Monniken met hun ogen dicht hebben een slaapverwekkend effect op me, vooral in de bioscoopzaal waar de overgang van licht naar donker de productie van melatonine stimuleert. In de film Samsara dragen de monniken fraaie oranje gewaden, zijn sommigen zo jong dat ze nauwelijks stil kunnen zitten en produceren gezamenlijk een soort gezoem dat resoneert in mijn borst en me automatisch aanzet tot bewust ademhalen. Aandachtiger ademen is een oude reflex. Jarenlang hield ik me bezig met boeddhistische leringen en retraites. Meditaties deed ik dagelijks. De drie edele waarheden bestudeerde ik aandachtig net als het achtvoudige pad. Ik wist dat ik me bevond in de eindeloze cyclus van leven en dood – samsara – maar probeerde daaraan te ontstijgen door te streven naar verlichting. Totdat ik me realiseerde dat het boeddhisme veel boeddhisten voortbracht, maar nul boeddha’s, wat vreemd was omdat de religie haar volgelingen wel het Nirwana beloofde. 

Nee, nu spring ik niet naar Tommy Wieringa. Zijn boek heb ik nog niet gelezen. Ik blijf bij Samsara, de nieuwste film van Lois Patiño. Daarin gaat het over het wonderlijke geloof in reïncarnatie. Het schijnt dat de eerste christenen besloten de mogelijkheid van wedergeboorte niet op te nemen in hun nieuwe religie omdat het fatalistisch en lui maakte: ‘lukt het nu niet om het juiste te doen, dan komt het wel in een volgend leven.’ Daarom creëerden de christelijke aartsvaders het concept van hel en hemel; je moest het in dit ene leven goed doen, anders werd je op de Dag des Oordeels afgewezen. Het is een effectief werkprincipe gebleken. De kerk kreeg zijn zieltjes onder controle. Maar het idee van de hel is net zo bespottelijk als dat van reïncarnatie. Er is geen leven na de dood. Dat is het enige concept. Dood is dood. Misschien is het leven slechts een illusie van levende doden, maar dat is een mindfuck die een eigen column verdient. Hier beperk ik me tot de onmogelijkheid dat na de dood een samenhangend ik-besef rond blijft cirkelen in Bardo – de tussenwereld – totdat er een moment aantreedt waarop die arme dolende ziel opnieuw in den vleze mag treden.

Lois Patiño doet in Samsara niettemin zijn best dat Bardo tot leven te brengen. Een kwartier lang wordt de bioscoopbezoeker met zijn ogen dicht geteisterd door harde, om niet te zeggen keiharde geluiden, en felle lichtflitsen, daarmee de tussenwereld simulerend. Volgens de Patiño is er na de dood een enorme herrie. Dat is op zich een grappige gedachte. Want de vooronderstelling is dat het na de dood stil is, doodstil. Soms schijn je ook een warm licht en een niet oordelende liefde mee te maken, zoals uit verhalen over bijna-doodervaringen blijkt. Maar bijna dood is niet dood. Bijna dood is iets wat iemand wellicht nog kan meemaken. Dood niet. Niemand  die dood is, kan iets ervaren. Wees niemand, zei een grappenmaker in dit verband ooit. Al het andere wat hierover wordt beweerd, is geloof.

 

 


Jan Kloeze schrijft voor Literair Nederland maandelijks een column. Begin maart verschijnt zijn debuutroman Starfighter bij uitgeverij Palmslag.

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Jan Kloeze: