3 april 2011

Recensie: Zuiderzeeballade – Karlijn Stoffels

Recensie door: Rein Swart

Veel familiale omhaal rond een aangrijpende moeder-dochter relatie

In de opvoeding kan veel mis gaan. Ondanks een batterij aan hulpverleners en andere instanties die opvoeders bijstaan, kunnen negatieve invloeden niet buitengesloten worden. Dat geldt voor werkloosheid, maar ook voor een ouder met psychische problemen, zoals Hanna in Zuiderzeeballade. Deze gestudeerde moeder wordt af en toe opgenomen. Als ze thuis is, ligt ze vaak op bed, maakt ruzie met echtgenoot Maarten en heeft moeite het huishouden draaiende te houden. Het kan haar dan niet schelen wat de kinderen op hun brood doen. Vooral nummer twee Mati, die uit de gratie van haar moeder ligt, gaat onder de slechte sfeer gebukt. Samen met haar oudere zusje Marina en jongere broertje Benny slaat ze zich door het leven, maar gemakkelijk gaat dat niet. Als Mati, om haar moeder te verrassen, met Hanna’s zwager en diens vrouw meegaat naar Den Dolder om Hanna te bezoeken, wil die haar dochter niet zien.
‘Haar zwager stuurde het kind weg, om naar de goudvissen te kijken in de vijver. De volwassenen gingen zitten. Toen pas keek Hanna op, met een flauw verwachtingsvol glimlachje. Maar ze hadden niets bij zich. De verrassing, dat was het kind.
Ze wezen naar het meisje, dat met gebogen hoofd bij de vijver stond en waarschijnlijk zoute tranen drupte in het water. Nummer twee was altijd een huilebalk geweest.’

Mati leest veel en komt na de scheiding in een loyaliteitsconflict over de ouder bij wie ze wil wonen. Samen met Marina oefent ze de Rohrschachtest die ze eerdaags bij een psycholoog krijgt voorgelegd met de bedoeling de deskundige op een dwaalspoor te brengen. Als Mati naderhand tegen Marina vertelt dat ze alleen olifanten heeft genoemd, zegt die dat ‘ze het dan juist weten’. Op een fuif voor Mati’s klas, later in de tijd, gedraagt moeder zich zonderling en tijdens een bezoek aan Londen, waar moeder een nieuwe vriend zal ontmoeten, vlucht ze en staan ze opeens zonder geld op straat.

Karlijn Stoffels schetst een evenwichtig beeld van de moeder, die ooit in Santpoort werd opgenomen en zich daar niet prettig voelde temidden van andere gestoorde vrouwen.
‘Zij kwam voor de rust, en om de malende gedachten in haar hoofd tot een ordelijk geheel te denken. Ze zou de oplossing voor alle problemen vanzelf vinden, als het alleen maar een tijdje stil zou zijn om haar heen.’

In het boek pendelen we heen en weer tussen Amsterdam, waar het gezin aanvankelijk woonde, Zwartsluis, waar Hanna naartoe verhuisde en Emmeloord, waar zij in een verpleegtehuis is opgenomen en liefdevol door een Iraanse wordt verzorgd. Het verhaal begint aan het eind van het leven, als de demente Hanna in het verpleegtehuis verblijft en Mati opdraagt de bovenwoning in Amsterdam te ontruimen. Ze krijgt daarbij hulp van de Marokkaanse buren.

Hoewel de foto op de omslag een meisje toont met haar vader, handelt het vooral over de moeder-dochter relatie. Daarnaast gaat het nogal diep in op de familiegeschiedenis. Daardoor wordt de kar wat overladen. De korte hoofdstukken kondigen vaak nieuwe episoden aan, die moeilijk beklijven en tot versnippering leiden. Karlijn Stoffels grijpt terug naar het verleden door associaties, die soms geconstrueerd aandoen: ‘En zo was het ook gegaan met het allereerste verjaardagscadeau aan hun moeder van de kinderen samen.’ Of: ‘Maarten zocht in zijn oude vest naar een zakdoek en snoot zijn neus. Toen borg hij de doos met foto’s weer weg, ging op het bed liggen en deed zijn ogen dicht.’ Of: ‘Ze had niet voor niets jarenlang twee keer per zondag anderhalf uur in de kerk gezeten.’ Waarna jeugdherinneringen volgen.

Naar het einde toe wordt de toon vlakker, dagboekachtiger en weet Stoffels minder overtuigend de tragiek over te brengen. Dat is jammer want er staan fraaie stukken in over de manier waarop de kinderen de ellende overleven. Bijvoorbeeld over de electroshocks die de moeder krijgt en die volgens de vader niet erg zijn, waarop Mati de proef op de som neemt door een vinger in het stopcontact te steken. De laatste zin ‘De oogst was rijk’ blijft bij en schrijnt. Mati, die nooit gezien is door haar moeder, is blij dat ze in het verpleeghuis de Zuiderzeeballade ten gehore kan brengen. Zo’n lot van een verwaarloosd meisje stemt droevig.

Zuiderzeeballade

Auteur: Karlijn Stoffels
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
Prijs: € 18,95

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant