2 december 2010

Recensie: Vatikanië. De geheimen van de paus – Stijn Fens

Recensie door: Machiel Jansen

Recensie door Machiel Jansen

Sinds in 2005 Benedictus XVI paus en bisschop van Rome is geworden, komt er nog maar weinig positief nieuws uit het Vatikaan. De incidenten en affaires vormen voor katholieken een weinig bemoedigend rijtje. In 2006 hield Benedictus een toespraak in het Duitse Regensburg waarin hij een citaat voorlas dat uitgesproken hard oordeelde over moslims. Het resultaat was verontwaardiging. Begin 2009 ontstond er tumult rond bisschop Williamson die opnieuw tot de kerk zou worden toegelaten en van mening bleek te zijn dat er geen gaskamers hadden bestaan tijdens de holocaust. In 2010 brengt Benedictus ‘extreem atheïsme’ in verband met nazisme. En vlak na het aantreden van de paus in 2005 barst het schandaal rond seksueel misbruik los dat tot op de huidige dag voortduurt. En alsof dat alles niet genoeg is, herhaalt het Vatikaan regelmatig de bekende conservatieve opvattingen over homo’s, condoomgebruik en de positie van vrouwen in de kerk.

Je zou bijna vergeten dat er ook katholieken zijn die ondanks alle negatieve publiciteit hun kerk een warm hart toedragen. Maar ze zijn er. Wie zich dat realiseert wil wel eens meer weten over de hogere regionen van het Vatikaan. Wat doen ze daar in Rome? Wat gebeurt er achter die oude muren en tussen die vele kunstschatten?

Voor mensen met zulke vragen schreef Stijn Fens Vatikanië, de geheimen van de paus. Fens is journalist bij de RKK en KRO, en al jarenlang werkzaam in Rome. Hij is de jongste zoon van de in 2008 overleden criticus en literator Kees Fens, die in het boek één keer van zich laat horen. Dat gaat als volgt. Vader Kees laat in Rome zijn zoon het graf van de enige Nederlandse paus, Adrianus VI, zien. Een groep Duitse toeristen onder leiding van een gids komt binnen en de gids vertelt luid en duidelijk dat Adrianus een Duitser is. Vader Fens grijpt onmiddellijk in. ‘Hij legt in schitterend Duits uit dat Adrianus als Adriaan Florenszoon Boeyens in Utrecht geboren werd en derhalve als Nederlander moet worden beschouwd.’

Vatikanië gaat over het Vatikaan, de stadstaat, de bestuurlijke organisatie, over de paus, zijn huishouding en zijn dagelijks werk. Fens schrijft ook over zijn persoonlijke ervaringen met en fascinatie voor het Vatikaan. Als kind is hij onder de indruk van al die Roomse pracht op het Sint Pieterplein en hij kust graag de ringen van de langs wandelende kardinalen. Hij weet meteen al wat hij wil worden: journalist in Vatikaanstad. Zijn ouders hebben duidelijk een grote rol in gespeeld bij de ontwikkeling van zijn fascinatie voor de Roomse kerk en het boek is dan ook aan hen opgedragen. Vader Kees kon er prachtig over schrijven en vertellen. Het katholicisme was voor hem de poort naar de Europese cultuurgeschiedenis. Iets daarvan moet van vader op zoon zijn overgedragen. Stijn wil dicht bij de katholieke wereld zijn, maar toch ook op een afstand blijven. Intiem en toch afstandelijk is ook de toon van dit boek. Fens deelt zijn kennis over en fascinatie voor het Vatikaan met de lezer, maar is waar nodig verfrissend kritisch. Nergens is hij dweperig of uitgesproken vijandig.

Fens maakte voor de KRO de TV serie Kijk, het Vaticaan (zie ook de oude site van uitzending gemist) en wie de serie heeft gezien, herkent regelmatig episodes in het boek. De serie bevat de plaatjes die het boek mist. Als Fens in het eerste hoofdstuk om Vatikaanstad heen loopt, moet de lezer het doen met beschrijvingen. In de serie is de wandeling grotendeels te zien. Het boek is echter veel levendiger, informatiever en scherper dan de TV serie. Ik zal een voorbeeld geven. Zowel in de TV serie als het boek komt het graf van Petrus ter sprake. De Sint Pieter is daarom op die plaats gebouwd en Bernini heeft zijn enorme baldakijn er bovenop gezet. Ergens daaronder moet dus Petrus begraven liggen. Er loopt een onderaardse gang waar de TV kijker inderdaad een graf ziet. De TV serie gaat vervolgens over naar een ander onderwerp maar het boek vertelt hoe en wanneer die gang is gegraven. Ook leren we dat het helemaal niet zeker is dat het werkelijk de botten van Petrus zijn die daar in het kistje liggen. Bovendien vertelt Fens ook nog eens dat zijn rondleiding daar grotendeels verpest is door een hinderlijke Amerikaanse toerist.

Fens schrijft leuk. Hij legt uit, maar schoolmeesterachtig wordt het nooit. Hij beschrijft de geschiedenis waar dat van pas komt, maar zijn interesse richt zich vooral op het heden. Hoe functioneert dit kleine ministaatje nu? Wie zijn al die mensen en wat doen ze nu elke dag? Er lopen vrouwen rond, maar wat is hun rol? Wat zijn nu precies kardinalen? Wat doet de secretaris van de paus? Op deze en soortgelijke vragen krijg je keurig antwoord.

Vatikaanstad is een ministaatje in Rome met de paus als absoluut vorst. Een gekozen absoluut vorst dat wel. Het hele bestuurlijke apparaat draait om hem. De soldaten van de Zwitserse garde sterven, als het moet, ook voor hem. Je zou kunnen zeggen dat de wereld van het Vatikaan draait om de paus zoals de zon om de aarde draait. Fens weet een fascinerend beeld op te roepen van een organisatie die weliswaar oud, antiek en grijs is maar nog altijd functioneert.

Bijna hilarisch is het hoofdstuk waarin verslag wordt gedaan van een reis die de paus maakte naar de Verenigde Staten. Fens werd ingeloot om als embedded journalist mee te reizen met de paus en zijn gevolg. Hij vertelt in detail hoe zo’n reis georganiseerd wordt. Het Vatikaan regelt alles vliegtickets, hotels, bussen en taxi’s. Er wordt wel verwacht dat je van begin tot eind meegaat en dat je je onderwerpt aan een regime van orde en regelmaat. Orde ontbreekt bij het binnengaan van het vliegtuig. Het is vechten met andere journalisten om het beste plekje in het vliegtuig. Zo dicht mogelijk bij de paus. In het vervolg van de reis wordt de groep door een medewerker van de Vatikaanse persdienst behandelt als een ouderwetse schoolklas. Orde en tucht moeten er zijn, en als er even niet goed wordt opgelet, worden ze op hun nummer gezet:
‘Journalisten kunnen helemaal niets. Ze kunnen niet lezen, ze kunnen niet schrijven en niet praten. En ik kan het weten, want ik werk al jaren met journalisten.’

Het verslag van de reis geeft een leuk kijkje achter de schermen van een pausbezoek. De andere hoofdstukken behandelen onderwerpen als Nederlanders in het Vatikaan, het huishouden van de paus, de Zwitserse Garde, Vatikaanstad en werken in het Vatikaan.
De laatste twee hoofdstukken zijn minder licht van toon. Fens sluit af met twee onderwerpen die als een molensteen om de nek van de kerk hangen. Als eerste behandelt hij de rol van homo’s in de kerk. Tegen homoseksuelen heeft de kerk niets, integendeel zelfs. Het aantal homoseksuelen in de kerk ligt hoogstwaarschijnlijk ver boven het gemiddelde. Een onderzoek onder Amerikaanse priesters kwam tot een schatting van 30 tot 48 procent. De kerk heeft wel bezwaar tegen homoseksuele daden die ‘intrinsiek ongeordend en in strijd met de natuurwet’ zouden zijn. Homoseksuelen moeten weliswaar met respect, begrip en fijngevoeligheid behandeld worden, zij moeten wel kuis blijven en een beroep doen op de deugd die zelfbeheersing heet. Dat dit niet altijd lukt, mag duidelijk zijn. Wanneer de pers er achter komt is er direct sprake van een schandaal. Zo holt het Vatikaan van het ene incident naar het andere. Er komen soms harde woorden over homoseksuelen uit Rome en vreemd genoeg zijn die nog wel eens afkomstig van prelaten die zelf homo zijn.

Fens sluit af met het hoofdstuk Allemaal geklets over de affaires rond seksueel misbruik. De titel verwijst naar een uitspraak van kardinaal Sodano, die dit jaar tijdens een pauselijke toespraak het woord nam en het had over ‘het geklets van het moment’. In zijn toespraak verzuimt de paus vervolgens om iets te zeggen over de affaires rond seksueel misbruik. Zelfs de journalisten zijn boos, en Fens ook.
Het hoofdstuk is een objectief geschreven samenvatting van een reeks affaires die maar niet wil eindigen. Fens beschrijft de twee posities die binnen de muren van het Vatikaan worden ingenomen. Een groep wil voortdurend door het stof en excuses laten horen. De andere groep vindt het nu wel welletjes. Er zijn immers al excuses aangeboden. Het is een treurig stemmend hoofdstuk. Het Vatikaan lijkt vooral goed te zijn in afwachten, zwijgen en te laat reageren. Het is een dinosaurus die behalve groot, oud en log, ook nog eens buitengewoon stram blijkt te zijn. Het boek eindigt dan ook met de overweging dat er toch iets moet veranderen wil het Vatikaan overleven.

De stramheid van de oude heren die het Vatikaan besturen straalt niet af op Stijn Fens. Hij heeft een leuk, informatief boek geschreven over het Vatikaan zoals we het nu kennen. Zijn vader zou trots op hem zijn geweest.

Vatikanië. De geheimen van de paus

Auteur: Stijn Fens
Uitgeverij: Athenaeum-Polak & van Gennep
Prijs: € 16,95

Recensie: Vatikanië. De geheimen van de paus
Stijn Fens
ISBN: 9789025367695

1 reactie

  • rein swart schreef:

    je zou toch maar embedded journalist in vaticaanstad zijn, toch moet je je toch af en toe op je hoofd krabben, lijkt me. een leuk verslag, machiel!





 

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

2 december 2010

Recensie door: Jaap M. Jansen

Over 'Anarchisme zonder structuur' van Stijn Fens
2 december 2010

Alles altijd anders - Marietje d‘Hane-Scheltema

Over 'Alles altijd anders' van Stijn Fens
2 december 2010

Recensie door: Maria Noordman 

Over 'Voltaire neemt alles en iedereen op de korrel' van Stijn Fens