Science en fiction

Ilja Leonard Pfeijffer beweert in Is geschiedenis fictie? – de Homeruslezing 2024 van het Nederlands Klassiek Verbond – dat fictie de potentie heeft om de waarheid dichter te naderen dan consciëntieus bronnenonderzoek ooit zal vermogen. Door empathie zit de romanschrijver zo dicht op de huid van zijn historisch personage, dat hij als het ware het medium van diens ware persoonlijkheid wordt. Empathie is de ichor, de etherische vloeistof die de goden en de onsterfelijken door d’aadren stroomt. Dat lijkt nogal een bewering. Volgens mij gaat Pfeijffer niet ver genoeg. Pfeijffer doet alsof een biograaf zich strikt aan de historische bronnen houdt en daardoor niet dicht genoeg bij de historische persoon kan komen en niet in staat is die persoon in al zijn facetten te begrijpen. Dat is een enorme versimpeling. In zijn lezing vertelt Pfeijffer dat hij twintig jaar geleden het plan opvatte een roman over Alkibiades te schrijven. Hij achtte Alkibiades als persoon zo fascinerend en kleurrijk dat hij het een historische roman waard vond. Het begon dus met fascinatie.

In 2023 realiseerde hij dit plan. Hij bestudeerde alle mogelijke bronnen en was veertien maanden under the spell van zijn Griekse held. Door zijn empathie en maximalistische interpretatie, dat wil zeggen dat Pfeijffer ervan uitgaat dat er samenhang bestaat in de daden van Alkibiades en dat hij geen opportunist is, kwam hij dichterbij zijn held dan ooit mogelijk zou zijn geweest voor een ordinaire biograaf. Ook een biograaf begint met fascinatie voor zijn object. Daarna onderzoekt hij alle bestaande bronnen, zoekt naar nieuwe bronnen en maakt daaruit zijn keuze. Die keuze is zeer persoonlijk en het resultaat van intensieve omgang met het onderwerp. Denk aan een worm die grond tot zich neemt en de voedzame delen gebruikt om te groeien, de rest uitscheidt. Zo gebruikt de biograaf de bronnen waarvan de voor hem belangrijke onderdelen de basis vormen van zijn verhaal. Nadruk ligt op ‘voor hem belangrijke’, want de biograaf doet aan selectie en bronnenkritiek. Dat proces van wikken en wegen van bronnen is een langdurig proces. Van een worm wordt gezegd dat hij de grond meerdere malen door zich heen laat gaan; evenzo geldt dat voor een biograaf met betrekking tot zijn bronnen. 

Uiteindelijk bepaalt de persoonlijke fascinatie welke rangschikking de biograaf maakt. Een verklaring van een onbetrouwbaar sujet, hoe sexy ook voor het verhaal, gebruikt de biograaf niet. Dat is evident. Maar ook de wetenschappelijke biograaf ontkomt niet aan zijn eigen persoonlijkheid. Hij is een bewerker van een oorspronkelijke fascinatie die zijn empathisch vermogen gebruikt om een maximalistisch verhaal van zijn held te maken. En is, evenals de historische romanschrijver Pfeijffer, na afloop overtuigd dat hij de historische persoon in zijn of haar ware gedaante uit het verleden heeft opgewekt.

De door Pfeijffer geschetste tegenstelling tussen romanschrijver en biograaf is een constructie ad hoc. Alkibiades is een bijzondere persoon, omdat de bronnen over hem niets zeggen over zijn beweegredenen, waarom hij deed wat hij deed. Alle ruimte voor Pfeijffer om dat in te vullen. Een biograaf zou in zijn geval enkele slagen om de arm houden, maar uiteindelijk wel tot een persoonlijke interpretatie overgaan (die vervolgens weer bestreden zou worden door andere kenners van het leven van Alkibiades). Pfeijffers empathie is broodnodig bij zijn held Alkibiades, meer dan bij historische personen die wel aan zelfreflectie en zelfverklaring hebben gedaan, zoals de Groningse schrijver Ab Visser. Mijn fascinatie voor deze auteur en de empathische bewerking ervan heeft voor een belangrijk deel de biografie die ik over hem schreef bepaald. Als historische romanschrijver van Hendrik Peter Scholte had ik wat meer vrijheid om het verhaal ronder te maken – maximaal te interpreteren – maar in beide gevallen was het eindresultaat de historische persoon zoals alleen ik die kon scheppen. Zowel biografie als historische roman zijn het resultaat van beide: van science en van fiction

Pfeijffers lezing is overigens om meerdere redenen bijzonder de moeite van lezing waard. De ironische en zelfspotrijke benadering van zichzelf als classicus en van de classici in het algemeen doet je glimlachen en gnuiven, en de korte tekst staat vol opmerkingen die gelegenheid tot instemming en verwerping bieden. Het is een genot deze tekst te lezen, vanwege het merkbare plezier van het schrijven en de bewonderenswaardige stijl ervan. Dat maakt per slot van rekening een tekst overtuigend, of het nu een biografie, een historische roman of een lezing betreft.

 

 


Michiel van Diggelen schreef een biografie van schrijver Ab Visser. Met Kees van Domselaar schreef hij een korte biografie van verzetsvrouw Truus van Lier. Momenteel werkt hij met Richard Tanke aan een biografie van verzetsman en jodenredder Arnold Douwes.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!