Satire in de scootmobiel

De Italiaanse regisseur, scenarioschrijver en acteur Marco Ferreri (1928-1997) maakte 27 speelfilms, maar wordt vooral herinnerd door één film: La grande bouffe (1973). In de vergetelheid geraakt is dat hij in Spanje zijn eerste drie films maakte. In het dogmatisch katholieke en fascistische Spanje van Franco nog wel, waar de film aan strenge censuur onderworpen was. Een dubbele censuur bovendien, want eerst moest het scenario goedgekeurd worden en daarna ook nog het eindresultaat. Alles wat a- of immoreel was, was voldoende reden om in te grijpen. Wie Ferreri een beetje kende, weet dat het niets voor hem was om braaf in het gareel te lopen. Waarom dan filmen in Spanje? Ik vermoed dat hij zich door de onmogelijke omstandigheden juist uitgedaagd voelde toch zijn scherpe, satirische zegje te doen.

El cochecito (1960), de derde en laatste film uit zijn Spaanse periode, laat goed zien hoe Ferreri te werk ging. Protagonist is de vriendelijke oude baas Don Anselmo, die je een Madrileens neef van De Sica’s titelheld uit Umberto D. zou kunnen noemen. Op de dag dat zijn boezemvriend Don Lucas en hij traditiegetrouw bloemen gaan leggen op de graven van hun vrouwen, stort Anselmo’s wereld in. De verlamde Lucas heeft namelijk een gemotoriseerd invalidenwagentje gekregen. Hij kan daardoor gaan en staan waar hij wil en heeft Anselmo niet meer nodig. Sterker nog, door zijn scootmobiel heeft hij een hele groep nieuwe vrienden gevonden, die allemaal zo’n ding hebben.

Logisch dat Anselmo besluit dat hij ook zo’n tof karretje wil. Probleem is alleen dat hij nog kras en kwiek is en dat zijn zoon, bij wie hij inwoont, er niet over piekert om voor zijn kerngezonde vader een invalidenwagentje te kopen. Anselmo ziet met lede ogen aan hoe zijn vroegere vriend er elke dag lekker met zijn nieuwe vrienden op uittrekt (er wordt zelfs een race voor ze georganiseerd die bedacht lijkt door Salvador Dali, zo grotesk ziet het eruit), terwijl hij zelf wegkwijnt op een kamertje bij zijn zoon en schoondochter, die hem met zijn gezeur maar lastig vinden.
Het krijgen van een gemotoriseerd invalidenwagentje wordt zo’n obsessie, dat Anselmo steeds verder gaat in zijn pogingen om er een te bemachtigen. Uiteindelijk, met tranen in zijn ogen want hij vindt het verschrikkelijk dat zijn zoon en schoondochter hem dwingen zover te moeten gaan, gooit hij rattengif in het eten en koopt hij met van zijn zoon gestolen geld het begeerde vehikel.

Ferreri draaide twee versies: een voor de censuur en een zoals hij het bedoeld had. In de niet gecensureerde versie ziet Anselmo hoe de lijken van zijn zoon, schoondochter en kleinkinderen het huis uit worden gedragen en slaat hij met zijn karretje op de vlucht. Ver komt hij niet: hij wordt door de guardia civil aangehouden. Bezorgd vraagt hij aan de agenten of hij in de gevangenis zijn wagentje mag houden. In de gecensureerde versie wordt het vergiftigde eten niet opgegeten en komt alles weer goed. El cochecito (in Spanje pas veertig jaar na dato in de ongecensureerde versie te zien en onlangs ook uitgebracht op blue ray) is een juweel van een film vol bijtende, antiburgerlijke, zwarte humor die niet onder doet voor La grande bouffe. Het is Ferreri op z’n best. Een aanrader!

 

 


Hans Heesen is filmhuisdirecteur, docent Filmacademie Amsterdam en proza schrijver. Onlangs verscheen zijn derde roman bij uitgeverij IJzer, Tenminste voor een bepaalde tijd.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hans Heesen: