Willem van Toorn – Morgenrood

Het oorlogscynisme van de Nederlandse bobo’s

Recensie door Thibault Coigniez

In de Nederlandstalige letteren zijn geëngageerde schrijvers een zeldzame soort. Op het eerste gezicht lijkt de roman Morgenrood van Willem van Toorn de uitzondering op die regel te vormen. We hebben namelijk te maken met een schrijver die wel degelijk een activistisch schokeffect aan de lezer wil bezorgen. Hij wil ons duidelijk wakker schudden. Geen pagina laat Van Toorn immers onbenut om de meedogenloosheid, geweldzucht en onverschilligheid van de moderne mens te karakteriseren. En in deze grauwe portretstudie is Nederland tegen wil en dank zijn model, want ‘het is een cynische wereld en het pragmatische Nederland zingt de eerste stem in dit pecunia koor.’ Maar ook in een harde wereld worden verhalen verteld.

Corduroy en Oorlog

Van Toorn vertelt over de 27-jarige Thomas Corbelijn, die Duitse les geeft aan kosmopolitische bobo’s van wie hij vreest dat zij weldra zijn appartement in De Pijp in Amsterdam zullen overnemen. De tot dan toe sociale huisvestingsmaatschappij Morgenrood heeft besloten om de gebouwen te renoveren, waarna de eigenaars de huurprijs waarschijnlijk drastisch zullen verhogen. Enkel zijn in colberts en corduroy vesten geklede bobo-leerlingen zullen nog kapitaalkrachtig genoeg zijn om deze ‘schoftenstreken van het kapitaal’ te kunnen trotseren in deze ‘bezopen wereld’. Van Toorns uithalen tegen het neoliberale bobo-beleid zijn striemend en komen veelvuldig voor. Al bieden expliciet geformuleerde zinnen als ‘het uitverkopen van de democratie aan de macht die geen geweten heeft’ weinig literaire of inhoudelijke meerwaarde en worden die na een tijdje ronduit vervelend om te lezen.

Gelukkig verweeft Van Toorn gaandeweg Thomas’ millennialsbestaan met fragmenten uit de oorlogsdagboeken van zijn betovergrootvader Maarten Corbelijn en diens eerste vrouw Klaartje, waardoor er wat meer ademruimte ontstaat. Susan, een kunstenares, heeft die dagboeken aan Thomas bezorgd en samen gaan ze op pad langs de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog om hun anekdotes te reconstrueren. Als journalist is Maarten éénmaal vanuit het neutrale Nederland, het ‘zo onwaarschijnlijk lijkende landje zonder oorlog’, naar het front afgedaald. Zijn primaire doel was echter niet professioneel van aard. Hij ging op zoek naar Klaartje, die vrijwillig dienstdeed als verpleegster aan het front en van wie hij plotseling geen brieven meer ontving. Vanuit het heden ten dage zo onwaarschijnlijk lijkende pragmatische landje ondernemen Thomas en Susan dezelfde tocht als Maarten:

‘We reden onder zacht namiddaglicht door het landschap van Klaartjes brief terug naar het huisje.’

Cyclisch Cynisme

Tijdens hun tocht ontwaart Thomas in de maankraters van de slagvelden niet alleen de restanten van een verschrikkelijke oorlog, maar ook de weerspiegeling van zijn eigen tijd. In deze cynische wereld zonder hoop wordt zelfs het toenmalige leed een marketingsproduct op ‘reizennaarWOI.nl’ en dienen grijsblauwe foto’s van soldaten autobestuurders naar een monument te lokken. In het schetsen van deze parallellen tussen de desillusies na de grote oorlog en ons huidig tijdsbestek is Van Toorn op zijn best, omdat hij de twee subtiel en humoristisch aan elkaar verbindt. Onderweg zien ze bijvoorbeeld hoe twee gescheiden ouders bruut hun kind van auto laten wisselen, vlakbij het verwoeste dorpje Naurnoy. En even later vertelt een Amerikaanse toerist aan Susan en Thomas dat een dakloze man in Canada besmet is geraakt met de uitgestorven gewaande ‘trench fever’. Net als de koloniale soldaten indertijd, enkel waardig bevonden voor het grafopschrift ‘mort pour la France’, betalen de zwaksten als eerste het gelag. De onderliggende boodschap hiervan lijkt dat zelfs de gruwelijkste geschiedenis zich herhaalt.

Die wetmatigheid lijkt ook op te gaan voor Thomas’ familiegeschiedenis, waarin reactionaire vaders progressieve zonen krijgen en vice versa. Zo speelt Thomas’ overleden vader een belangrijke schaduwrol in deze roman. Hij was een charmante en excentrieke man, die meedraaide in de hoogste diplomatieke kringen. Na een tijdje verbraken zowel Thomas’ opa en moeder, als hijzelf het contact met deze pragmatische man van de wereld. Het is niet moeilijk om in dat personage de personificatie de voorloper van de bobo-mentaliteit te ontwaren. Die mentaliteit omvat de onverschillige exploitatie van de medemens en de planeet. Zo’n levenshouding is nauw verbonden met een imperialistische wereldvisie, die tot twee wereldoorlogen heeft geleid. Zo stelt Hella, Thomas’ moeder, over diens vader dat ‘hij steeds extremer leek te worden, steeds meer overtuigd van zijn eigen gelijk, van de domheid van de mensen, vooral van de politiek, van zijn eigen recht excentriek te zijn.’ Die verbittering staat in schril contrast met de sociale bevlogenheid van opa Herman, met wie Thomas opnieuw contact zoekt. Thomas beseft zelf dat hij het product is van op elkaar reagerende voorvaderen. Die cyclische familiedynamiek tussen progressief en conservatief verzwaart de noodlottigheid van deze roman, want wie durft er nu nog te voorspellen dat het de volgende generatie beter zal vergaan?

Dat cynisme wordt bij vlagen overwonnen door Thomas’ passie voor de literatuur. Geregeld verwijst hij naar schrijvers en boeken. Hij besluit zelfs een artikel te schrijven over de houding van schrijvers tegenover de Eerste Wereldoorlog. Ook hier creëert Van Toorn een dichotomie tussen twee levenshoudingen. Hij plaatst de ronkende oorlogstaal van Ernst Jünger tegenover antimilitaristische schrijvers als Barbusse, van wie opa Herman veel in zijn kast heeft staan. Reeds op jonge leeftijd ondervindt Thomas dat het onderscheid genuanceerder ligt, wanneer zijn vader hem er fijntjes op wijst dat ook de humanistische Thomas Mann het geweld van de Eerste Wereldoorlog als reinigend beschouwde. Zulke discussies tussen vader en zoon zijn boeiender dan de meta-hoofdstukjes, waarin Van Toorn zich profileert als schrijver en zeurderige opsommingen geeft over corona en de kwalijke gevolgen van ‘woke’-denken.

Morgenrood is geen feelgood-roman, maar wel ééntje die een pragmatische en schijnbaar neutrale levenshouding genadeloos ontmaskert, als de kern van onverschillig cynisme. Het paradoxale aspect is dat Van Toorn zo nadrukkelijk het cynisme in de maatschappij wenst te portretteren dat de lezer er evengoed de brui aan kan geven, vanuit de gedachte dat alles toch al naar de vaantjes is. Dat is natuurlijk volstrekt legitiem, afgezien van de metatirades van de schrijver en de gemeenplaatsen over neoliberalisme. Enkel in de sluimerende liefdesverhouding tussen Thomas en Susan gloort nog wat hoop: een open toekomst in de gedaante van een mogelijk kind. In een mooie reflectieve passage citeert Thomas Kafka om te duiden dat zelfs deze pessimistische auteur in kinderen krijgen het hoogst haalbare zag waarin een mens kan slagen. Het is dezelfde schrijver die stelde dat er hoop is, maar niet voor ons. Slechts de generatie die pas écht radicaal breekt met de vorige, mag hopen op betere tijden. In het cyclische wereldbeeld van Morgenrood lijkt die hoop op verandering echter een pure wensdroom te zijn, een waanidee dat irreëler is dan een Derde Wereldoorlog.

Omslag Morgenrood - Willem van Toorn
Morgenrood
Willem van Toorn
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021462448
232 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van Thibault Coigniez:

Recent

7 oktober 2022

Fantasie als wapen

Over 'Dodo' van Mohana van den Kroonenberg
6 oktober 2022

Wat niet mengt, gaat schiften

Over 'Haar eerste Amerikaan' van Lore Segal
5 oktober 2022

Een boek om te delen

Over 'Morris' van Bart Moeyaert
4 oktober 2022

Elizabeth Finch blijft onbekend

Over 'Elizabeth Finch' van Julian Barnes
30 september 2022

Wie we zijn

Over 'Bestaansbegeerte' van Marijke Hanegraaf

Verwant