Wouter Godijn – Karina of de ondergang van Nederland

De dictatuur van de nuance

Recensie door Daan Lameijer

Een effectief middel om een boek in het collectieve geheugen te verankeren, is de onheilstijding. Een voorwaarde voor canonisering is dat de onwenselijke toekomst – of abstracter: het Kwaad – het Goede serieus bedreigt. Hierom zijn de dystopieën 1984, Brave New World en Wij, geschreven door respectievelijk George Orwell, Aldous Huxley en Jevgeni Zamjatin onomstreden meesterwerken. Zij schetsten een monoculturele, beklemmende maatschappij waaraan niet te ontkomen valt, tenzij je het als vrijdenker met de dood bekoopt. Bovendien bekruipt de lezer de angst dat de totalitaire staat weleens bewaarheid zou kunnen worden.

Wouter Godijn stuurt met Karina of De ondergang van Nederland aan op een polderdystopie. Alle inhoudelijke ingrediënten zijn aanwezig om het publiek te boeien. In 2031 dreigt een onafwendbare klimaatcatastrofe en een extreem-rechtse radicalisering van de westerse wereld. Toch gaat dit boek meer over een liefdesgeschiedenis met Karina dan over de ondergang van Nederland, waarop Godijn aanvankelijk met veel bombarie anticipeert. Hij schrijft weliswaar luchtig en toegankelijk, speelt intelligent met het spanningsveld tussen fictie en werkelijkheid, maar biedt een zwak tegengif tegen verrechtsing en klimaatontkenning. 

Heks en heilige

De romantische (want: onvervulde) liefde van de ik-persoon voor Karina is een boek op zich waard. In de passages over zijn liefdesleven vermengt Godijn bittere ernst met speelse gelatenheid. Dat hij aan MS lijdt, betekent de doodsteek voor hun toch al teleurstellende huwelijk. ‘Haar blik was neutraal geworden. Een overleggen-over-de-boodschappen-achtige blik.’ Ze hebben geen seks meer, zoon Robbie zondert zich af en Karina begint een relatie met de sukkelige Willie, die op Alexander Pechtold lijkt. De hoofdpersoon plaatst Karina vanaf het begin op een voetstuk. ‘Er was iets in me aanwezig,  (…) wat de neiging had in een gedienstig, kelnerachtig type te veranderen. Of in een butler, een en al zelfopoffering.’ Vóór hun eerste kus op een zomerkamp randt ene Thomas Karina twee keer aan. De protagonist is blij met deze actie, want doordat Karina van zich afbijt, concludeert de ik-persoon dat Thomas haar tiep niet is. Hij is, kortom, van Thomas’ concurrentie verlost. 

Wat we over Karina te weten komen, is dat zij een goeie kont heeft, uitdagend kijkt en voortanden mist. Kennelijk zijn haar ideeën niet interessant in zijn eerbetoon. ‘Ze betoogt iets, maar ik ben alweer een hele lap tekst kwijt.’ Om eventuele kritiek vanuit links-feministische hoek over de male gaze te pareren, schampert de verteller, ‘Maar het omgekeerde – dat vrouwen zich altijd weer verdringen rond Adonis – heeft nog nooit tot maatschappelijke verontwaardiging geleid. (…) Als je het zonder Brad Pitt-achtigheden moet stellen, sta je direct op achterstand.’ En die achterstand haalt de ik-persoon nooit in want Karina is sterker, daadkrachtiger dan hij. Ook na de bevalling, als volwassenheid nodig is, bepaalt zij de regie. Ze brengt meer geld in het laatje, spoort manlief aan hetzelfde te doen en laat haar gebit bijwerken. ‘Het enige uit haar oude leven waar ze nog niets aan had gedaan – was ik.’ Steeds constateert de hoofdpersoon ironisch dat hij niets is zonder zijn godin. Door innerlijke monologen als deze maakt ironie echter plaats voor werkelijke zelfverloochening: ‘ik wil je slaaf zijn, (…) ontmenst worden en veranderen in een zweetdruppel, fonkelend en doorzichtig als glas, die trilt in het kuiltje in je rug, tot hij terugzakt in je huid en joujoujou wordt.’ 

Gulden middenweg of grauwe middenmoot

Waar de ik-figuur de liefde van zijn leven verafgoodt, fileert hij andere vrouwen in dit boek. Behalve zijn moeder. Maar, zo stelt de hoofdpersoon baldadig vast, dat mag hij vinden. Niet voor niets trapt Godijn af met een motto over de vrijheid van meningsuiting, nota bene verwijzend naar het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Als voorvechter van het vrije woord zal hij even duidelijk maken waar het nou mís is gegaan in de mondiale politiek. Waarom vallen mensen massaal voor de verleiding van totalitaire staten ten koste van de democratie, zoals in de Verenigde Staten? Omdat de Democraten met een mateloos irritant wijf kwamen aanzetten dat alleen maar wilde deugen. ‘Het type feministe dat komkommers, courgettes en bananen uit de groenteafdeling wil verbannen. Dat vindt dat er een verbod moet komen, voor mannen, om staand te urineren – ‘‘omdat dit bij de man een vrouwvijandige fixatie op het eigen geslachtsdeel stimuleert’’. (…) Sharon Usher was zo’n vrouw die bij elke man, hoe positief hij ook tegenover vrouwenemancipatie staat, een vlaag misselijkheid opwekt zodra hij zich voorstelt dat hij seks met haar heeft.’ Vrij vertaald: natuurlijk zijn rechtse dictators hartstikke gevaarlijk, maar zijn die linkse, niet-neukbare, munttheedrinkende potten dan zo veel beter?

Nu de ideeënarmoede in de politiek hoogtij viert, mede dankzij een Nederlandse premier die de woorden ‘vies’ en ‘visie’ niet uit elkaar kan houden, mag er meer verwacht worden van intelligentsia. Wouter Godijns bijdrage aan het maatschappelijke debat is schraal. Hij provoceert meer dan dat hij promoveert: sterke vrouwen zijn leeghoofdige talkshowpresentatrices, hysterische soapsterretjes én meedogenloos; lesbiennes hebben dikke benen en forse prammen; Chinezen worden ‘spleetoog’ genoemd; vrouwen hebben geen benul van hun betoverende kracht op het mannelijke geslacht; minderheden moeten gewoon kappen met hun malle tradities en stoppen een verongelijkt kind te zijn. Karina of De ondergang van Nederland had een revolutionair boek kunnen worden dat serieus de fundamenten van nieuwrechts doet wankelen. Nu is het voornamelijk een spreekbuis van het ‘redelijk’ midden. Het redelijk midden, dat geweld richting Kick Out Zwarte Piet weliswaar afkeurt, maar de activisten oproept even gezellig te blijven doen. Dat milieu belangrijk vindt, maar wel wil kunnen blijven barbecueën zonder moeilijk gezeik. Dat zich van neonazi’s distantieert, maar ook niets opheeft met de politiekcorrecte LHBTIQ+-ers en Black Lives Matter. Het redelijk midden vraagt niet om een verandering van de status quo, maar om voortgang van een ten diepste verrotte samenleving.

Dystopie blijkt preek

De belofte van een prikkelende ideeënroman met dystopisch karakter lost Karina of De ondergang van Nederland niet in. De urgentie neemt zienderogen af, zeker als het stijgende zeewater ook wel mee blijkt te vallen. Gelukkig barst het boek van stilistische hoogstandjes. Zo heeft de eerder genoemde Willie de handdruk van een ijsbeertje, zegt de ik-persoon dat de woorden in mannelijke taal ‘stuk voor stuk een leren jackje aankrijgen’ en schudt hij de lezer herhaaldelijk wakker met apostrofes: ‘Hallo, lieve lezer, ben je daar nog?’ Jazeker, de lezer is er nog, want die wacht met smart op de ware opvatting van de schrijver, zónder de makkelijke buutvrij van ‘ironisch grapje’. Vanuit het Redelijke Midden neemt Godijn iedereen even veel de maat, gelijk een dominee die compromisloze nuance predikt en zo de waarheid de nek omdraait. Daardoor wordt dit verhaal net zo asgrauw als de wolken die zich samenpakken boven Nederland.

 

 

Omslag Karina of de ondergang van Nederland - Wouter Godijn
Karina of de ondergang van Nederland
Wouter Godijn
Verschenen bij: Atlas Contact (2021)
ISBN: 9789025463830
304 pagina's
Prijs: € 22,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Daan Lameijer:

Recent

9 april 2021

‘We zitten niet in een roman van Dostojewski.’

Over 'De wereld is niet stuk te krijgen' van Maxim Osipov
8 april 2021

Het begrip van hier en nu opnieuw geijkt

Over 'In mijn mand' van Lieke Marsman
6 april 2021

Een leugenaar?

Over 'Multatuli' van Ger Beukenkamp
1 april 2021

Doorreis naar het niemandsland

Over 'Een man zijn' van Nicole Krauss
29 maart 2021

Tijdloze gedichten met steeds een ander perspectief

Over 'Vertakkingen' van Roland Jooris

Verwant