5 juni 2017

Sensatie van verlies

Door Adri Altink

De Eritreese jongeman die ik regelmatig spreek, was erg bedroefd. Hij was bezig geweest zijn vrouw en kind te laten overkomen. Dat was mislukt. Ik probeerde uit hem te krijgen waarom, maar het werd een onduidelijk verhaal. Zijn verzoek was door Nederland niet afgewezen, meende ik te begrijpen. Maar de werkelijke reden wilde of kon hij me niet vertellen. Wil zijn vrouw niet meer naar hem? Staat ze misschien onder druk van de Eritreese dictatuur? Kan hij haar overkomst niet betalen?

Hij is iemand die niet snel vertrouwen schenkt, maar volgens mij is dat het probleem niet tussen ons. Toch durf ik die vragen niet te stellen. Ik cirkel erom heen, maar voel dat er compartimenten hermetisch gesloten blijven. Hij is bijvoorbeeld altijd erg terughoudend over de reden van zijn vlucht. Ik heb in de loop van de gesprekken slechts een vermoeden gekregen: hij had een tuinderij, die hij moest opgeven omdat hij gedwongen werd voorgoed in militaire dienst te gaan voor een regiem waar hij tegen is.
Zonder dat ik er op aan stuur komt het gesprek op zijn groentekwekerij. Hij ontdooit. We dwalen van zijn bedrijf naar de groenten die hij verbouwde, naar de markten waar hij ze verkocht en naar de verwerking in gerechten. Hij vertelt steeds enthousiaster, vooral als we plaatsnamen, markten en groenten en fruit via Google laten illustreren. Hij vergeet bijna dat hij matig Nederlands spreekt en bloeit op. Even. Maar als we uiteen gaan, zakt zijn hoofd weer. Hij zwaait losjes als hij de deur uitgaat. Een dag of wat later zie ik hem opnieuw. De grauwsluier is terug.

Ik moest aan dit voorval terugdenken toen ik de afgelopen dagen Exit West las van Mosin Hamid. Het is een ontroerende, poëtische roman over een verliefd stel dat hun (niet nader genoemde) land in het Midden-Oosten ontvlucht voor oorlogsgeweld. Wat me er zo aan boeide was naast de gevoelvolle, bijna tedere, beschrijving van de relatie tussen Saïd en Nadia (namen die mij onbedoeld steeds aan Saïdja en Adinda van Multatuli doen denken) en de verteltrant van Hamid. Hij schrijft vanuit de gedachtewereld van de hoofdpersonen. Maar vooral: hij heeft het niet over gruwelijkheden (op één geval na) maar over sensaties van verlies, ontheemd zijn maar ook nooit los komen van je wortels, het zoeken naar houvast in een (nieuwe) identiteit. Bijzonder mooi is ook zijn metafoor om migratie voor te stellen als het openen van deuren die je in andere werelden brengen. Het zijn niet alleen vluchtdeuren; ze worden ook in omgekeerde richting gebruikt. Op die manier weeft Hamid een web van migratie als gevolg van de globalisering. Uiteindelijk blijken we allemaal migranten, van cultuur naar cultuur, én in de tijd, in fasen van ons leven.

Maar het verleden blijft ons volgen. En dat is urgenter voor degene die gedwongen vertrok. Zijn familiebanden, de gehechtheid aan het moederland. Onuitwisbaar. Een pijn om verloren geliefden, verloren land en een verloren droom. Levenslange pijn. Zoals  van de jonge Eritreeër die ik ontmoet.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer