Willem van Toorn – De jongenskamer

Epische beschrijving van een mensenleven

Recensie door Hettie Marzak

Ook in deze nieuwe bundel van Willem van Toorn (1935) zijn de kenmerken terug te vinden die vanaf zijn poëziedebuut in 1959 zijn gedichten een constant herkenbaar karakter hebben gegeven: traditioneel, sober en eenvoudig. Zonder eindrijm maar met een vaste metriek en vormen. Beschrijvingen van ogenschijnlijk kleine voorvallen die een grote invloed hebben op de hoofdpersonen.

Afstand scheppen
Op het eerste gezicht lijkt de bundel een autobiografie in verzen: het levensverhaal van ene W. wordt gevolgd vanaf een vroege herinnering tot aan de ouderdom van nu. Het ligt voor de hand aan te nemen dat Van Toorn over zichzelf dicht. Toch heeft de dichter in interviews regelmatig benadrukt dat zijn werk niet alleen over hem gaat of over mensen uit zijn omgeving. Hij brengt de personages in zijn gedichten voor het voetlicht alsof ze figureren in een toneelstuk dat gebaseerd is op de werkelijkheid. Een dichter kan, evenals een schrijver van proza, spreken over ‘ik’ zonder dat hij daarmee zichzelf bedoelt. Niet alles wat hij de ‘ik’ laat vertellen of overkomen, wordt daarmee automatisch autobiografisch. Hij heeft een personage geschapen, waarin heus wel autobiografische elementen zullen zitten – iedere schrijver stopt iets van zichzelf in zijn werk – maar dat kan zelfstandig bestaan en heeft ‘het vertelperspectief van het gedicht in handen’, volgens Ingmar Heytze in het tijdschrift Onze Taal. De reden daarvoor is volgens Heytze ‘het scheppen van afstand om daardoor beter te kunnen kijken naar het verleden en naar zichzelf’. Van Toorn doet dat in zijn gedichten alsof hij kijkt naar foto’s uit een familiealbum, die momentopnames van de tijd laten zien. Hij roept de beelden als het ware uit zijn geheugen op.

Vastgelopen leven
De jongenskamer
heeft als ondertitel ‘Een gedicht’, omdat het één lange epische beschrijving is van een mensenleven. Toch bestaat de bundel uit twee delen: het eerste deel beslaat tweederde van de bundel en vertelt over het leven van W. tot op het moment waarop hij besefte dat zijn huwelijk en zijn leven vastgelopen waren en dat het tijd werd zich te bezinnen op een verandering voordat het te laat zou zijn: ‘Er is nog steeds een wereld daarbuiten, weet W natuurlijk ook.’
In het tweede, veel kortere deel sluit het eerste gedicht hier rechtstreeks op aan, terwijl de dichter vanuit een ander huwelijk en een ander land, levend in het nu, terugkijkt op zijn vroegere leven:

Hoe herinner ik mij dit nu – alsof er iets begon
wat niet langer uitblijven kon, zich had samengebald
voor een moment, een sprong. Zo dus. […]’

Proza als opmaat
Regelmatig worden de gedichten afgewisseld met een bladzijde proza, dat als opmaat gebruikt wordt voor de daaropvolgende gedichten of als terugblik en samenvatting van de voorafgaande. Poëzie en proza zijn in het werk van Van Toorn onlosmakelijk met elkaar verbonden: in een interview noemde hij zichzelf ‘een dichter die af en toe in proza de wat grotere commentaren levert’. Op deze manier loodst Van Toorn de lezer door het leven van W. in de wereld waarvan hij deel uitmaakt: de bezoeken aan de grootouders in de provincie, de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding, het studentenleven, een baan als leraar, de eerste liefde, huwelijk, kinderen, scheiding. Hij laat zien hoe maatschappelijke en politieke veranderingen door de tijd hun weerslag hebben gehad op het persoonlijke leven van W. Maar W. is minstens zoveel beïnvloed door de reizen die hij maakt en de boeken die hij leest. Daarom heeft Van Toorn zijn gedichten doorspekt met citaten, namen en titels van schrijvers en boeken, zoals in het gedicht dat gaat over een poëziefestival in de jaren zestig, waarin Van Toorn talloze versregels citeert van bekende binnen- en buitenlandse dichters.

Cyclus van gedichten voor leeftijdgenoten
Dat heeft te maken met het feit dat Van Toorn ook veel vertaald heeft. De lezer dient over een goede bibliotheek en een brede algemene ontwikkeling te beschikken om alle namen en citaten thuis te kunnen brengen: Seeräuber Jenny,  Updike, Breytenbach. Ook de namen van beroemde zangers komen voorbij en fragmenten uit hun liederen: Bob Dylan, Bing Crosby, Brassens’ Il n’y a pas des amours heureux; politieke acties en kopstukken uit het nieuws: de Griekse junta van kolonels, Checkpoint Charlie, de Praagse lente: voor wie ze kan herkennen is het een bevestiging van de eigen herinneringen, maar voor met name jonge lezers blijft het slechts een opsomming van vaag klinkende namen en gebeurtenissen uit een onbekend verleden.

Daarmee lijkt De jongenskamer een cyclus van gedichten te zijn geworden voor leeftijdgenoten van de dichter, die zich met weemoed kunnen herkennen in de levensloop van W..  Voor jongeren zal de bundel minder aantrekkelijk zijn, omdat de gedichten geen beroep doen op hun eigen ervaring, hoewel dat juist ook kan prikkelen tot nieuwsgierigheid.

Maar voor ieder die het lezen wil heeft Van Toorn een prachtig en bij wijlen ontroerend tijdsdocument geschreven in een reeks gedichten waarin hij het verleden levend maakt op een licht melancholische wijze. Niet met grote woorden of veel pathos, maar met subtiele verbindingen van een individueel leven met de wereldgeschiedenis die zich om hem heen voltrekt.

 

 

Omslag De jongenskamer - Willem van  Toorn
De jongenskamer
Willem van Toorn
Een gedicht
Verschenen bij: Querido (2018)
ISBN: 9789021409351
104 pagina's
Prijs: € 17,99

Meer van Hettie Marzak:

Recent

15 november 2018

Het zoeken naar de juiste context

Over 'De verzuimcoördinator' van Nicole Montagne
13 november 2018

Schuld en geluk na val van de trap

Over 'Afgelegen' van James Wood
12 november 2018

Zwanger van dood

Over 'De lange droogte' van Cynan Jones
9 november 2018

Deze roman is een fantastische reflectie op het schrijverschap

Over 'Als de schaduw die verdwijnt' van Antonio Muñoz Molina
7 november 2018

Alzheimer en andere teloorgangen

Over 'Kleine helden zijn wij' van Stijn van der Loo

Verwant