7 maart 2011

Voorgoed voorbij – Jef Rademakers

Nooit tevreden

Recensie door Ingrid van der Graaf

In september 2010 kwam Jef Rademakers in het nieuws met zijn 19e eeuwse kunstcollectie die in de Hermitage van Sint Petersburg werd tentoongesteld. Een prachtige collectie van Romantische kunst. Daarvoor was Rademakers vooral bekend als televisiemaker. Hij lanceerde diverse programma’s op de Nederlandse tv, waaronder in 1978 De Geloof, Hoop en Liefde show. Dat Rademakers ook gedichten schrijft is minder bekend.

Onlangs kwam zijn derde dichtbundel Voorgoed voorbij uit. Rademakers schreef deze gedichten tussen 1998, het jaar dat zijn voorlaatste bundel Vurige tongen uitkwam en 2010. Het leverde een bundeling op van tweeënvijftig gedichten van wisselende kwaliteit en met dezelfde thema’s als in zijn voorgaande bundels, zo schrijft Rademakers zelf in een Ten geleide. Die thema’s zijn God, zijn vader, de hoeren, drank en de dood. Rademakers houdt zich niet op in het dichterscircuit, is geen podiumdichter. Hij is er ook wars van, al dat dichterlijk vertoon, getuige het volgende gedicht:

‘DICHTER DES VADERLANDS
Wie meedoet aan een dichtwedstrijd
En fraaie verzen afscheidt over oorlog,
onrecht en het lot der allochtonen

Die zullen ze belonen. Hij krijgt wat geld
en diep respect want hij is aardig en taalvaardig
en politiek ook zo correct

Doch, wie het leed van anderen zo edelmoedig
stelt boven zijn eigen klein verdriet,
is niet de tolk van gans het volk:
mijn soort van dichter is hij niet’

De gedichten lezen snel, je weet als lezer direct waar het over gaat, waardoor ze niet echt verrassen. Deze gedichten gaan, meer nog dan over God of de liefde, vooral over verlangen naar wat geweest is en men kijkt nooit vooruit. ‘ (…) Ik ben gehecht aan dat soort dingen: dromen, geuren en herinneringen.’ Als je dat eenmaal weet, wordt het zeer voorspelbaar. Rademakers zelf blijft op afstand in zijn gedichten en dat is opmerkelijk omdat hij toch vooral over zichzelf schrijft. En waar het persoonlijke geëtaleerd wordt, bekruipt je gelijk een gevoel van gene, omdat het er zo dik bovenop ligt, zoals in:

‘DE ZIN, DE DRANK, HET HUWELIJK
s’Avonds heb ik het hoogste woord.
Ik ga als onderwerp naar bed, maar
word als lijdend voorwerp wakker.

In het ochtendlicht zie ik mijn vrouw
met vreemde ogen:
ik herinner mij niets van het gezegde.

Ik ken geen derde persoon,                                                                                                                                                                                                                           alleen de kater en ik.
Vanavond ga ik verder
waar ik gebleven ben: proost!
Vaders lul is moeders troost.’

Rademakers koketteert ook graag en veelvuldig met de dood en zijn onvermogen gelukkig te zijn. Geloof je de dichter, dan wil hij liever vandaag dan morgen dit aardse leven verlaten en staat hij er vierentwintig uur per dag voor klaar, zonder overigens hier zelf de hand in te willen hebben. Er spreekt een speelsheid uit zijn gedichten waarmee hij de werkelijkheid schijnbaar wil ontvluchten, maar tegelijkertijd om aandacht schreeuwt: ‘( …) Ik stempel: telkens weer een halfgelukte / druk van ik, ik, ik. / Ik maak mijzelf waar. / Lees mij! Koop mij! Neem mij!’ Een speelsheid die ook tot vertedering leidt:

‘EERSTE LIEFDE
Vanwaar die mengeling van rust en wellust
waarmee ik mij des avonds
geheel alleen laat glijden
in dit ruim bemeten ledikant?

Geheim genot van schone lakens,
dekens en een gehaakte sprei
waaronder vroeger oma lag.
Meestal alleen, maar soms met mij.

Want in augustus ging ik daar logeren.
Kleinzoon en weduwe, een winning team
in bed. Niets kon ons deren.

Wij lachten om de oorlog en de dood.
Het enige einde dat wij vreesden
was dat van de vakantie.’

Je kunt je af vragen of de schrijver het zo bedoeld heeft, maar uit deze strofen spreekt een sfeer van sterke verbondenheid tussen een oma en haar kleinkind, een verbondenheid die heel de wereld buiten sluit. Het is van een mooiheid, die door de onschuld in die laatste strofe de vertedering wekt. Zoals Rademakers zelf in zijn Ten geleide toegeeft: is zijn ambitie beperkt en lijkt hij op een klein kind dat bij eb zandkastelen maak, zijn ouders roept om zijn werk te komen aanschouwen en wat de vloed daarna zal aanrichten, hoeft hij niet te weten. Daar kan nog aan toegevoegd worden dat de persoon uit Rademakers gedichten soms lijkt op een verwend jongetje dat na zijn verjaarsfeestje verveeld en misselijk naar bed gaat, en nooit tevreden is met wat hij heeft gekregen, omdat alles immers Voorgoed voorbij gaat.

 

 

Voorgoed voorbij
Jef Rademakers
Verschenen bij: Aspekt
Prijs: € 12,50

1 reactie

  • rein swart schreef:

    Het is ongeveer van hetzelfde niveau als zijn televisieprogramma’s vroeger. Uit die knop. Goed geschreven, Ingrid!





 

Meer van Ingrid van der Graaf:

29 mei 2017

Grasduinen in het poëzielandschap van Jozef Deleu

Over 'Het liegend konijn jaargang 15, nr. 1' van Onder redactie van Jozef Deleu
25 april 2017

Tijdschrift voor vertalers met verrassende opbrengst

Over 'Tijdschrift PLUK - De oogst van nieuwe vertalers' van Onder redactie van o.a. Anne Folkertsma, Betty Klaasse, Barbara de Lange, Anne Lopes Michielsen, Lisa Thunnissen
10 april 2017

De Duivelsverzen als vertrekpunt

Over 'Altijd Augustus' van Maria Barnas

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist