De meeste sporen die we achterlaten vergeten we. De weg die je ging, wie je ontmoette, de liefde. Er geen actieve herinnering aan hebben (hier begrijp ik opeens Rutte beter), omdat je gaande was, anders was. Dat iemand niet actief in je geheugen zit, heet vergeten. Tot er iets gebeurt waardoor je toegang krijgt tot zo’n vergeten episode. Het overkomt Erik Lindner in 51 manieren om de liefde uit te stellen als hij op de aftiteling van een film een naam herkent.  ‘…en dan lees ik de naam Karmele Soler. Ze bestaat, hier is het bewijs dat ze werkelijk is, dat het geen verzinsel is.’
Het is 1996 als hij dit na afloop van de film
Tierra in een filmzaaltje in Amsterdam ziet. Het staat ergens midden in het boek, maar voelt als het beginpunt van de exercitie die Lindner aanging. Karmele is het beginpunt van dit verhaal. Daarna kijkt hij alle films waaraan zij meewerkte, leiden alle wegen naar Karmele. 

Zo’n tien jaar daarvoor, jaren tachtig, was hij in San Sebastián om een stuk te schrijven voor een tijdschrift. Toen ontmoette hij de Baskische jonge vrouw Karmele Soler, een make-up specialist voor films, voor het eerst. Ze werden elkaars minnaars voor een week, toen moest hij terug naar Nederland. In de jaren daarna gaat hij nog eens terug met een boek, in de hoop haar te zien. Hij geeft het af bij het huis van haar vader, geen spoor van Karmele. 

In de films waaraan zij meewerkte, speurt hij naar een teken van haar werk, het schminken. Het heeft iets romantisch (niet te verwarren met geluk). Als Lindner de film Palmeras en la nieve ziet waarvoor zij ook de schmink deed, schrijft hij. ‘Ze heeft haar sporen, haar handtekening achtergelaten op lichamen die op het scherm voor me op het veldbed liggen.’ Met deze beelden krast hij groeven in zijn ziel. Het verhaal intrigeert, de vrouw die hem bezighoudt, die hij zoekt en weer kwijtraakt, benadert en weer afstoot. Wat voor vrouw is dit? En wat voor man? 

Ik moet dringend op zoek naar de dvd Hable con ella, gekocht in 2003 in Lissabon. Dit was wat we in die jaren met onze vrije dagen deden, met de Citroën Dyane vanuit Seia naar het driehonderd kilometer verderop gelegen Lissabon rijden. Een pension namen, boekwinkels bezochten, naar de FNAC om muziek, films te halen. In Hable con ella, (Pedro Almodóvar) heeft Geraldine Chaplin, de enige naam die ik kende, een bijrol, en van zanger Caetano Veloso, die er zichzelf in speelt. Ik vind hem in een doos op zolder, en zie, helemaal links onderaan in zeer kleine letters staat, ‘Maquillaje: Karmele Soler’. Daar is ze, vanuit het boek op de dvd in mijn hand, Hable con ella.

Dit verhaal, de verhalen in de zijwegen die Lindner inslaat, ik ben er niet zomaar klaar mee. Het is een ontwikkelingsverhaal, een liefdesverhaal, een mentale ‘tour de force’, voor alles een rijk boek waarin alles de moeite waard lijkt. Er komen stukken in voor van de schrijver als jongen in Scheveningen waar hij opgroeide, over zijn werk als redacteur van een tijdschrift (denk Terras). En dan die films! Door alles heen ontstaan de lijnen van een plattegrond, wordt een mensenleven zichtbaar.

‘Maar zie haar wegen krullen op de kaart.
 Mijn leven dwaalt zo sierlijk: elke omweg
 lijkt de moeite waard.’ 

 

Citaat uit het gedicht ‘Reisdoel’ van Marjoleine de Vos, uit: Hoe verschillig.


Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft columns met het raam open.

Meer van Inge Meijer: