Willem Jan Otten – Welkom

Een zoektocht in woorden gevat

Na de bundels Eindaugustuswind en Op de hoge lijkt dichter en essayist Willem Jan Otten in zijn nieuwe poëziebundel Welkom nog steeds niet te hebben gevonden wat hij zoekt. En dat hoeft ook niet, zo liet hij Vrij Nederland enkele jaren geleden weten, want: “Wie gevonden heeft, heeft slecht gezocht”. Maar toch is er een vorm van berusting: zijn gedichten zijn helderder en lichter van toon. Bovendien stelt Otten zijn vragen in deze bundel niet meer via omwegen maar rechtstreeks aan God. Het is of Otten je nu pas welkom durft te heten in zijn nieuwe denkwereld, die hij in de tijd rond zijn bekering in 1999 heeft leren kennen. Maar Otten is nog lang niet uitgedacht. Zijn bundel bestaat uit associatieve overdenkingen over afwisselende onderwerpen in gevarieerde stijl.

Dat dit wederom een echte Otten is, lezen we direct in de eerste regel van het openingsgedicht van de eerste reeks gedichten met de titel ‘Ochtenden’: “Hoe kon ik, strekking, weten dat ik deze zin zou zijn”. Het woord ‘strekking’ kwamen we ook al tegen in het gedicht ‘Eindaugustuswind’ uit de gelijknamige bundel. Toen was de strekking het raadsel en nu de dorst; in beide gedichten gaat het om het gemis, maar er is iets duidelijk geworden: wát er gemist wordt. Als we verder lezen in de eerste reeks komen we meer van deze herkenbare taal tegen. Bijvoorbeeld bij de metaforen van een sneeuwvlok, wak en eiland (lees: Vlieland) en zinnen zoals “wat je wees dat was je zelf” of “laat allebei je fijn / besluitloze vleugels / los” uit het tweedelige gedicht ‘Via Negativa’. Of bij prachtige, zelf geconstrueerde samenstellingen in het gedicht ‘Kattenluik’: ‘kattenluikzwak’ en ‘beginzindun’. Tenslotte zien we ook duidelijk Ottens hand in het anekdotische gedicht over een man die een stok werpt voor zijn denkbeeldige hond Vidocq.

Hij komt me tegemoet want nam
het bospad andersom en losjes
zwaait hij met zijn riem en roept
met onbetwist gezag
Vidocq,

of werpt een stok die hij dan volgt
met scherpe blik. Eén ding aan hem
is vreemd, althans zo menen sommigen
van ons: hij heeft geen hond.

Een sprookjesachtig gedicht: je leest wat er niet is. Op deze manier slaagt Otten erin om zijn existentiële boodschap tot in het diepst van zijn poëzie over te brengen: de zoektocht naar het onmisbare, dat niet aanwezig hoeft te zijn om aan te nemen dat het er is.

In de tweede reeks ‘Levenswerk’ zijn een aantal algemene gedichten samengepakt. Hierin wordt bijvoorbeeld een ode gegeven aan de linkerhand: de grote afwezige totdat de rechterhand uitvalt. Het gedicht is luchtig van toon, humoristisch ook:

Nooit heb je terdege neus
gepeuterd, nooit mijn rivaal
de hand gedrukt, de bal geworpen
naar de eerst honk.

Otten gebruikt meer sportbeelden in gedichten over tennis, voetbal en wielrennen. In het gedicht over de wielrenner Bahamontes ga je met hem mee de berg op, terwijl hij zich al zwoegend afvraagt wie hem het zetje heeft gegeven. En ook hier weer de herkenbaar queeste van Otten. Wie begon met deze zwoegtocht? Gaf hij zichzelf het eerste zetje of deed iemand anders dat? Of, zoals Otten in een interview met het Nederlands Dagblad verwoordde: “Ik zoek, omdat ik word gezocht.”

Otten schrijft geen belijdenispoëzie maar denkt, peinst en overweegt. Het meest concreet is hij in de derde reeks ‘Gerichte gedichten’, waarin hij poëzie en gebed met elkaar vermengt tot een zestal persoonlijke overdenkingen. Ottens denktocht eindigt in een oase van rust. Terwijl hij in zijn eerdere bundels nog vooral de schepping ondervroeg, de doop onderzocht en zijn bekering beredeneerde, richt hij zich nu rechtstreeks tot God. Niet meer vertwijfeld op zoek naar antwoorden, maar luchtig vragend in een berustende eenvoud en verklarende helderheid. Het meest geslaagd in deze cyclus is ‘Hoeveel weet ik van u’, waarin hij in een stapeling van beelden de ambiguïteit van zijn zoektocht weergeeft. Hij heeft gevonden, maar niet wat hij zocht.

 In het slotstuk van Ottens bundel, of zelfs van al zijn gepubliceerde poëzie, duikt het eilandbeeld weer op: voor Otten symbool voor een dichterlijke wereld, afgezonderd in taal en tijd. Het is stille zaterdag, de boot komt eens per jaar met Pasen. Op de boot staat de hoofdpersoon van het gedicht en hij ziet iemand op de kade wuiven. Hij wuift zelf ook. Maar wie begon met wuiven? Zie hier: weer het beeld van het begin van de zoektocht. Hij wordt in zekere zin aan het zoeken gezet, want vervolgens verkent de hoofdpersoon het eiland. Hij gaat op zoek naar het mysterie, waar hij alleen de taal van poëzie bij kan gebruiken. Het is een zoektocht waarin woorden worden gevonden, de rede wordt afgetast. Maar de rede heeft grenzen: het mysterie is niet verklaarbaar. En terwijl de hoofdpersoon zoekt, krijgt hij langzamerhand door dat er ook naar hem wordt gezocht. Aan het einde van de reeks namelijk een vergelijkbare situatie als aan het begin: nu staat de hoofdpersoon op de kade, op zoek naar degene die naar hem wuifde:

Je moest de nieuwelingen aan de reling zien
daar op de boot, eer je eindelijk begreep
hoe ongeneeslijk welkom jij hebt willen zijn,

toen jij daar wuifde, welkom als de zoon.

Hij zoekt terwijl hij gezocht wordt. Hij was allang welkom geheten: op het moment dat hij met Pasen aankwam. Hierin vindt Otten het einde van zijn bekeringsproces. Terwijl hij in zijn vorige bundels nog deinde op open zee, is hij nu aangekomen op het eiland en: “Eenmaal / binnen zult u niet meer weg, / tot u omhelst wat u beseft.”

Willem Jan Otten is er in deze prachtige bundel in geslaagd zijn zoektocht in woorden te vatten. Waarbij hij blijft afwegen, zoeken naar de juiste woorden, zinnen, beelden. Dat levert mysterieuze poëzie op, die je misschien tot op het bot kan analyseren maar waarvan het mysterie immer bewaard blijft. Poëzie die even mooi als kwetsbaar en bereikbaar is.

Omslag Welkom - Willem Jan Otten
Welkom
Willem Jan Otten
gedichten 2003-2008
Verschenen bij: Van Oorschot
ISBN: 9789028240988
69 pagina's
Prijs: € 0,00

Recent

24 juni 2019

'Bij elke oorlog gaat het zo: de mensen copuleren zich er gewoon doorheen'

Over 'De Aardappelcentrale' van Atte Jongstra
19 juni 2019

Het leven van de Oldenbarnevelts na de executie van Johan Van Oldenbarneveld

Over 'Onthoofdingen in de Hofstad' van Ronald Prud'homme van Reine
18 juni 2019

Het sektarisch gezelschap van Jacob Frank

Over 'De Jacobsboeken' van Olga Tokarczuk
17 juni 2019

Schuldig kinderspel

Over 'Het beroep van mijn vader' van Sorj Chalandon
14 juni 2019

Luisterrijk benoemen van het raadsel

Over 'Verborgen tuinen' van Anneke Brassinga

Verwant