Wytske Versteeg – Verdwijnpunt

Wat te pijnlijk is om te verwoorden

Recensie door Isabelle van den Heuvel

Wytske Versteeg (1983) debuteerde in 2012 als romancier met het alom geprezen De wezenlozen en won dit jaar de Frans Kellendonk prijs voor haar oeuvre. Haar eveneens geprezen roman Quarantaine (2015) geniet wederom aandacht dankzij de coronacrisis. Naast romancier is Versteeg essayist en docent creatief schrijven aan de hogeschool voor de kunsten in Arnhem en Wageningen University. De afgelopen jaren schreef Versteeg vier romans. Al die tijd sluimerde Verdwijnpunt, het verhaal over haar incestverleden, op de achtergrond. Lange tijd was er de angst dat een dergelijke persoonlijke geschiedenis als sleutel tot begrip van haar werk zou worden gezien en dat was haar te eendimensionaal, vertelt Versteeg in een interview met de NRC in april. Bovendien had ze rekening te houden met gevoeligheden binnen de familie. De man die haar van haar vierde tot ongeveer haar elfde misbruikte was tenslotte de vader van haar moeder. 

Verdwijnpunt begint bij een centrum voor geestelijke gezondheidszorg, waar Versteeg door een vriend naartoe is gebracht nadat ze weken nauwelijks heeft kunnen slapen. Na een jarenlang verzet tegen therapie, tegen ‘inmenging van welke psycholoog dan ook,’ ontkomt ze er niet meer aan. Ze heeft het gevoel in ‘één ruimte opgesloten (te zitten) met vroeger, en alsof die ruimte steeds kleiner wordt.’

Onder de oppervlakte

Aan de opname gaat heel wat vooraf. Versteeg is eerstejaars student politicologie wanneer ze in korte tijd twee keer wordt aangerand, beide keren in de trein. Ze begint zich af te vragen waarom ze zo’n gemakkelijk prooi is, waarom ze de grenzen van haar lichaam – of überhaupt haar lichaam – zo slecht kent. De vraag over het prooi-zijn doet denken aan wat Manon Uphoff schrijft in Vallen is als vliegen. ‘Blijkbaar is het zo, heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoond, dat wanneer je tot object wordt gemaakt, plat moet liggen, geen geluid of kik mag geven, je een geur afgeeft. Een riek van angst die je begeleidt. Of zelfs een van gemakkelijke overgave, omdat je hebt geleerd dat snelle capitulatie het beste is.’ Die geurcellen, suggereert Uphoff, blijven hardnekkig aan slachtoffers van seksueel geweld kleven. Tenzij de cyclus wordt onderbroken zal het slachtoffer steeds opnieuw te maken krijgen met grensoverschrijdend gedrag van anderen. 

De incidenten in de trein rakelen een verleden op dat Versteeg tot dan toe zorgvuldig onder de oppervlakte heeft weten te houden, een verleden dat ze doorgaans liever neutraal aanduidt als ‘wat er gebeurd is’ of ‘vroeger’ in plaats van wat het werkelijk is: incest en seksueel geweld. Zo’n overlevingsmechanisme is niet vol te houden omdat het er een is van ontkenning, en wat ontkend wordt zal zich steeds hardnekkiger gaan opdringen. Een lichaam dat is blootgesteld aan geweld zal krimpen, zijn best doen ‘zichzelf kleiner te maken, onzichtbaar, niet langer bestaand’ met als gevolg dat de bewoner van dat lichaam er niet langer mee in contact staat en het begint te veronachtzamen. Zo ook bij Versteeg, die haar lijf systematisch verdooft door langer hard te lopen, meer te fietsen, vaker te zwemmen’ totdat ze zo uitgeput raakt dat het haar nauwelijks meer lukt een trap op te lopen. Ze vervreemdt van zichzelf, op zowel emotioneel als fysiek vlak. Daarbij is haar poging haar perfecte, onafhankelijk ogende buitenkant te behouden – I am a rock, I am an island, citeert ze Simon & Garfunkel – evenmin vol te houden. Ze stort in, met een opname tot gevolg.  

