Uwe Johnson – Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl. Jahrestage

‘Ik heb je nooit de waarheid beloofd’

Recensie door Adri Altink

De vierdelige roman Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl. Jahrestage kent twee hoofdlijnen – onder vele andere. De ene wordt gevormd door de gebeurtenissen van 21 augustus 1967 tot en met 20 augustus 1968, zoals Gesine die dagelijks leest in de New York Times; de andere door het leven van haar en haar familie in Duitsland onder de nazi’s en na de oorlog in de DDR, zoals Gesine dat aan haar dochter Marie vertelt. In deel 2 wordt uit de gesprekken tussen Gesine en Marie steeds duidelijker hoe de wereld van moeder en dochter uiteenloopt. Marie is veel meer bezig Amerikaanse te worden dan haar moeder. In hun nieuwe thuisland verschillen ze van mening over racisme en de Vietnamoorlog. Waar Marie de Amerikaanse politiek wil begrijpen is Gesine daar afkerig van.

Verraad

Dat komt voort uit het feit dat ze geen gedeeld verleden hebben. De verklaring van Gesine is dat Marie zich geen voelbaar beeld kan vormen van oorlog. ‘Ze kan de oorlog in Vietnam niet zien. Al te precies heeft ze van mij gehoord hoe een oorlog aan de buitenkant eruitziet (…) Ze kent de ruïnes tussen de Avenues Amsterdam en Columbus, maar die werden niet door de bommen van de vijand ginds veroorzaakt maar door de sloopkogels van de grondspeculanten hier. De kleine winkeltjes op Broadway geven niet de geest doordat erfgenamen in de oorlog sneuvelen, maar door de dollars van de huur en de maffia [enz enz]’. Dat verschil tussen Marie als buitenstaander ten opzichte van Vietnam en Gesine met traumatische herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog leidt soms tot verwijten. Als Gesine Marie toevoegt dat ze niet in de gaten heeft hoe de Amerikaanse politiek van leugens aan elkaar hangt, antwoordt haar dochter: ‘Jij hebt jouw oorlog niet tegengehouden, en nu moet ik het voor jou doen!’

Andersom voelt Gesine hoezeer zij zelf buitenstaander is. Na de moord op Martin Luther King in april 1968 betuigt ze een zwarte medebewoner van haar appartement haar medeleven, maar krijgt als reactie: ‘Het spijt u niet Mrs. Cresspahl (…) Martin Luther King was een zwarte man zoals ik. U hoort bij de blanken’. Onder de indruk van die opmerking neemt ze Marie kwalijk dat zij als blanke een telegram aan Coretta King heeft gestuurd en maakt de weduwe daarvoor per brief zelfs excuses.

Gesine probeert voorzichtig de verschillende werelden van haar en haar dochter te overbruggen door parallellen te trekken tussen de VS van dat moment en het Duitsland van de jaren 30 en 40. Als Gesine vertelt dat haar vader voor de Engelsen werkte wekt dat bij Marie verbazing. Ze ziet het als verraad aan het vaderland. ‘Maar had zijn land niet ongelijk?’ vraagt Gesine waarop Marie reageert: ‘Gesine, heeft dit land [Amerika] niet [voor jou] ook ongelijk? (…) Kom jij daarom in actie om het te verraden? (…) Iedereen van jouw familie heeft de nazi’s in de kaart gespeeld, en Cresspahl al helemaal. Nu wil je tenminste van één de eer redden, en het liefst van jouw vader.’

Legpuzzel

Johnson spant in Jahrestage een ingenieus en weids samenstel van draden, maar het is aan de lezer om van al die losse draden het tapijt te weven. Al lezend word je meegesleept in steeds nieuwe verhalen waarvan niet meteen duidelijk is wat ze met elkaar te maken hebben. Tot ze elkaar ineens blijken te raken en verknoopt raken. Maar dat kauwt Johnson niet voor. Daardoor wordt de roman een fascinerende legpuzzel die een actieve lezer vraagt.
Je moet de fragmentarische informatie uit de vele verhaallijnen zelf integreren. Zo was er in deel 1 een passage over een zekere weduwe, Mrs Trowbridge. Er meldde zich een onbekende man op haar adres waar hij te horen kreeg dat ze is verhuisd vanwege geklaag van de buren over haar huilende baby. Waar ze naar toe is gegaan weet niemand. Het is een passage vol mysterieuze vragen. Wie was die man? Wie is Trowbridge? Haar man is blijkbaar gestorven. Was hij de vader van de baby? Maar vooral: wat heeft dit met Gesine te maken? Dat wordt pas in deel 2 geleidelijk duidelijk.

Een ander voorbeeld is de val van Gesine als kind in een regenton. Op pagina 54 van deel 1 wordt de gebeurtenis een paar keer tussen neus en lippen door vermeld, maar pas op pagina 469 van deel 2, vertelt Gesine het aarzelend aan Marie. Ook dit voorval blijkt in dienst te staan van het grote verhaal over haar ouders, vooral dat van haar moeder Lisbeth, en van een trauma van Gesine zelf: waarom greep haar moeder niet in? Het dwingt je bijna eerdere stukken te herlezen (zoals de aandachtige lezer misschien na lezing van het laatste deel de koffers zou willen pakken naar een onbewoond eiland om de hele roman in opperste concentratie nogmaals tot zich te nemen).
De regenton wordt een soort code tussen Gesine en Marie, als het verhaal van haar herinneringen stokt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als Gesine vertelt over de Kristallnacht in 1938 waarin haar moeder de NSB-burgemeester een klap in zijn gezicht gaf. Ze breekt het verhaal af. ‘Is het een regentonverhaal?’ vraagt Marie dan.

Waarheid

Er schuilt bij Johnson dan ook altijd een groter verhaal achter elke petite histoire. Johnson schrijft heel precies, zowel wanneer het gaat over New York en Amerika in 1967 en 1968, als wanneer Gesine vertelt over de jaren 30 in Duitsland. De verteller in de roman is exact in adressen en data en wat Gesine leest in haar New York Times wordt al even nauwkeurig verteld. Er zijn letterlijke citaten uit de krant en het wemelt van details over bijvoorbeeld de oorlog in Vietnam. Maar die precisie is er ook in waarnemingen zoals in de bijna ontroerende beschrijving van de scène waarin Marie een kakkerlak ziet baren.
Dergelijke details worden ook gegeven in de herinneringen van Gesine aan haar kinderjaren. Van een overlijdensbericht uit 1938 wordt niet alleen de exacte datum vermeld, maar ook de naam van de bezorger van de krant waarin het stond compleet met nummer van de jaargang en de abonnementskosten. Het zijn pogingen om de waarheid zo dicht mogelijk te benaderen. Maar wat zeggen die preciese feiten? Wat is die waarheid? Het is een punt dat eveneens opduikt in de gesprekken tussen Gesine en Marie over de herinneringen aan Duitsland:

‘Ik heb je nooit de waarheid beloofd’.
‘Zeker niet. Alleen jóúw waarheid’.
‘Zoals ik denk dat het was’.
‘Gesine, er zijn toch dingen die jij wél weet’.
‘(Gesine verwijst naar wat  ze verteld heeft over de manier waarop een NSDAP-burgemeester met een spreidstand de afstand van één meter mat) Maar ik weet niet waarom mijn geheugen dat heeft bewaard. Waarom niet een ander beeld, een zinniger gesprek?’

Ondanks die precisie – en die is er ook in de nauwgezette beschrijving van karakters, houdingen en zelfs mimiek van personages – zijn die herinneringen juist sferisch. Later in deel 3 zegt ze zelfs dat ze de betekenis van gebeurtenissen niet ervoer ‘door wat hij [haar vader] zei, maar meer nog door de informatie die wordt overgebracht door stemmingen, manieren van kijken, gelaatsuitdrukkingen’. Het geeft precies weer wat Johnson doet. Hij laat je kijken, maar verklaart niets. Johnson vertelt de lezer niet hoe verschrikkelijk het was maar maakt hem tot een toeschouwer die zelf moet oordelen.
Het is dan ook geen wonder dat Margathe von Trotta zich in 2000 toch aan een verfilming van het onverfilmbaar geachte Jahrestage waagde. Ze vond daarvoor juist steun in die werkwijze van Johnson om lezers een situatie in te slepen.
In de trailer van deze (eveneens) vierdelige film zijn bijvoorbeeld het regentonincident en de klap in het gezicht van de burgemeester te zien.

 

Zie hier de trailer: youtube.com/watch


Dit is de tweede van drie besprekingen van de roman van Uwe Johnson. De eerste aflevering leest u hier.

 

 

Omslag Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl. Jahrestage - Uwe Johnson
Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl. Jahrestage
Uwe Johnson
Vertaling door: Marc Hoogma m.m.v. Theo Veenhof
Verschenen bij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot (2020)
ISBN: 9789028280441
Prijs: € 69,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Adri Altink:

Recent

3 december 2020

Nieuwe uitgave van verhalenbundel die schuurt

Over 'Begeerte' van Manon Uphoff
30 november 2020

Verhaal van alle tijden opnieuw verteld in prachtige bundel

Over 'Vissenschild' van Liesbeth Lagemaat
26 november 2020

Met woorden alles mogelijk maken

Over 'Honderd hoge dagen' van Tomas Lieske
25 november 2020

De wereld op zijn kop

Over 'Piranesi' van Susanna Clarke
24 november 2020

Ambitieuze roman tegen de achtergrond van de nieuwe staat Zambia

Over 'De rook die dondert' van Namwali Serpell

Verwant