Uwe Johnson – Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl

Moeder reconstrueert haar Duitse jaren voor haar dochter

Recensie door Adri Altink

‘Lange golven rollen schuin het strand op, welven fors gespierde ruggen, heffen trillende kammen, die omvallen als ze op hun groenst zijn. In die krachtige, al wit gestriemde kanteling wordt een ronde luchtholte omsloten die de heldere massa vervolgens verplettert alsof er iets geheims wordt gecreëerd en weer vernietigd’. Het is niet alleen een prachtige natuurbeschrijving, maar ook de metafoor voor de gebeurtenissen in een roman die de lezer overdondert. We staan tegenover de golven aan de kust van New Jersey in 1967, maar ook tegenover die aan de Oostzee in de eerste helft van de vorige eeuw. De roman is een machtig epos dat bijna 1600 pagina’s in beslag neemt.

De golven vormen het begin van Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl. Jahrestage van Uwe Johnson (uit te spreken op zijn Duits). In de Nederlandse titel is het Duitse Jahrestage terecht blijven staan al wisselde het van plaats ten opzichte van het origineel (Jahrestage. Aus dem Leben von Gesine Cresspahl). Dat heeft een goede reden. Jahrestage is een essentiëel begrip in deze geschiedenis waarvoor geen goed Nederlands equivalent bestaat. Het is niet simpelweg te vertalen als de dagen van een jaar. In de Engelse vertaling werd het Anniversaries. Dat komt al iets meer in de buurt. In deze roman zijn de Jahrestage de dagen in het beschreven jaar uit het leven van Gesine Cresspahl, maar ook  de reminiscenties aan dagen in het verleden die aan die van Gesine worden gespiegeld.

Gesine

Gesine Cresspahl is op 3 maart 1933 (het jaar dat de NSDAP van Hitler de macht greep en twee dagen voor de door hem uitgeschreven Rijksdagverkiezingen) geboren in het denkbeeldige stadje Jerichow (niet te verwarren met de werkelijk bestaande plaats van die naam in Saksen-Anhalt) in Mecklenburg, dat na de oorlog onder de DDR zou vallen.  De roman beschrijft haar leven in New York van 21 augustus 1967 tot 20 augustus 1968 – 366 dagen omdat 1968 een schrikkeljaar was. Ze is op 28 april 1961 naar de Amerikaanse metropool verhuisd met haar tienjarige dochter Marie, waar ze werkt als vertaler bij een bank. Daarvóór is ze vanuit de DDR via Tsjecho-Slowakije naar het westen gevlucht.

De golven die in New York bij haar aanspoelen zijn die van de herinneringen aan de Oostzee, waaraan Mecklenburg ligt, en van de contemporaine geschiedenis in het beschreven jaar van haar verblijf in het appartementencomplex Riverside Drive 243, aan de Atlantische Oceaan. De roman is een tapijt van verhaallijnen dat niet alleen een halve eeuw, maar ook twee continenten omspant; de lijnen komen afwisselend op de voorgrond. Gesine leest dagelijks over de Vietnamoorlog en de selectieve berichtgeving over slachtoffers daarvan, over rassenrellen en armoede in Amerika. Daartussendoor vertelt ze haar dochter Marie in min of meer chronologische volgorde het verhaal van haar familie in de tijd die beheerst werd door het nazidom en het Stalinisme.

Johnson

De auteur Uwe Johnson (1934 – 1984) had zelf, zo jong als hij was, het Derde Rijk van de nazi’s schipbreuk zien lijden en meegemaakt hoe de DDR werd gekneed onder de knoet van de Sovjets. Hij verloor al snel het geloof in de heilsstaat die door het communisme in het vooruitzicht werd gesteld (zijn vader stierf in communistische gevangenschap). Johnson vestigde zich in 1959 in West-Berlijn rond de tijd dat zijn grote roman Mutmassungen über Jakob (in 1990 in het Nederlands verschenen als Vermoedens omtrent Jakob) werd uitgegeven. Van 1966 tot 1968 woonde hij in New York op hetzelfde adres, Riverside Drive 243, als Gesine Cresspahl in Jahrestage. Zelfs het nummer van hun appartement, 240, komt overeen. Gesine Cresspahl en Johnson verbleven bovendien in dezelfde periode in New York.

Vier delen

Jahrestage verscheen in vier afzonderlijke delen tussen 1970 en 1983. Ze zijn in de Nederlandse vertaling, die bij Van Oorschot is verschenen, in één band opgenomen. Het eerste deel van Jahrestage, waarover deze bespreking gaat, bestrijkt de periode van 21 augustus tot en met 19 december 1967 en de herinneringen aan Gesines familie tot 1935.

Halverwege dit eerste deel staat een voorval, dat beslissend moet zijn geweest voor het concept van Jahrestage. De ‘schrijver Uwe Johnson’ duikt daar zelf op als personage in de roman. Hij spreekt het Jewish American Congress (JAC) toe over de Duitse geschiedenis. Er is wrevel onder de toehoorders, zeker als hij toekomt aan de kersverse benoeming van de bondskanselier van West-Duitsland die een NSDAP-verleden heeft (bedoeld wordt Kurt Kiesinger – Johnson veronderstelt dat de lezer dit soort feiten paraat heeft). Hij voelt hoezeer hij, ook als West-Berlijner, belast is met het Duitse verleden. Het lijkt waarschijnlijk dat dat het moment was dat hij een andere stem nodig had om zijn verhaal te vertellen. Dat wordt duidelijk doordat hij er in dit fragment voor kiest om in de zaal Gesine Cresspahl aanwezig te laten zijn: Gesine, die zich geneert voor haar geboorteland. Er volgt een gecursiveerd gezette zin, als een gedachte die bij hem opkomt: Wie vertelt hier eigenlijk, Gesine? / Wij allebei. Dat hoor je toch, Johnson. Het is de Gesine uit Vermoedens omtrent Jakob, waarop Johnson zijn Jahrestage laat aansluiten.

Cresspahl

Gesine Cresspahl, zo blijkt al snel, wilde afstand nemen van de kwaadaardigheden in haar geboorteland, maar ziet in haar nieuwe thuisland dagelijks om haar heen rassenhaat, antisemitisme en een vuile oorlog in Vietnam. Daarnaast is er de voortdurende berichtgeving over de nasleep van de Tweede Wereldoorlog in allerlei processen tegen nazi-misdadigers. Ze leest het tijdens haar dagelijkse consumptie van The New York Times, de krant die ze ‘tante’ noemt en die ze integraal spelt. Die berichten wisselen in de roman af met andere verhaallijnen. De belangrijkste daarvan wordt gevormd door wat Gesine haar dochter Marie vertelt over haar eigen voorgeschiedenis. Gesine is de dochter van Heinrich Cresspahl en Lisbeth Papenbrock. Deze Lisbeth komt uit een familie met Hitlersympathieën (de jongste broer van Lisbeth is al vóór 1933 lid van de SA). Maar naast deze grootmazige structuur zijn er diverse persoonlijke verhalen van inwoners van Jerichow in de jaren 30, die tezamen verbeelden hoe de opkomst van het nazisme wonden sloeg in het stadje en in individuele levens (zoals rassenhaat en de Vietnamoorlog dat in 1967/1968 in New York doen).

Verteller

Jahrestage is geen boek dat je snel leest. Om de volle zeggingskracht van de taal van Johnson te genieten moet de lezer doseren en zich concentreren, ja, zelfs passages hernemen. Sommige stukken laten zich moeilijker veroveren dan andere. De perspectieven wisselen nogal eens. Soms is de ‘ik’ de alwetende verteller, soms Gesine, soms als het ware de geest van de inwoners van Jerichow. Een enkele keer verdwaal je in een ingewikkeld betoog zoals dat over semantiek dat we lezen op 28 oktober 1967. Maar na die minder toegankelijke stukken wordt de lezer al weer snel in de vaart meegenomen door – vooral in dit eerste deel – de tragische geschiedenis van de ouders van Gesine. Verreweg de meeste beschrijvingen van Johnson zijn van een grote virtuositeit. Bijna elke karakterisering van een stadswijk of een gebouw is zo raak en geladen met geschiedenis dat zij een bijzondere diepgang krijgt. Dat geldt des te meer voor de typeringen van personen. Eén voorbeeld uit vele mogelijke: Dominee Methling van de Evangelische Kerk in Jerichow, waar Heinrich Cresspahl zijn dochter Gesine wil laten dopen, wordt bijvoorbeeld beschreven zoals hij ‘zichtbaar, voelbaar, hoorbaar’ is: ‘Een man van bijna twee meter en bovendien bijna honderd kilo, wiens toga om zijn buik wijd genoeg was maar bij de enkels te kort, zodat er onder zijn zwarte kiel vaak modderige laarzen te zien waren als hij de Stadtstrasse af liep, met opgeheven hoofd onderweg voor een huisbezoek, met gebogen hoofd achter Svensons lijkwagen, en net zoals zijn gemeenteleden hem in het ene geval liefst de zegen na zouden geven, vertrouwden ze in het andere geval zijn vertoon van deemoed niet’. En er zijn zijn opvattingen: ‘”Ras” hield Methling voor een aardse beperking die in de eeuwigheid opgeheven zou worden; hij wilde de Joden achten en liefhebben en tot het juiste geloof bekeren – alleen wilde hij niet door hen geregeerd worden (dat zou niet christelijk zijn)’.