Lichaam als bron van genezing

Versteeg beseft dat a rock geen warmte kan ontvangen en an island geen verbintenissen kan aangaan. Ze heeft ‘een diep verlangen om te helen,’ om ‘gezond te worden, vanbinnen één geheel met duidelijke buitengrenzen.’ Maar praattherapie is zinloos, met de standaardvragen van de therapeuten met wie ze tot dan toe te maken heeft gehad, kan ze niets. Sommige therapieën zijn angstaanjagend. Tegen een kussen praten dat haar opa voorstelt bijvoorbeeld. Of overtuigend Stop! roepen tegen een dramatherapeut die langzaam op haar af komt lopen. Dan komt ze in contact met lichaamstherapeut D en leert ze heel langzaam haar lichaam op te merken, te bewonen, te vertrouwen, lief te hebben. D geeft haar het gevoel ertoe te doen. Ze vraagt zich af of dit is wat er nodig is: ‘door een ander gezien, gehoord te worden vóórdat het mogelijk is jezelf te zien, je eigen stem te horen.’ Ze voelt zich veilig bij hem, zozeer dat hij na verloop van tijd een arm om haar heen mag slaan. Gaandeweg leert ze ook iets cruciaals over de werking van het geheugen: herinneringen aan incest en geweld presenteren zich niet als keurig gecomponeerde scènes met een begin, midden en eind. Veeleer zijn het woordeloze beelden die in een donker hoekje van het geheugen schuilen. Dat maakt ze echter niet minder betrouwbaar.  

Onbeantwoorde vragen

In Verdwijnpunt verweeft Versteeg persoonlijke gebeurtenissen met rauwe dagboekfragmenten die haar angst en verdriet weergeven. Ze zoekt houvast in de woorden van filosofen, mythologie en kunst, rituelen van andere culturen. Met precisie onderzoekt ze de etymologie van woorden als ‘trauma’ en legt ze sleetse uitdrukkingen als ‘iets een plek geven’ en ‘in je kracht staan’ onder de loep. Soms kan ze alleen de woorden van een ander lenen, maar niet zonder zich af te vragen ‘of die woorden niet al te groot, te melodramatisch zijn voor iets wat zo vaak voorkomt als seksueel geweld.’ Treffend beschrijft Versteeg de beleving van depressie. ‘Het land om (de balling) heen heeft geen diepte meer, het raakt hem niet. Dat is hoe het voelt als het slecht gaat: alsof alles in zichzelf keert, zich afwendt, de afstand vergroot. Er is minder detail, er is geen textuur. De wereld zelf trekt zich terug, stapt achteruit.’ 

Versteeg heeft het niet over de impact van het verleden op haar relaties. Ze presenteert zich als outsider, als loner, maar er zijn veel vrienden die haar bijstaan en soms langdurig opvangen. Ze heeft begrijpelijk het contact met haar ouders verbroken maar bezoekt wel haar oma. In plaats van licht te laten schijnen op deze kwesties verliest ze zich regelmatig in academische uiteenzettingen. In dit opzicht blijft het boek afstandelijk en laat het de lezer achter met onbeantwoorde vragen. Maar misschien kan Versteeg niet anders. ‘Het maakt uiteindelijk niets uit,’ zegt ze in een gesprek met D, ‘want zelfs als je probeert om iets te zeggen over hoe het is, lukt dat toch niet, nooit echt.’ Versteeg geeft ons geen happy end. Wel vooruitgang, stap voor stap, en dat is genoeg. 

 

 

Omslag Verdwijnpunt - Wytske Versteeg
Verdwijnpunt
Wytske Versteeg
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021419329
200 pagina's
Prijs: € 18,99

Meer van Isabelle van den Heuvel:

Recent

6 augustus 2020

Hoe lang mag rouw duren en wie bepaalt dat

Over 'Berichten van het front' van Anna Enquist
4 augustus 2020

In het schaduwland

Over 'Het glazen hotel' van Emily St. John Mandel
31 juli 2020

Een gast op deze aarde

Over 'Tarabas' van Joseph Roth
27 juli 2020

De kracht van een nylonkous

Over 'Dragman' van Steven Appleby
24 juli 2020

Als de pasteitjes opraken wordt de val van Troje zichtbaar

Over 'De spiegel & het licht' van Hilary Mantel

Verwant