Tim Overdiek – Zwijgende vaders

Diepgravend onderzoek overschaduwd door zweverigheid

Recensie door René Leverink

Meer dan een half miljoen Nederlandse jongens en jonge mannen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter gedwongen in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken. Over hoe dat ging en welke gevolgen dit had voor de tewerkgestelden is bar weinig bekend. Wie terugkeerde, soms na jarenlange dwangarbeid, deed er doorgaans het zwijgen toe. Zo ook de vader van journalist en schrijver Tim Overdiek. In Zwijgende vaders, Het onbekende verhaal van de dwangarbeid doet hij een poging te achterhalen hoe het zijn vader in Duitsland verging en waarom er thuis altijd over werd gezwegen: ‘Ik wil Paul Overdiek weer tot leven brengen’, schrijft hij. Het is goed dat Overdiek deze voor veel van zijn generatiegenoten herkenbare problematiek heeft onderzocht. Toch schuurt er iets. 

Paul Overdiek sterft op 27 april 1978. Hij is 55 jaar oud. Zijn zoon Tim is net dertien en voelt ‘een stiekeme opluchting’, want bepaald makkelijk was zijn vader niet geweest. ‘Hij was een grootmeester in het verbaal oorlog voeren. Of keihard zwijgen. Ik wist het niet met hem.’ Vader was een ‘grillige tijdbom’, die zonder waarschuwing kon ontploffen. Maar hij kon ook heel lief zijn en ‘superleuke dingen’ met zijn kinderen doen. Overdiek, inmiddels zelf ouder dan zijn vader is geworden, vraagt zich af in hoeverre de onberekenbaarheid van zijn vader het gevolg kon zijn van diens jarenlange dwangarbeid tijdens de oorlog in een metaalfabriek in Krefeld. Zelf wilde zijn vader daar nooit over praten. ‘Ja ja, dat was een rottijd’, zei hij dan en liep weg. 

Foto als startpunt

Paul Overdiek was niet de enige die ervoor koos te zwijgen over zijn tijd in de Duitse oorlogsindustrie. Toch lukt het zijn zoon Tim behoorlijk wat informatie boven tafel te krijgen over de tijd in Krefeld. Zijn startpunt is een foto die zijn vader had bewaard. Er staan zestien mannen op, sommigen geknield, anderen gebukt en de achterste rij recht overeind, als op een voetbalelftalfoto. Een van de gefotografeerden is Paul. De mannen zien er goed uit, de sfeer lijkt ontspannen, iemand speelt zelfs op een banjo. Overdiek herkent een paar gezichten op de foto; in de jaren na de oorlog was er wel sprake van wederzijds familiebezoek. Er zijn meer foto’s uit Krefeld, maar Paul Overdiek is verder nergens te bekennen – misschien omdat hij zelf de fotograaf was. 

Overdiek zoekt de nabestaanden van de mannen op de foto op en merkt dat zijn generatiegenoten veelal dezelfde ervaringen hebben als hij – vader was nooit erg mededeelzaam geweest over de ‘Arbeitseinsatz’. Was het schaamte, verdringing? Feit is dat lang niet iedereen gehoor gaf aan de oproep van de bezetter. Velen doken onder. Was het dan niet een vorm van vrijwilligheid, en feitelijk zelfs landverraad, als je je wél netjes meldde en naar Duitsland liet brengen? Zo beschouwd (en het werd na de oorlog vaak ‘zo beschouwd’) is dat zwijgen goed te begrijpen. Toch komt Overdiep in zijn onderzoek nog veel te weten over de mannen in Krefeld en hoe ze daar hun tijd doorbrachten.

Door de week was het keihard werken in de snikhete staalfabriek. Het eten was vies, karig en nauwelijks voedzaam, het onderkomen een slecht verwarmde, vochtige barak. Overtredingen en wangedrag werden zwaar bestraft, soms met opsluiting. Van zijn vader wist Overdiek dat die na een conflict (‘Pa zou een lepel naar een Duitser hebben gegooid’) een paar dagen in een bunker werd opgesloten waarin hij niet rechtop kon staan. Toch was er ook ontspanning. In het weekend trokken de mannen Krefeld in om bier te drinken. Kerkbezoek was mogelijk. En soms had men verlof en werd er met de trein naar huis gereisd. Uit de foto’s en de dagboeken die Overdiek onder ogen krijgt, blijkt dat er sprake was van veel kameraadschap en onderlinge loyaliteit onder de dwangarbeiders. 

Buiten beeld

Gaandeweg ontstaat zo een goed beeld van de manier waarop de ‘Arbeitseinsatz’ in zijn werk ging en leren we verschillende lotgenoten van Paul Overdiek wat beter kennen. Alleen over hemzelf komen, tot grote frustratie van de schrijver, we weinig tot niets te weten. Zijn vader blijft letterlijk en figuurlijk buiten beeld, zowel tijdens als na de oorlog. De vragen uit het begin van het boek blijven onbeantwoord. Wat ging er werkelijk om in het hoofd en het hart van zijn vader? ‘Hoe is hij geworden wie hij was? Waar heeft hij afslagen in zijn leven gemist? Welke onmacht heeft hij gevoeld? En net zo belangrijk: hoe ben ik daardoor geworden wie ik ben?’

Hm, ‘net zo belangrijk’? Het lijkt erop dat Overdiek het gebrek aan informatie over zijn vader tracht te compenseren met aandacht voor zichzelf. Overdiek is niet alleen journalist en schrijver, maar ook ‘therapeutisch mannencoach’, zoals op de achterflap van het boek vermeld staat. Daarom begrijpt hij hoe het komt dat twee zoons van een (overigens foute) dwangarbeider aanvankelijk zo boos reageren als Overdiek hen benadert voor een gesprek: ‘Als therapeutisch coach weet ik hoe oude emoties dicht aan het oppervlak zitten.’

En dat niet alleen: hij begrijpt ook zijn eigen reacties. Overdiek belt met Henry Kissinger, die na de oorlog een rol had in het normaliseren van de situatie in Krefeld: ‘Ik merk hoe het me raakt als hij het over “your father” heeft. Mijn papa.’ Een oud-collega op de leerfabriek waar Paul Overdiek na de oorlog bescheiden carrière maakte, zegt: ‘Het was wel duidelijk dat hij het in het leven heel zwaar heeft gehad.’ Waarop Overdiek schrijft: ‘Ik voel mijn hart verzachten.’ Verderop noemt hij zich zelfs ‘een kind van de oorlog’.

Hij voelt een door de historicus en tv-maker Hans Goedkoop uitgesproken zin over het in ere houden van de 4 mei-herdenking, ‘in alle vezels van mijn lijf’. Na zijn zoektocht naar de feiten vraagt Overdiek zich af of hij ‘ook emotioneel dichterbij [zijn vader is] gekomen’. Opnieuw duikt de therapeutisch coach op. Overdiek beschrijft hoe hij tijdens een mannenworkshop ‘in een zweethut’ ging om ‘half hallucinerend zowaar mijn vader ‘tegen te komen’’. Tijdens een ‘tantrafestival’ nam hij deel aan een sjamanistisch ritueel, waarbij hij zich ‘half gehypnotiseerd kon verplaatsen naar de dodenwereld, waar hij het sterven van zijn vader herbeleefde, waarbij ‘kinderlijke razernij’ om het in de steek laten omslaat in vergiffenis schenken. Tijdens een ‘ayahuasca-ceremonie’ in 2023 kwam hij wederom in contact met zijn vader: ‘ik nodigde hem uit in mijn hart’. Het is bijzonder jammer dat Overdiek zijn diepgravende en verhelderende journalistieke prestatie laat overschaduwen door iets wat veel lezers als zweverige onzin zullen beschouwen. 



Omslag Zwijgende vaders - Tim Overdiek
Zwijgende vaders
Tim Overdiek
Het onbekende verhaal van de dwangarbeid
Verschenen bij: Balans (2024)
ISBN: 9789463823395
256 pagina's
Prijs: € 22,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Geef een reactie





 

Meer van René Leverink:

Recent

Literatuur als instrument voor zelfontdekking
22 mei 2024

Literatuur als instrument voor zelfontdekking

Over 'Hij/hem – Een ABC van regenboogboeken' van Redactie: Eric de Rooij, Coen Peppelenbos en Doeke Sijens
Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe
21 mei 2024

Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe

Over 'Meisje ontmoet jongen ' van Ali Smith
Zwijgen als vorm van zelfbehoud
20 mei 2024

Zwijgen als vorm van zelfbehoud

Over 'Wat wij verzwijgen' van Aisha Dutrieux
Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje
18 mei 2024

Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje

Over 'Oever' van Ludwig Volbeda
Zusterschap zonder macht van klasse of ras
17 mei 2024

Zusterschap zonder macht van klasse of ras

Over 'Feminisme is voor iedereen (herziene editie)' van bell hooks

Verwant