Vooruitwijzingen

In dit eerste deel verwijzen tal van namen en toespelingen vooruit naar zaken die veel later pas een inkleuring zullen krijgen. Dat vraagt om zorgvuldige lezing. Op pagina 11 bijvoorbeeld valt de naam Jakob zonder dat veel lezers precies duidelijk zal zijn om wie het gaat. Pas op pagina 279 kan de lezer vermoeden dat hij de vader is van Marie, de dochter van Gesine. Johnson doet hier alsof zijn lezers bekend zijn met Vermoedens omtrent Jakob, dat gaat over de dood van de Oost-Duitse spoorwegbeambte Jakob Abs, de man van Gesine.

De gebeurtenissen in het jaar van Gesine Cresspahl in New York zijn soms duistere herinneringen (hier in deel 1, en in de nog te bespreken volgende delen in de Tweede Wereldoorlog en onder het stalinisme) aan wat er in de jaren 30 in Duitsland gebeurde. Neem bijvoorbeeld 9 november 1967, waarop Gesine de hele dag wordt gebeld door mensen die verkeerd verbonden zijn of raadselachtige meldingen hebben. Als de doden nou eens hun bek hielden staat er dan ineens als haar onuitgesproken gedachte. Het is waarschijnlijk een verwijzing naar dezelfde datum, 9 november, maar dan van het jaar 1938, de dag waarop Gesines moeder zelfmoord pleegde, maar dat zullen we pas lezen in deel 2.

En er zijn de reflecties tussen de twee verhalen. Gesine die in New York twijfelt tussen Duitsland en Amerika (dochter Marie kiest in gesprekken met haar nadrukkelijk voor Amerika) lijkt erg op de tweestrijd die haar ouders Heinrich en Lisbeth (ze hadden enkele jaren in Richmond bij Londen gewoond) hadden ten tijde van de geboorte van Gesine: blijven we in Duitsland of gaan we terug naar Engeland?

Jahrestage kan door zijn omvang van bijna 1600 pagina’s potentiële lezers afschrikken. Maar wie de moed heeft aan dit eerste deel te beginnen is waarschijnlijk al na enkele pagina’s verkocht. De volgende drie delen zitten bij Van Oorschot in dezelfde band. Zolang Covid-19 ons dwingt thuis te blijven is het een ideale aanleiding voor bingereading.

 


Dit is een deel 1 van een recensie over Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl. De volgende delen verschijnen binnenkort. Deel twee vindt u hier.

 

Omslag Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl - Uwe Johnson
Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl
Uwe Johnson
Vertaling door: Marc Hoogma m.m.v. Theo Veenhof
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot
ISBN: 9789028280441
1595 pagina's
Prijs: € 69,99

Meer van Adri Altink:

Recent

3 december 2020

Nieuwe uitgave van verhalenbundel die schuurt

Over 'Begeerte' van Manon Uphoff
30 november 2020

Verhaal van alle tijden opnieuw verteld in prachtige bundel

Over 'Vissenschild' van Liesbeth Lagemaat
26 november 2020

Met woorden alles mogelijk maken

Over 'Honderd hoge dagen' van Tomas Lieske
25 november 2020

De wereld op zijn kop

Over 'Piranesi' van Susanna Clarke
24 november 2020

Ambitieuze roman tegen de achtergrond van de nieuwe staat Zambia

Over 'De rook die dondert' van Namwali Serpell

Verwant