Het kan wel eens gebeuren dat de communicatie stagneert. Of dat een gesprek zo vastloopt dat, ware het een schaakpartij geweest, het eindigt in een patstelling. Wat wil zeggen dat je pionnen, lopers, paarden, en andere stukken in beweging brengt in de overtuiging je punt te maken, maar dat uiteindelijk niemand wint. En daar zit je dan. Wás het een schaakspel geweest dan zou je zeggen: ‘Kom, laten we nog een spelletje spelen’. Maar het was geen schaakpartij. Het was een conversatie tussen man en vrouw. Op de bank met een wijntje,  kind noch kraai in de buurt. Tijd voor een goed gesprek, dacht de vrouw. Maar voor ze het wist ging het over de twee lampen boven de tafel.

Van waar ze zaten, hadden ze goed zicht op de lampen. De vrouw zei: ‘die linkse lamp hangt scheef en ik krijg hem niet recht.’ De man die voor de lampen eigenhandig een gat in het plafond had geboord waaraan hij enig ontzag ontleedde omdat het iets was wat de vrouw (goddank) niet kon, zei, als schoof hij een pion één stap voorwaarts: ‘Oh’. Waarop de vrouw haar paard in stelling bracht en erop los galoppeerde door te zeggen dat het een rommelig zooitje was. Dat hij de lamp gewoon aan het snoer had moeten ophangen zodat het loodrecht naar beneden hing. Nu had hij naast het snoer een staaldraad aan de lamp bevestigd en daar de lamp mee aan het plafond gehangen. De staaldraad was loodrecht maar het snoer lubberde er zo’n beetje langsheen. Diagonaal bewoog de loper over het veld en de man zei: ‘Ik vind het mooi zo’. Toen sleepte de vrouw een toren naar voren, recht en hompig: ‘Maar dat kun je niet mooi vinden. Het is lelijk.’ Een pion rustig een stap vooruitplaatsend, zei de man: ‘Vind ik niet.’

De vrouw fixeerde haar blik op een boek dat voor hen op tafel lag. Op de cover  van In ogenschouw, Essays over kunst, van Julian Barnes zaten eveneens een man en een vrouw op een bank. Verwikkeld in een amoureuze omstrengeling. ‘Kunst is een sensatie’ zegt Barnes. De man op de bank naast de vrouw die in een doodlopende conversatie was verwikkeld, was kunstenaar. Dat zag je zo. Hij droeg een versleten werkmansjasje, handen gewend om tubes verf uit te knijpen, penselen en spatels aan het werk te zetten.

De vrouw draaide de wijn rond in haar glas, verstevigde haar greep in een lust het door de ruimte te laten suizen. Uit de radio klonk De Matheuspassion van Bach, het Judasgezang: Stehet auf, lasset uns gehen; siehe, er ist da, der mich verrät. Op het moment dat Judas, Jezus zou kussen, zou een licht klingelen van brekend glas weerklinken. De vrouw zag hoe de rode wijn langs de muur droop. Toen nam ze een slok en zei: ‘Dit weekend is het Pasen.’

 


Inge Meijer is een pseudoniem, ze reist met korting en leest elke dag.

 

Meer van Inge Meijer: