terug naar het verhaal komt en uiteindelijk weer eindigt bij de vertelling waar hij mee begonnen was. Als een permanente gedachtenstroom met diverse zijwegen zijn er hele fragmenten in deze roman waarbij je verrast wordt: Myśliwski komt steeds terug bij de rode draad van zijn verhaal. En zo uitvoerig als hij schrijft, zo wonderlijk kort zijn de titels van de hoofdstukken: Het kerkhof, De weg, Broers, De grond, Moeder, Huilen, Halleluja, Brood en De poort. Deze titels vormen eigenlijk de kortst denkbare samenvatting van het boek.

De rode draad is het bouwen van een graf. Szymus (Szymek) Pietruszka heeft twee jaar in het ziekenhuis gelegen na een ongeval.  In het ziekenhuis had hij tijd om te denken en heeft hij besloten om een graf te bouwen. Een graf, waarin zowel zijn ouders, zijn broers als hijzelf begraven kunnen worden. Hij heeft geld nodig voor dit graf, want degene die het het beste kan, wil eerst geld zien voor hij iets doet. Szymus besteedt de uitkering die hij voor zijn benen kreeg aan materiaal voor het graf. Hij moet geld lenen maar kan dit niet terugbetalen.

Al in het eerste hoofdstuk komen alle onderwerpen uit het boek aan de orde. Het verhaal van de grond rondom de boerderij, de grootvader die papieren met eigendomsrechten had begraven en niet meer wist waar. De vader van Szymus die bijna iedere dag gaat graven. Het gezin waar Szymus opgroeit, zijn oudere broer Michał en zijn twee jonger broers Antek en Stasiek. Vader, oprecht en streng katholiek, wilde wel dat Michał priester zou worden. Maar daar is geen geld voor en Michał verlaat het ouderlijk huis om het vak van kleermaker te leren. Hij belandt in een fabriek en komt vele jaren later thuis. Zwijgend en somber. Ontroerend is de scène in het laatste hoofdstuk waarin Szymus zijn verloren gewaande broer thuis in een tobbe doet, wast en scheert.

De vader is altijd aan het mopperen op Szymus, die in zijn jonge jaren weet wat kattenkwaad uithalen is en die overal de sterkste en de dapperste is. Hij krijgt veel slaag van zijn vader om zijn streken, zijn moeder neemt het altijd voor hem op en verzorgt de striemen die zijn vader hem bezorgd heeft.

Uiteindelijk blijkt Szymus zorgzamer en menslievender dan men gedacht had. In het begin van de jaren ’40 gaat hij aanvankelijk bij de partizanen om het volk te verdedigen. Hij helpt kameraden, maar weet ook te vluchten als zij met een groep naar het bos gebracht worden om terechtgesteld te worden. Hij raakt zeven keer gewond. Als hij weer thuiskomt gaat hij op de boerderij helpen, terwijl zijn vader dit eigenlijk verwachtte van een van de jongere broers. Het botert niet tussen vader en Szymus. Wanneer de communisten komen, wil de gemeente niet-kerkelijke huwelijken bevorderen en wordt Szymus daardoor min of meer toevallig, trouwambtenaar. Hij heeft maar weinig aanvragen, maar geniet wel van alle aandacht van de medewerksters in het gemeentehuis. Maar juist die ene, met wie hij zijn leven zou willen delen, ontwijkt hem en speelt een nogal wreed spelletje. Szymus zal nooit trouwen. Hij vindt af en toe troost in de armen van een wijze winkeljuffrouw. Maar als hij een paar trouwt, komt iedereen uit het gemeentehuis luisteren naar zijn mooie teksten. Hij heeft weinig maar weinig opleiding gehad, maar vertellen kan hij.

Zo vertelt Szymus in dit boek over zijn leven, zijn jeugd, zijn tijd bij de partizanen, zijn werk als kapper en als ambtenaar in het stadhuis, de vrouwen, de wodka, de natuur. En telkens dwaalt hij af en voegt hij er verhalen van anderen of over anderen aan toe. In een permanente gedachtenstroom, in een vloeiende cadans van woorden, gedachten en herinneringen. Gelardeerd met natuurlijke levensvragen. Op een keer trouwt hij Wojtek en Kryśka: ‘Ik vroeg iedereen naar binnen te komen, dan hadden Wojtek en Kryśka tenminste een massa vreemden op hun trouwen, nu zowel de ouders als enig ander lid van de familie niet waren komen opdagen. Ik mocht Wojtek trouwens wel, al was hij een stuk ouder dan ik, en Kryśka was volgens mij al in de zesde maand, want ze had een buik als een trommel, en ze schaamde zich ook een beetje voor die buik. Maar ik zei tegen haar: “je hoeft je nergens voor te schamen, Krysia, je hebt een mens in je binnenste, geen reptiel”. En ik hield een verhaal waarvan bijna iedereen moest huilen. … Hoewel ik helemaal niets droevigs had gezegd. Ik had gesproken over geluk. Dat je het geluk in jezelf moest zoeken en niet om je heen. Dat niemand het jou zou geven als jij het jezelf niet gaf….  Dat sommigen het in roem en in rijkdom probeerden te vinden, maar dat niet iedereen zich roem en geluk kon veroorloven, en dat geluk was als water en dat iedereen dorst had. Dat er soms meer in een enkel goed woord zat dan in een heel lang leven. …’

De filosofische overdenkingen zijn soms een alinea, soms maar één zin lang.

In 2009 verscheen van Mysliwski de roman Over het doppen van bonen. Aan de stijl van Mysliwski moet je wennen, maar eenmaal geraakt door zijn verhalen weet je dat je iets heel bijzonders leest. In Over het doppen van bonen spreekt de verteller tegen een denkbeeldige luisteraar. Steen op steen is meer een innerlijke monoloog. De stroom van gedachten en associaties zijn in beide boeken vergelijkbaar. Het zijn allebei prachtige romans.

Steen op steen is een boek, dat iets van de lezer vraagt. Geduld en tijd. Rustig lezen. Sommige verhalen laten bezinken. Teruggrijpen op het begin van een verhaal. En nadenken over de levensvragen, die de hoofdpersoon zichzelf stelt. Een rijk boek.

Wiesław Myśliwski schreef deze roman in 1984. In 2012 werd het in Nederlandse vertaling uitgegeven.

 

 

 

 

Steen op steen
Wiesław Myśliwski
Vertaling door: Karol Lesman
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021404141
440 pagina's
Prijs: € 24,95

Meer van Hilde van Vlaanderen:

3 december 2013

Lastige dilemma's

Over 'Paulina Buxareu' van Josep Maria de Sagarra
13 september 2013

Recensie door Hilde van Vlaanderen

Over 'Herinneringen aan Sonia Gaskell ' van Rudi van Dantzig
8 augustus 2013

Recensie door Hilde van Vlaanderen

Over 'Bijt me toch, bijt me! ' van Carl Friedman (samenstelling)

Recent

20 oktober 2017

Soepel een licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

16 januari 2013

Op zoek naar een onvoltooid verleden

Over 'De laatste hand ' van Wiesław Myśliwski
16 januari 2013

Door Machiel Jansen

Over 'Recensie: De bruid van Marcel Duchamp ' van Wiesław Myśliwski
16 januari 2013

Recensie door: Martin Lok

Over 'Het eigen gelijk van Roelf Bolt ' van Wiesław Myśliwski