De lente begon vroeg dit jaar. Ter aankondiging had ik zoals altijd een droom. Ik droomde keurige rijtjes tuinbonen, zojuist ontkiemd. Rond de stengeltjes, die zich eensgezind naar de hemel strekten, lagen keurige kratertjes opgeduwde grond. Eindelijk, dacht ik, en ze waren zo groen, zo stevig! Ik werd wakker en miste mijn vorige leven waarin ik groente verbouwde. Wat er dat komende jaar verbouwd zou worden, bereidde ik voor in de winter, want dan maken tuinders hun teeltplan. In dat plan wordt vastgelegd welk gewas op welke plek in de tuin komt te staan en of er na oogst tijd is voor een tweede, of zelfs derde gewas. Sommige gewassen, zoals radijzen, kunnen kort na zaai al geoogst worden. Op hetzefde lapje grond kun je daarna broccoli verbouwen.

Broccoli heeft veel meer tijd nodig maar na de oogst kun je met een beetje geluk ook nog raapstelen zaaien. Zo’n plan heeft alles te maken met het slim combineren van kort-en langdurende teelten waarbij je het land zo efficiënt mogelijk gebruikt. Het schuiven met zaaidata en gewastypen heeft grote consequenties; alles hangt met elkaar samen. Je hoeft je nooit meer te vervelen leerde mijn docent groenteteelt ons triomfantelijk. Zittend voor de haard kun je eindeloos nieuwe teeltplannen bedenken, steeds efficiënter, diverser of risicovoller, zonder nog maar een spade in de grond te steken.

Altijd denk ik dan aan Schachnovelle van Stefan Zweig. Ik herinner mij enkel flarden, maar wat ik nog weet is dat de hoofdpersoon, gevangengezet door de Gestapo, zijn eenzaamheid bezweert door schaakpartijen uit zijn hoofd te leren. Natuurlijk schiet de vergelijking met het maken van een teeltplan voor de haard hopeloos tekort waar het de angst voor gekte en de dreiging van erger betreft. Ik moet het herlezen, dat staat vast. Maar eerst zaai ik in gedachten alvast vroege raapstelen en spinazie in de kas, dek ik die dappere tuinbonen toe met vliesdoek tegen de kou. Over een paar weken zal ik voor het raam tomaten, peulen en capucijners voorzaaien en poot ik buiten de uitjes in rijen, hun spitse pluimpjes kouwelijk boven de grond. En in maart, als dan eindelijk de grond opwarmt, zaai ik radijzen, rucola, spinazie en vroege bieten. Ook zonder tuin is de lente al begonnen.

 


Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In januari 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap (Atlas Contact).

Meer van Mariken Heitman: