Ik trok een rustig baantje in het zwembad toen twee dames op me toe kwamen zwemmen. Het was duidelijk dat ze niet van plan waren om ook maar een duimbreedte te wijken, dus perste ik me tegen de wand van het zwembad zodat ze voorbij konden zwemmen. Ondertussen vervloekte ik mezelf. Waarom was ik, opzij gegaan? Dat hadden zij toch ook kunnen doen? De vaardigheden om me te laten gelden ontbraken mij, ik moest toch eens leren assertief te zijn.

Niet veel later was ik op een boekenmarkt waar ik tegelijk met een dame de hand uitstaken naar hetzelfde boek. Ik was een fractie van een seconde eerder. Mijn goede voornemens betreffende  assertiviteit indachtig zei ik vriendelijk maar beslist dat ik het boek het eerst had gezien en het dus van mij was. Waarop de dame de tranen in de ogen sprongen terwijl ze zei dat ik daarom toch niet zo onaardig hoefde te doen? Ik was onaangenaam verrast. Net die éne keer dat ik mijn zelfrespect wil opkrikken, tref ik iemand die evenmin als ik geschikt is om het op te nemen tegen de rest van de wereld. Een grimmig gedicht van Hans Dorresteijn schoot me te binnen, het leek waarachtig wel voor mij geschreven.

 Hoe het niet moet

‘Het voordeel van over je heen laten lopen is
dat je met niemand problemen hebt.
Toen ik besloot mij niet meer in een hoekje
te laten drukken, kreeg ik prompt onenigheid
met vrouwen, vrienden, elektriciens, kleine
kinderen en huisdieren. 

(…)

Soms verlang ik waarachtig terug naar vroeger.
Er was vrede. De gesprekken verliepen gemoedelijk.
Het ging van: ‘Tsjee, wat loopt het hier lekker
zacht. Is dit soms een Perzisch tapijt?’
‘Nee, geen Perzisch tapijt, vriend. ik ben het.’
‘Goh, je zou toch zweren dat je over een Perzisch
tapijt liep, zo zacht is het, heb je bezwaar
als ik er even bovenop kom liggen? Met jouw vrouw?’
‘Wie ben ik dat ik bezwaar zou maken. Condooms
vind je in de linker la van het buffet.

Alles beter dan ruzie.’

Er zat niets anders op dan knarsetandend te erkennen dat ik niet meer veranderen zou. Stamelend heb ik mijn excuses aangeboden, gezegd dat ik niet wist wat er over me gekomen was en dat ik normaal niet zo deed, wat helemaal klopte. Het boek heb ik wel gehouden.

 


Hettie Marzak is poëzierecensente bij Literair Nederland en een groot lezer.