Spaarzaam met woorden – In memoriam Hans Sleutelaar 1935-2020

Door André van Dijk

‘De weinige gedichten die ik heb geschreven, zijn zonder uitzondering bij ingeving ontstaan. Blijft de inspiratie weg, dan doe ik er het zwijgen toe.’

De spaarzame woorden die dichter, schrijver, journalist en redacteur Hans Sleutelaar aan zijn dichtkunst heeft gewijd staan in gelijke verhouding tot de omvang van zijn oeuvre. Het is een bescheiden handvol van zo’n vijftig gedichten uitgesmeerd over drie bundeltjes die de nalatenschap van de toch vooral als dichter bekendstaande Rotterdammer vormen. De poëzie die niet is geschreven nam hij mee in het graf: ‘Talloos zijn de dichters zonder oeuvre – altijd en overal weten mensen de omstandigheden het hoofd te bieden door zich er in stilte, woordeloos, boven te plaatsen.’


Katalysator van andermans werk

Hans Sleutelaar heeft zich in zijn 84-jarige leven vooral ingezet als katalysator van andermans werk. Meer nog dan zelf de pen ter hand te nemen, wist hij anderen te inspireren en tot grote hoogte te doen stijgen. Zonder Sleutelaar geen C.B. Vaandrager, zo luidt de algemene veronderstelling als het gaat over de kwaliteiten van die andere Rotterdamse literator. In de Bende van Vier – de zogenoemde ‘Zestigers’ bestaande uit Armando, Hans Verhagen, C.B. Vaandrager en Hans Sleutelaar – was Vaan een potentieel schrijftalent dat aanvankelijk stevig begeleid diende te worden. Sleutelaar zorgde voor kritisch commentaar en voldoende zelfvertrouwen om Vaandrager uit te laten groeien tot het ongeleide poëzieprojectiel dat hij geworden is.

Het ontluikende schrijftalent van Jan Cremer is mede door Sleutelaars inzet als ‘aanjager en polemist’ tot grote bloei gekomen. Op foto’s zien we ze samen, wereldveroveraars in New York: de jeugdige Cremer met een dan al zelfverzekerde blik, half erachter een wat schuchtere Sleutelaar. Hij oogt als een gedistingeerde reisleider die zorgt dat alles tot in de puntjes is verzorgd. Ook het bijzondere prozawerk van podiumdichter Johnny ‘The Selfkicker’ van Doorn is aan het licht gekomen door de redactionele en ‘doordouwende’ kwaliteiten van Sleutelaar.


De totale poëzie

Maar er wordt zelf ook gedicht. In de geest van zijn reguliere werk als copywriter bij een reclamebureau komt Sleutelaar in 1966 met mischien wel het bekendste gedicht uit zijn schrijvende leven. Het inmiddels tot De Nieuwe Stijl omgedoopte lijfblad van de Zestigers opent met de legendarische regel:

‘Wollt ihr die totale Poesie?’

Twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog, na Joseph Goebbels’ toespraak waarin hij de menigte opzweepte met: ‘Wolt ihr den totalen Krieg?’, schrijft de dichter geschiedenis met slechts vijf woorden. De bravoure die eruit spreekt roept de meeste verontwaardiging op. Wat is die ‘totale Poesie’ voor Sleutelaar? Hij geeft hiermee een visitekaartje af: de totale poëzie is het leven, de wereld om ons heen. Als je de totale poëzie wil ondergaan, moet je de werkelijkheid leren zien en niet op zoek gaan in dichtbundels. Het lijkt tegelijkertijd een verklaring voor zijn eigen spaarzame poëzieproductie.

In zijn tweede bundel, Vermiste stad (2004), heeft Sleutelaar een verzameling Rotterdamse kwatrijnen gecomponeerd die precies de ‘hoekige eenvoud’ van zijn poëzie weergeven. Ritmisch, uitgekleed, geen woord te veel:

Herinnering

‘Rotterdam is een godverlaten kade
 Onder koud lamplicht, zwavelgeel,
 En een zwarte, maandoorvlaagde wade
 Omspant het onuitsprekelijk geheel.’

Rotterdam revisited

‘Wolken drijven boven palingkleurig water
 Het licht blinkt net als toen, maar later
 De Hef waakt stil over dit verbeten leven
 Ik keer me, duizelend, om. En huiver even.’


Journalistieke werk

In de jaren zestig wordt Sleutelaar redacteur bij het toenmalige weekblad Haagse Post en weet hij zijn schrijfervaring uit de reclamewereld naadloos toe te passen in de journalistiek. Vooral het diepteinterview met aansprekende personages is voor hem een speeltuin waarin hij zijn vragen zoveel mogelijk wegstopt om de geïnterviewde vrijuit aan het woord te laten. En naderhand al het overbodige uit de tekst te schrappen. 

Die werkwijze wordt door Sleutelaar ook ingezet voor De SS’ers (1967). Samen met Armando worden acht Nederlandse SS’ers bevraagd over hun drijfveren, hun ervaringen en hun herinneringen aan de tijd in Duitse dienst. Een ontluisterend boek is het resultaat: de volop meewerkende ex-soldaten laten in doorlopende fragmenten het achterste van de tong zien. Er is een bescheiden schuldbewustzijn, maar vooral een vaste overtuiging dat het allemaal gerechtvaardigd was. Nationaalsocialisme, antiseminisme, alle gruwelijkheden komen aan bod en worden uitvoerig onder woorden gebracht. Bij verschijning werd De SS’ers aangemerkt als ‘een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid’. Sleutelaar en Armando schreven in het voorwoord dat ook ex-SS’ers moesten worden gezien als historische getuigen, evenals de vele verzetsmensen die in publicaties aan het woord werden gelaten.

Hans Sleutelaar – man van vele literaire kwaliteiten en opvallend weinig woorden – zal de geschiedenis ingaan als schrijvende aanjager. Een echte verbinder die de verdeeldheid tussen mensen te lijf ging met een scherpe pen en een bescheiden levenshouding. Zijn devies: eenvoud, bondigheid en algemene geldigheid: 

‘Eén ding heb ik tenminste in de gaten gekregen: dat je door een daad van dichterlijke willekeur kunt ontsnappen aan de alledaagse bekrompenheid van het leven.’ 

 

(Met dank aan: Sleutelaar worden – herinneringen van en aan een zwijgende dichter. Studio Kers, Rotterdam, 2016)

Foto: Achterflap Sleutelaar worden

 

Recent

4 augustus 2020

In het schaduwland

Literair Nederland - 10 jaar geleden

09 augustus 2010

Recensie door: Marjolein Paalvast
Recensie door Marjolein Paalvast

Het verleden wordt door mensenhanden gemaakt. Het is een sociale reconstructie, gebaseerd op gebeurtenissen die we belangrijk genoeg vinden om te onthouden. De Tweede Wereldoorlog is zo’n gebeurtenis. Over deze ontluisterende periode uit de westerse geschiedenis zijn al ontelbare verhalen geschreven, herinneringen genoteerd. Een hemel zonder vogels, waarin Esther Göbel het levensverhaal van de joodse Janny Moffie-Bolle uit Amsterdam optekent, vormt op dit corpus van verhalen een waardevolle aanvulling die je ? opnieuw ? met kippenvel en een gevoel van verbijstering achterlaat.

Lees meer