Tomoka Shibasaki – Lentetuin

Uitzicht op een huis met tuin

Recensie door Eric de Rooij

Het moet vanwege de Olympische Spelen zijn geweest dat Japan en Japanse auteurs dit jaar in de voorjaarscatalogi van diverse uitgeverijen zo’n prominente rol toebedeeld kregen. Van oude Japanse literatuur, zoals Kenko’s De kunst van het nietsdoen, naar de heruitgave van Het eigen lot van Kenzaburo Oe, een klassieker, of de hedendaagse bestseller van Toshikazu Kawaguchi, Voordat de koffie koud wordt: de Japanse literatuur lijkt in Nederlandse boekhandels nog nooit zo ruim aanwezig te zijn geweest. Met het uitstel van de Olympische Spelen naar 2021, wacht ons volgend jaar hopelijk nog zo’n vloed aan uit het Japans vertaalde literatuur.
Veel titels dus. Maar misschien bracht uitgeverij Zirimiri, die volgens hun website ‘gespecialiseerd is in literatuur uit kleinere en zelden vertaalde talen’, wel het meest intrigerende boek uit: Lentetuin van Tomoka Shibasaki. Shibasaki (1973, Osaka) heeft in de afgelopen twintig jaar een klein oeuvre opgebouwd dat in haar geboorteland niet onopgemerkt is gebleven. Twee romans (waaronder haar debuutroman uit 2000) werden verfilmd en voor Lentetuin (Haru no niwa) won ze de Akutagawaprijs, in Japan een belangrijke literaire prijs.

View Palace Saeki III

Lentetuin is een roman zonder hoofdstukken van nog geen 130 pagina’s. Hoofdpersoon is Taro. Voor zijn scheiding manager in één van de kapsalons van zijn schoonvader, maar nu verkoper in een bedrijf ‘dat zich bezighield met publiciteitswerk, zoals het ontwikkelen van marketingtools en stands op beurzen’.  De vage omschrijving van zijn werkzaamheden past bij de hoofdpersoon die geen opzienbarende ondernemingslust toont en een teruggetrokken, kalm leven leidt in een appartementencomplex: View Palace Saeki III, dat op de nominatie staat om gesloopt te worden. De meeste bewoners zijn al vertrokken, slechts een paar appartementen zijn nog bewoond. De appartementen in View Palace Saeki III hebben allemaal een naam van een dier uit de Chinese astrologie. Op het titelblad zie je zes van deze dieren afgebeeld. Taro woont in Zwijn, je hebt buurvrouw Slang en buurvrouw Draak. Deze drie personages, maar ook de andere bewoners, hebben allemaal eigenschappen die ook bij deze dieren horen. Buurvrouw Slang kan Taro indringend aankijken en de mensen die in flat Hond woonden zijn braaf vertrokken, de bewoners van flat Aap maken een hoop kabaal en constant ruzie. Shibasaki speelt met de dierenriem; levens zijn bestemd door hun ‘sterrenbeeld’. Natuurlijk moet Taro, die tot weinig te porren is, in het huis van het Zwijn terecht komen.

Tussen zwijn en draak

De roman begint als Taro zijn buurvrouw bij toeval gadeslaat terwijl zij met een schetsboek in de hand het blauwe – westerse – huis aan de overkant observeert, een huis met tuin. Schielijk schiet zij weg als ze ziet dat ze wordt bekeken. Dankzij bemiddeling van een andere buurtvrouw, mevrouw Slang, komen de twee in contact. Nishi heet de vrouw, buurvrouw Draak, die een stuk avontuurlijker en extraverter in het leven staat dan Taro en hem bij een volgende gelegenheid al vraagt te helpen bij haar onderzoek naar het blauwe huis.

‘Daar komt last van, dacht Taro. Hij had nog nooit meegemaakt dat uit zo’n verzoek iets goeds voortkwam, en met hun “mag ik?” formuleerden ze het dan wel in de vragende vorm maar doorgaans lieten ze je geen keus.’

Nishi nodigt Taro uit voor een etentje in een izakaya (eetcafé). Daar laat ze hem een fotoboek zien dat Lentetuin heet. Het boek gaat over het blauwe huis, gebouwd in 1964 (het jaar van de Olympische Spelen) en toont het gewone leven van de vroegere bewoners, een actrice en een regisseur van reclamespots. De meest favoriete foto van Nishi is die van de badkamer: ‘De muren en de vloer hadden mozaïektegels die in schakeringen van geelgroen naar groen een dessin weergaven.’ Uiteindelijk wordt dat Nishi’s grote doel: de badkamer met eigen ogen zien. Dat is niet zo eenvoudig. In het blauwe huis dat eerst leeg staat, komen nieuwe mensen wonen. Ongemerkt naar binnensluipen zal niet gaan. Daarom sluit zij, op succesvolle slinkse wijze, vriendschap met het Amerikaanse echtpaar – en even denkt de lezer aan de film Parasite, al eindigt het boek minder dramatisch dan de film.

De stad is nooit af

Het gaat Shibasaki dan ook niet zozeer om het vertellen van een spannend verhaal, noch een liefdesgeschiedenis – want tussen Nishi en Taro gebeurt nagenoeg niets (zoals dat in het dagelijks leven tussen buren ook gaat). Met Lentetuin laat Shibasaki de eenzaamheid van een grote stad als Tokio zien, waarin alle mensen dag in dag uit hun gewone bestaan leiden. Zo’n wens, het binnentreden van het blauwe huis, staat in contrast met hoe de dagelijkse sleur voor velen verloopt in een stad die nooit af is.

‘Op het station van Shinjuku, waar hij overstapte, waren de werkzaamheden in de ene doorgang nog niet goed en wel achter de rug of er begonnen alweer werkzaamheden in een andere doorgang. Ook dertien jaar geleden al, toen Taro naar Tokio kwam (…) waren er in dit station werkzaamheden aan de gang en sindsdien waren ze voortdurend wel ergens bezig, de afgelopen paar jaar zelfs zowat overal. Die werkzaamheden zijn eindeloos, dacht Taro, er komt pas een eind aan als het station niet langer zal worden gebruikt.’

Melancholie, vervreemding en humor

Het zijn deze wat melancholieke overpeinzingen die Lentetuin kleur geven, evenals de kleine details die als heel gewone zaken maar daardoor ook zo vervreemdend verteld worden. Zoals de stamper en een vijzel ‘ter grootte van een theekop’ die Taro gebruikt heeft bij het verpulveren van zijn vaders gebeente. Shibasaki’s humor is dan op haar best: ‘Zijn vrouw had meermaals gezegd dat hij ze ergens veilig moest opbergen als ze hem zo dierbaar waren, anders zou zij ze per vergissing nog gebruiken bij het koken.’
Die melancholie, vervreemding en humor maken nieuwsgierig naar ander werk van Shibasaki. Hopelijk gaat Luk van Haute, ook bekend van zijn Murakami-vertalingen, geïnspireerd verder, zodat het uitstel van de Olympische Spelen naar 2021 ook weer een nieuwe Shibasaki oplevert.

 

 

Omslag Lentetuin - Tomoka Shibasaki
Lentetuin
Tomoka Shibasaki
Vertaling door: Luk van Haute
Verschenen bij: Zirimiri Press
ISBN: 9789490042172
128 pagina's
Prijs: € 19,50

Meer van Eric de Rooij:

Recent

21 oktober 2020

Een aardig plot in een opsommerige stijl

Over 'Een vrouw van de wereld' van Thomas van Aalten
20 oktober 2020

Reconstructie van ingrijpende gebeurtenissen

Over 'In sluitertijd' van Adriënne Schouw
19 oktober 2020

Een dunne lijn tussen feit en fictie

Over 'Eenzaam, de dapperen' van Olga Majeau
16 oktober 2020

Een lied van hoger honing

Over 'Winterbijen' van Norbert Scheuer
15 oktober 2020

Detective over verlies en ouder worden

Over 'Zo tedere schade' van Hans Vervoort

Verwant