Wiljan van den Akker – Verdwaald

Lezen zonder kompas

Recensie door Daan Pieters

Wiljan van den Akker heeft al enkele dichtbundels op zijn naam staan en schreef samen met Esther Jansma onder het pseudoniem Julian Winter ook een roman. Verdwaald is zijn eerste verhalenbundel. Een eerste vaststelling: dit is een zeer gevarieerd boek. Sommige verhalen bevatten fantastische elementen en doen onder meer denken aan de experimentele verhalen van de Argentijnse Julio Cortázar, andere zijn dan weer iets klassieker, maar in het algemeen lijkt de auteur toch veeleer te kiezen voor dromerige, verre associaties dan rechtlijnige verhalen met een duidelijke plot. Daarbij dreigt natuurlijk wel het risico dat ook de lezer verdwaalt.

Wiljan van den Akker is professor in de moderne letterkunde en een van die letterkundigen die de literatuur niet alleen onderzoeken en doceren, maar ook zelf bedrijven. Of dat een vruchtbare wisselwerking is, staat niet op voorhand vast. Zo is de Vlaamse letterkundige Paul Claes bijvoorbeeld een gewaardeerd literatuurkenner en vertaler, zijn eigen werk is ongenietbaar omdat het te cerebraal is.

Geen ontspanningsliteratuur

Het eerste verhaal, ‘De dodenvisser’, draait onder meer om ene Kueng (‘Niemand haatte hem, niemand hield van hem. Hij bestond gewoon’), een ‘dodenvisser’ die lijken opvist uit de rivier die door zijn Chinese gehucht stroomt, en een vreemdeling die onverwachts verschijnt. Het tweede verhaal, ‘Een levendige handel’, houdt dan weer verband met het eerste: het speelt zich af in dezelfde regio. Het hoofdpersonage, dat op zoek is naar zijn verdwenen dochter, komt daar via een folder in aanraking met ene Wei Gongsun, ook al zo’n ‘dodenvisser’.
Verbanden zijn er dus wel, maar de puzzelstukjes lijken – met opzet – niet in elkaar te passen en er worden meer vragen gesteld dan opgelost. In die zin is Van den Akker veeleisend voor zijn lezers: zij moeten aan het werk. Dit is geen vrijblijvende ontspanningsliteratuur, zoveel is duidelijk. Daar is niets mis mee, maar wellicht was het beter de bundel te openen met een van de toegankelijkere verhalen, zodat de lezer zich geleidelijk vertrouwd kan maken met de onconventionele verteltechniek van de schrijver.

Toen boeken nog verboden werden

‘Inzake de ovens’ speelt zich af in Roermond in 1901. Het gaat om een brief van een bibliothecaris die verboden boeken van de Index Librorum Prohibitorum moet laten verbranden. Die in 1966 afgeschafte lijst heeft overigens wel degelijk bestaan en werd in katholieke landen gebruikt om te beslissen welke boeken gelovigen al dan niet mochten lezen. De grootschalige boekverbrandingen in speciaal daarvoor bedoelde ovens in dit verhaal en de door besmette boeken overgedragen ziekten zijn fictief, maar dat boeken van de index lang onder de toonbank werden verkocht staat wel degelijk vast:

‘Het gaat hier om vunzige winkeltjes in achterafstraatjes waarin dubieus uitziende heren of juffrouwen tronen te midden van de afgodengalerij, die is bezwangerd door een giftige Sodom-atmosfeer. De klanten komen en gaan even geluidloos als de boeken die daar staan. Haastig wordt de catalogus bekeken, snel de keuze gemaakt, besmuikt vijf cent betaald.’

Zelfde setting ander standpunt

In het daaropvolgende verhaal, ‘Nieuwe reglementen’, krijgen we opnieuw te maken met een ander personage dat dezelfde setting vanuit zijn standpunt belicht: ene Van Ginniken heeft de taak om de verboden lectuur in de verbrandingsovens te vernietigen, maar komt op een dag in de verleiding om in zo’n verderfelijk boek te bladeren. De schrijver van deze bundel lijkt de lezer erop die manier toe te willen brengen om dezelfde situatie op meerdere manieren te beschouwen, om af te stappen van een eenduidig, monolithisch wereldbeeld en ruimte te maken voor meerduidigheid. Dat is een interessant uitgangspunt, maar in ‘Metamorfosen’, waarin op elkaar aansluitende situaties met uiteenlopende personages in Berlijn, Sydney, Amsterdam, Durban en Londen drijft hij dat procedé wel wat ver. Het verhaal wordt daardoor nodeloos ingewikkeld.

Ook ‘Het vermoeden’ begint raadselachtig, met de zin ‘Het lag er opeens’. Dat ‘het’ is iets mysterieus, een onbestemde, bezielde levensvorm: ‘Na een dag of tien was het duidelijk dat het daar zou blijven liggen. Uit niets kon worden afgeleid dat het zich ongemakkelijk voelde. Het begon eerder vastberadenheid uit te stralen. Onder invloed van het weer veranderde het voortdurend van kleur. Als de zon erop scheen, begon de buitenkant te iriseren waardoor het een blauwgroenige gloed kreeg. Zodra er een wolk tevoorschijn kwam, verdween de straling en werd het weer gitzwart.’

Soms lijkt het alsof de auteur de lezers bewust in het duister laat zitten tot hij het kaarsje voor hen aansteekt, maar het licht gaat nooit helemaal aan waardoor de mysterieuze spanning goed stand houdt. Het idee wordt nog verder uitgewerkt in het daaropvolgende ‘Opgelost’, waarin een muziekschool de deuren moet sluiten na een incident met een tot gigantische proporties uitgegroeid ‘iets’: ‘Even dachten we dat het door de wind kwam, maar iets enorms scheurde ze open, vulde de achterwand en schoof naar voren. Onstuitbaar perste het zich naar voren, vulde het podium en veegde de muzikantjes de orkestbak in. Het blurpte over de podiumrand, bedolf de gillende kinderen en bedekte de ene rij toeschouwers na de andere.’

Geslaagd verhaal

Het meest geslaagde verhaal is ‘Een mond vol knikkers’. Met veel ironische afstand en zelfspot voert Van den Akker daarin ene David op, een dichter die zich beweegt in de marginale sfeer waartoe de poëzie lijkt te zijn veroordeeld: een wereld van optredens voor anderhalve man en een paardenkop in schimmige achterafzaaltjes waar al sprake is van een groot succes als vrijwilligers na afloop enkele exemplaren kunnen slijten van de oplage van 200 exemplaren op handgeschept papier: ‘Nog even en David zou aan de beurt zijn. Er zou worden geklapt en langzaam zou hij naar de tafel lopen. Zelfverzekerd zou hij een glas volschenken om te laten zien dat zijn handen niet trilden. Vervolgens een beetje in zijn stapel papieren rommelen en zijn bril uit zijn binnenzak halen. Aandachtig bladeren, wenkbrauwen fronsen en een verbaasde glimlach tevoorschijn toveren. Alsof hem zojuist was geopenbaard welke gedichten hij kiezen moest.’ Uit het leven gegrepen, zoals dat heet.

 

Omslag Verdwaald - Wiljan van den Akker
Verdwaald
Wiljan van den Akker
Verschenen bij: Prometheus (2018)
ISBN: 9789044637533
200 pagina's
Prijs: € 21,99

steun-ons

Jaarlijks publiceert Literair Nederland ruim vierhonderd boekrecensies en literaire berichten mede dankzij donaties van lezers. Uw hulp om boekrecensies, interviews, columns en essays in de toekomst te laten verschijnen is nodig. Klik voor een bijdrage. Onze dank is groot!

Meer van Daan Pieters:

Recent

20 november 2019

Er is de voltooiing en er is het falen

Over 'Waagstukken ' van Charlotte Van den Broeck
19 november 2019

Wandelen langs de rivier

Over 'Dodeneiland' van Gerhard Meier
18 november 2019

Ingehouden roekeloosheid

Over 'De grom uit de hond halen' van Iduna Paalman
14 november 2019

Hoe te reageren op de belediging die seksueel misbruik is

Over 'Vallen is als vliegen' van Manon Uphoff
13 november 2019

Indrukwekkend interview met een groot schrijver

Over 'Wat is een appel?' van Amos Oz, co-auteur Shira Hadad

Verwant