5 februari 2009

Seizoenen van zinnen door Frans de Birk en Jet van Swieten

Bundels gedichten gemaakt door twee dichters zijn zelden een succes. Ze doen veelal gekunsteld aan, immers een gedicht is de allerindividueelste uiting van een dichter en kan maar zelden gedeeld worden met diezelfde uitingen van een andere poëet.

Frans de Birk (1961) is een dichter uit Nieuwegein, die een groot aantal fraaie verzen op zijn naam heeft staan. Bundels als Herberg van dode schepen en Penseelstreken van de tijd bleven ten onrechte redelijk onopgemerkt maar in de tussentijd trad De Birk op met zijn groep JAFT, waarmee hij zijn gedichten op taal zette en ze door musici liet begeleiden. Dit leverde een mooie symbiose tussen het gesproken woord en de vloeiende melodie op. In Het weer spreekt (blz.21) vloeien de woorden uit zijn pen en heet het: Ik ben wat u niet kunt vermijden/Ik ben vier jaargetijden/en geef u kilte, zwoelte, hitte, totdat ik weer verdwijn (…) Geen opsmuk of gebral maar simpele taal in poeticis gevangen. Of zoals in het gedicht Gedane zaken: Een ansichtkaart lijkt nu wat achterhaald./Momenten slechts, door tijd vertaald. (…) Het lijkt of we deze woorden eerder hoorden, maar schijn bedriegt hier is een uiterst vaardige dichter aan het woord. In het vers Niets speciaals klinken weer van deze woorden: Hoe omschrijf je omsingeling/van een persoon door een persoon/waarbij niets speciaal lijkt,/ maar alles zo gewoon? De wisseling van seizoenen en daarmee de wisseling van ons gemoed is een thema, dat wat afgekloven aandoet, maar in de herfst worden zaken aangekondigd en dat is niet iets om uit de weg te gaan vindt ook De Birk : Het is herfst nu./Het bos praat in verval./Wanneer je heel goed luistert,/hoor je de vallende bladeren al(.)

Jet van Swieten (1957) tekende voor de andere gedichten en voor de fraaie verbindende foto’s tussen de gedichten. Zij is journaliste en tekstschrijfster. Haar gedichten doen in eerste instantie veel afstandelijker aan dan de gevoelsverzen van De Birk maar ze is minstens zo vaardig met beelden: Cyclus/Stuurloos steeds de schommel/kaatst terug heen en weer/staat loom de zon, de spiegel/hooghartig beeld in mei(…). En haar gedicht Herfst sluit opeens wonderwel aan bij bovengenoemde zinnen van De Birk in zijn gedicht over de seizoenen : Nog komen woorden uit jouw mond/stroomt orde weg in chaos/rimpels op de tocht gestreken/klare zinnen komen morgen. De dichteres gebruikt de herfst als metafoor voor wanorde waaruit orde geboren kan worden. Bij De Birk is het de aankondiging van verval, onzichtbaar maar onherroepelijk, de bladeren zullen vallen! De takken zullen kraken! Bij Van Swieten is het de introspectie, die chaos oproept en omgekeerd is het chaos die dwingt tot introspectie, kortom er ontstaat een cyclus. Van Swieten schuwt de grote beelden niet zoals in het sterke vers Geen tijd: Zet hier een dranger op de dagen,/want ach zij vallen toe aan tijd./ Zinnen, die doen denken aan de helaas gestorven dichter W.J.van der Molen. Plechtig bijna, maar toch ook weer gewoon. En zo vullen de twee elkaar aan. Bij De Birk het gevoel, bij Van Swieten de ratio en de grote beelden. Kunnen zij zonder elkaar?

We reizen mee met Van Swieten naar de Provence: Diepe stilte is er/ongebruikelijke traagheid (…) Heerlijk dat vakantiegevoel. En ook De Birk is lyrisch over deze landstreek: De dorpjes knikken ons vriendelijk goedendag,/terwijl de platanen ons wenken naar schaduw (…)

De Birk biecht ons op in zijn gedicht voor Slauerhoff: Alleen in mijn gedichten ben ik anarchist(…) waar Van Swieten zich in haar Liefdesbrief afvraagt: Bestaan er woorden/ die de liefde groots omarmen/ warm gehoorde schroom/ taal naar uitgesproken/ niet uit te spreken taal?(…)

Een geslaagde poging om elkaar te bereiken en aan te vullen via het vers. De achterkant van de bundel wordt helaas ontsierd door soms nietszeggende zinnen: “Hun poëzie is een zoektocht in de taal.” Daarmee wordt weinig tot niets gezegd. Liever lees ik nog maar eens een aantal van de fraaie verzen, die deze boeiende bundel rijk is.

Karel Wasch

(Seizoenen van zinnen, Uitg. Kien, Nieuwegein, blz.48, ISBN 90-811142-1-2)

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant