Slapeloze nachten

Het is een beetje een treurig huis waar August Brill is ingetrokken na een zwaar verkeersongeluk. Zijn dochter heeft hem dan wel naar haar toe gehaald, maar meer om haar eigen eenzaamheid te verdrijven. August vrouw is overleden, de man van zijn dochter Miriam is al vijf jaar weg en de voormalige vriend Titus van zijn kleindochter Katya is dood. Geen wonder dat August niet in slaap kan komen. In plaats daarvan bedenkt de oud-criticus, hoofdpersoon van Man in het duister verhalen.
En de liefhebber van Paul Auster, waartoe ik mezelf reken, zal het niet verbazen dat er daarna een verhaal in een verhaal begint, waarin een het personage Owen Brick in een parallel Amerika is terechtgekomen waar geen 9/11 heeft plaatsgevonden, maar waar wel een burgeroorlog woedt en om een eind aan de verschrikkingen te maken moet Owen de bedenker van die fictieve wereld doden. August Brill dus.
Dat heeft Auster wel vaker gedaan: personages die de macht overnemen van de schrijver. Zijn laatste roman Op reis in het scriptorium is er een voorbeeld van. Het lijkt dus een beetje op een herhalingsoefening waarin Auster voor de zoveelste keer met fictie en werkelijkheid aan het spelen is.
Maar dan weet Auster je toch weer te verrassen. Geen postmoderne spelletjes deze keer. De werkelijkheid komt hard binnen als August Brill in de nacht met zijn even slapeloze kleindochter praat over zijn overleden geliefde. En je krijgt echt een vuistslag als je weet hoe Titus, gedumpt door Katya, is omgekomen in Irak. En dan krijg je het als lezer wat kouder omdat je weet dat al die verhalen, al die fictie in films en romans, niet bestand zijn tegen de werkelijkheid waarin mensen doodgaan op de meest gruwelijke wijze. Man in het duister is opgedragen aan de schrijver David Grossman, die zijn zoon, die soldaat was, verloor. Daar zou geen loflied op de fictie achter passen. Een prachtige roman.

Coen Peppelenbos

PAUL AUSTER: Man in het duister. Vertaling Ton Heuvelmans. Arbeiderspers, Amsterdam, 196 blz, €19,95

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

17 november 2009

Zoektocht naar zijn verleden levert charmant boek op

Recensie door Rein Swart

De intrigerende roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald uit 2003 begint met een bezoek van de ik-figuur, een alter ego van de schrijver, aan de Zoo in Antwerpen in de tweede helft van de jaren zestig. De uilen die hij daar ziet doen hem denken aan de vorsende blikken ‘zoals je die wel aantreft bij bepaalde schilders en filosofen, die door middel van de zuivere waarneming en het zuivere denken trachten door te dringen in de duisternis die ons omringt.’ Daarna ontmoet hij, heel en passant, de mysterieuze Austerlitz in de wachtkamer van het station, die zeer geïnteresseerd blijkt te zijn in de architecturale waarde van het gebouw.

Lees meer