13 januari 2009

Spannende strijd om de Publieksprijs der Brabantse Letteren

Marie-José van der Linden aan kop

De strijd om de Publieksprijs der Brabantse Letteren is in volle gang. Bijna 1300 mensen stemden al op een van de Brabantse schrijvers op de kandidatenlijst. Aan kop gaat Marie-José van der Linden met het ZonDagboek, maar zij wordt op korte afstand gevolgd door Jeanine Hoedemakers, Rinie Maas, Rien Broere en Hulya Cigdem.

De verschillen aan de top van de ranglijst zijn zeer klein, waardoor ook anderen zeker nog kans maken. Myra van der Wal, Roel Smits, Tania Heimans, Pith Schure en Beitske Bouwman staan met enkele stemmen minder vlak achter de koplopers, dus alles is nog mogelijk.

Wie zijn favoriete Brabantse auteur nog een steuntje in de rug wil geven kan dat doen tot 1 maart aanstaande. Stemmen voor de Publieksprijs kan via de website www.libralink.nl. Naast het stemformulier is daar ook de complete lijst met kandidaten te vinden.

De winnaar van de Publieksprijs ontvangt een cheque t.w.v. € 1.000,- en wordt bekendgemaakt op 15 maart 2009, in het Chassé Theater in Breda. Naast de Publieksprijs worden dan ook twee juryprijzen uitgereikt: de Schrijversprijs, t.w.v. € 5.000,- en de Wentelprijs, t.w.v. € 2.500,-. De jury bestaat uit Vondelbiograaf Piet Calis, schrijver Stijn van der Loo en kunstredacteur van het Brabants Dagblad Mieske van Eck.

Boeken die in aanmerking komen voor de Prijzen der Brabantse Letteren zijn geschreven door een auteur die geboren of woonachtig is in de provincie Noord-Brabant en die in 2007/2008 een zelfstandig literair werk uitbracht bij een uitgeverij.

De Prijzen der Brabantse Letteren worden georganiseerd door LiBra, het Literair Informatiepunt Brabant. Meer informatie is te vinden op de website www.libralink.nl.

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer