Virginia Woolf – Nacht en dag

Bevochten vrouwenrollen begin twintigste eeuw

Recensie door Irene Roemer

Nacht en dag (1919), de tweede roman van Virginia Woolf, vertelt op het eerste gezicht het geijkte verhaal van een aantal mensen die door onhandige keuzes en ongelukkig toeval in een precaire situatie terechtkomen waaruit geen uitweg mogelijk lijkt. Maar ondanks dat particuliere verhaal is Nacht en dag vooral ook maatschappijkritisch van ondertoon. In de nieuwe vertaling van Barbara de Lange is de roman honderd jaar later nog even relevant. 

Mary Datchet, een overtuigd feministe, valt voor een man die haar niet ziet staan, advocaat Ralph Denham. Ralph heeft sterke gevoelens voor een ander, de knappe maar ondoorgrondelijke Katherine Hilbery, die uit een gegoede intellectuele familie komt. Katherine verlooft zich op haar beurt met William Rodney, een pseudopoëet die nogal vol is van zichzelf, en William wordt nog tijdens hun verlovingsperiode hopeloos verliefd op Katherines nichtje, Cassandra Otway – met alle pijnlijke én komische gevolgen van dien. Klinkende porseleinen theekopjes, de grauwe straten en gehorige huizen van Londen en de typisch Britse omgangsvormen waarachter zoveel meer schuilgaat dan alleen beleefdheid, nuffigheid of ongemak maken Nacht en dag een karakterstudie en zedenschets ineen.

Vals ideaalbeeld

De onbegrepen liefdes, vileine grappen en talloze (thee)visites aan familie en kennissen doen denken aan Jane Austens Trots en vooroordeel, met als significant verschil dat daar, ondanks alle verwikkelingen, uiteindelijk toch het geluk zegeviert. Waar Elizabeth Bennet Fitzwilliam Darcy eerst veracht, moet ook Katherine Hilbery aanvankelijk niets van Ralph Denham weten. Keer op keer schatten ze de gevoelens van de ander verkeerd in. Maar als Katherine en Ralph elkaar uiteindelijk toch naderen, probeert Katherine de betovering tussen hen beiden te verbreken. Ralphs liefde is haars inziens een idee-fixe; geen echte verliefdheid, maar eerder het nastreven van een vals ideaalbeeld van de voor hem perfecte vrouw. Daardoor blijft er, ondanks het toch min of meer geruststellende einde, slechts een voorzichtig sprankje hoop op een goede afloop achter bij de lezer.

Contrasten in personages

Nacht en dag is uitgesponnen, maar nooit saai. Dat is onder meer te danken aan de diepte van Woolfs personages. Ze vertonen grote contrasten, zowel innerlijk als uiterlijk. Katherine Hilbery, met haar rationele, ongenaakbare uitstraling en rijzige schoonheid, verschilt als dag en nacht van haar nichtje Cassandra Otway (een speaking name), die lijkt op een frêle Française en haar aandacht nooit lang op één persoon, gesprek of hobby  kan vestigen. ‘De nichten leken samen een heel scala voortreffelijke eigenschappen te bezitten die nooit in één persoon verenigd en zelfs zelden in een handvol mensen bij elkaar wordt aangetroffen,’ schrijft Woolf, spottend haast. Ralph Denham is advocaat, schrijft zo nu en dan journalistieke stukken en draagt zorg voor zijn moeder, een weduwe, en zijn broers en zussen. Hij is het tegenbeeld van William Rodney, de onaantrekkelijke dichter met literaire ambities die Denham in de hitte van hun “strijd” om Katherines liefde bestempelt als een ‘veinzende, ijdele, bizarre fat’. Toch vervalt Woolf nergens in flat characters. Het scherpe contrast dient een doel, het serveert de lezer steeds een andere veronderstelde werkelijkheid, bezien en bevraagd door de afzonderlijke hoofdpersonages, en bewerkstelligt uiteindelijk compassie met hen die elk op hun eigen manier twijfelen over de zin van het bestaan.

Karakterontwikkeling

Woolf dwingt haar lezer zich onder te dompelen in hun psyche. Met scherpe blik en psychologische diepgang schetst ze de mechanismen die schuilgaan achter een handbeweging, het voorbereiden van de theebijeenkomst of de overdenkingen tijdens een namiddagwandeling. Elk gebaar, elke uitspraak is in het licht van hun eigenschappen volkomen geloofwaardig. Woolf kent haar personages als waren ze haar kinderen, maar spaart ze niet. Het uitgebreide onderzoek dat waarschijnlijk aan de karakteriseringen vooraf is gegaan legitimeert de soms wijdlopige stijl. De enige kanttekening is de dramatische ironie. Bij voorbaat wéét je dat er iets mis zal gaan, en dat gaat het dan ook. De uitgebreide innerlijke dialogen zijn dan eigenlijk overbodig. Als je als lezer al weet dat een handeling onherroepelijk ergens toe zal leiden is de gedachtestroom die daaraan voorafgaat minder boeiend. Maar omdat de karakterontwikkeling misschien wel een van de belangrijkste pijlers van het verhaal is, is dit niet iets om Nacht en dag op af te rekenen. De gemene deler is dan ook de verandering die zich voltrekt als personages hun eigen gedrag beginnen te ontleden. Katherine zou zich bijvoorbeeld liever op de wiskunde storten dan tegen wil en dank de literaire nalatenschap van haar opa, de beroemde dichter Richard Alardyce, te editeren. Ralph wil zijn toga aan de wilgen hangen en een knus huisje kopen, ver van zijn familie. Uiteindelijk komt de rode draad van Katherines rationaliteit langzaam maar gestaag los als ze tegenstrijdige gevoelens ervaart. Ralph beseft hoeveel zijn familie eigenlijk voor hem betekent en hoe moeilijk het is om zijn verantwoordelijkheid naast zich neer te leggen.

Onderhuidse borreling

Woolfs analyse van en kritiek op de overkoepelende culturele ideeën en mores maken Nacht en dag een roman van grote sociale en maatschappelijke urgentie. Opvallend zijn de strikte sociale regels en de onderkoelde maar uiterst beleefde wijze waarop iedereen met elkaar omgaat in het Londen van het begin van de twintigste eeuw. Nooit verheft iemand zijn stem, nooit bevecht iemand zijn lot op het scherp van de snede, maar onderhuids borrelt er van alles. Uit de relaties die de personages aangaan spreekt bovendien een zekere voorwaardelijkheid. Of, zoals Katherine in gesprek met Mary constateert: ‘Misschien zijn onze affecties wel de afschaduwing van een idee, Mary. Misschien bestaat er niet zoiets als affectie op zichzelf…’ De gegoede intellectuele kringen waarin vooral Katherine verkeert (en die tot op zekere hoogte parallellen vertonen met het milieu waarin Woolf opgroeide), worden op de hak genomen. De vooroordelen en hypocrisie die schuilgaan achter het perfecte beeld voor de buitenwacht brengt Woolf met haar stream of consciousness meesterlijk in beeld.
Het is dan ook geen toeval dat Katherine Hilbery en Ralph Denham in een van de sleutelscènes juist in de Londense dierentuin vrijuit van gedachten kunnen wisselen: daar voelt Katherine zich geen ‘gekooid wild dier’, daar lijken hun vooroordelen voor het eerst echt weg te vallen. Maar ook de tijdens hun verloving opgebouwde spanning tussen Katherine en William leidt tot een explosie. Het is prachtig en pijnlijk tegelijk.

Ook de uiteindelijke confrontatie tussen Katherine en haar vader is veelzeggend. In een felle discussie over de keuzes die ze maakt, laat ze haar emotie de vrije loop en weigert ze tegelijkertijd haar gevoelens tegenover hem te verantwoorden. Na hun ruzie stelt Trevor Hilbery voor samen Walter Scott te lezen. ‘Voordat zijn dochter kon protesteren of ontsnappen, werd ze al door tussenkomst van Walter Scott omgevormd tot een beschaafd mens.’ Die oplossing is illustratief voor hoe hij omgaat met problemen, en hoe alle generaties vóór hem deden: dek de onenigheid toe met de mantel der civilisatie, zorg voor remmingen en de zaak is gered. 

Feminisme

De feministische thematiek die Woolf in A Room of One’s Own (1929) zou uitwerken, schemert al door in Nacht en dag. Ze wordt niet alleen weerspiegeld in Katherines onwil zich te conformeren aan de gewoonten van haar familie, maar ook door Mary, die voor een suffragetteorganisatie werkt en thuis pamfletten schrijft om het onderwerp stemrecht voor vrouwen onder brede aandacht te brengen. Haar kamer wordt een broedplaats van verwachting, een symbool voor soevereiniteit: het in vrijheid nastreven van je idealen, zonder dat iemand over je schouder meekijkt. Vanuit de rollen die Katherine en Mary op zich nemen, toont Woolf genuanceerd verschillende vormen van feminisme. Katherine lijkt gevangen in haar familieomgeving en haar editeursrol, maar komt tegelijkertijd over als een onafhankelijke en ongenaakbare vrouw. Ze is in haar omgang met mannen rationeel en scherp, wat deze als bedreigend ervaren. Het traditionele huwelijk is eigenlijk niet aan haar besteed. Mary lijkt enerzijds star in haar overtuigingen, anderzijds minder streng voor zichzelf en haar vrienden, wordt hopeloos verliefd op Ralph en ontpopt zich vervolgens tot raadgever van alle ongelukkige geliefden. Uiteindelijk besluit ze toch haar eigen zakelijke plan te trekken en de prioriteit van een huwelijk te laten varen om de feministische zaak te dienen.

Woolf laat zien wat er gebeurt als mensen een pasklaar referentiekader (werken, trouwen, een gezin stichten) over de grillige werkelijkheid plaatsen en op hun eigen onvolkomenheden en niet waargemaakte verwachtingen stuiten. Ze legt de lezer indirect universele vragen voor. Moet je trouwen om gelukkig te zijn, dien je in de voetsporen van je familie te treden of juist de status quo te doorbreken, en is het erg als je (nog) niet weet wat je doel in het leven is? Nacht en dag biedt een boodschap die resoneert, zeker in een tijd waarin identiteit en individuele beweegredenen expliciet worden bevraagd en herzien.

 

 

Omslag Nacht en dag - Virginia Woolf
Nacht en dag
Virginia Woolf
Vertaling door: Barbara de Lange
Verschenen bij: Athenaeum
ISBN: 9789025309879
568 pagina's
Prijs: € 25,99

1 reactie





 

Meer van Irene Roemer:

Recent

6 augustus 2020

Hoe lang mag rouw duren en wie bepaalt dat

Over 'Berichten van het front' van Anna Enquist
4 augustus 2020

In het schaduwland

Over 'Het glazen hotel' van Emily St. John Mandel
31 juli 2020

Een gast op deze aarde

Over 'Tarabas' van Joseph Roth
27 juli 2020

De kracht van een nylonkous

Over 'Dragman' van Steven Appleby
24 juli 2020

Als de pasteitjes opraken wordt de val van Troje zichtbaar

Over 'De spiegel & het licht' van Hilary Mantel