Thomas Möhlmann – Dankbaar lichaam, Een liefdesverhaal in gedichten)

Uitdrukkingen van andere schrijvers als struikelstenen

Recensie door Hettie Marzak

In een klein dorp, waar iedereen elkaar kent, arriveert een jongen die er heel anders uitziet dan de meeste dorpsbewoners gewend zijn, tenger en haast vrouwelijk:

‘[…] zo’n
 jongen die doet of hij een meisje is, zijn vriendelijke

 glimlach, witte tanden, zijn lippen die speels omhoog
 krullen, die engelachtige lokken die omlaagregenen
 langs zijn jukbeenderen, ik moet er niets van hebben.’

De man die deze woorden uit, beschrijft daarmee de mening van het hele dorp, dat vijandig staat tegenover vreemdelingen in het algemeen en deze jongen in het bijzonder. Toch wordt juist de dochter van deze man verliefd op de jongen. Als reactie daarop slaat de vader de jongen met een stoel tegen de grond. Later drijft het lijk van de jongen in de rivier. Het meisje probeert zelfmoord te plegen door zich op te knopen, maar haar vader weet dit net op tijd te verhinderen. Ze blijkt zwanger te zijn.

Liefdesverhaal

Dat is het verhaal, ‘een liefdesverhaal in gedichten’, zoals de ondertitel luidt. De bundel is samengesteld uit een proloog, drie afdelingen die respectievelijk Liefde, Tijd, en Dood getiteld zijn, gevolgd door een epiloog. De middelste drie afdelingen worden voorafgegaan door een citaat uit een Engelstalig lied.

De proloog springt in het tweede gedicht Liefde al meteen in het midden van het verhaal: in een café krijgt iemand ineens een stoel in zijn gezicht geslagen. Die ‘hij’ blijkt de jongen te zijn, die slechts één keer in de hele bundel met zijn naam Momo wordt aangeduid. Zes mannen die hierbij aanwezig zijn, stamgasten en waard, geven later commentaar op deze gebeurtenis; tegen wie ze hun verhaal doen, wordt niet duidelijk. Later in de epiloog komen zij in omgekeerde volgorde weer aan het woord. 

Wim

‘Als je het precies wilt weten moet je niet bij
 mij zijn ik was moe  en had al wat gedronken
 ik ben geen makkelijke prater sowieso ik kijk

 als niemand kijkt soms naar de sterren buiten
 boven onze domme koppen en weet dan niets
 te zeggen en weet dan het is niets het is niet erg

 we duren zolang het duurt en strompelen als
 het tijd is naar huis staan binnen in de deuropening
 nog even naar onze kinderen te staren schudden

 al bijna afwezig een loos verlangen van onze schouders
 leggen ons stil naast de moeder  van onze kinderen neer

 het is niets en het is niet erg.’

Meerstemmige klanken

Het geheel doet denken aan Under Milk Wood van Dylan Thomas, waar zes stemmen het verhaal vertellen. Of de verteltechniek van William Faulkner in The sound and the fury of in As I lay dying, waar ook verschillende stemmen van eenzelfde gebeurtenis belichten en die Hugo Claus inspireerde tot zijn roman De MetsiersDe stoel is een belangrijk gegeven: de afdeling Tijd bestaat uit acht gedichten waarin een stoel centraal staat. Zo is er de stoel die de jongen in zijn gezicht krijgt en de stoel waarop het meisje gaat staan om zich op te hangen: ‘[…] hier wacht de stoel, hier hangt het touw.’ 

Maar ook is er twee keer een gedicht te lezen dat De kinderen is getiteld, in het begin en aan het einde van de bundel. Het zijn twee gedichten die doen denken aan zangerige kinderrijmpjes, aftelversjes, waarbij het meer om het ritme dan de betekenis gaat. Ze lijken identiek, maar verschillen in enkele woorden. Ze fungeren als een intermezzo, als een Grieks koor dat in een reizang afstandelijk commentaar levert op de gebeurtenissen zonder daarbij in te grijpen. 

Literaire zoekplaat

In de afdeling Liefde is het naamloze meisje aan het woord. Ze vertelt over haar ontmoeting met de jongen, die op blote voeten uit het niets kwam. In parlando en prozagedichten vertelt ze hoe ze de liefde bedreven, één keer slechts. Er wordt al vooruitgewezen naar hoe de jongen straks als een dode Ophelia in de rivier zal drijven:

‘ik ben alleen en drijf traag door de lucht, we zijn fijner in een stapel, staren door tralies, verwijten onze liefste niets, ik ben alleen en zink langzaam tot de bodem, wier voor mijn ogen, honing op mijn wangen, bloesems in mijn haar en de rivier is als jouw schoot, je wiegt me naar beneden, we zijn fijner en staren, ook als we wegzinken in de laatste stuiptrekkingen van het feest, als de band zichzelf in slaap speelt, als alle kaarsen uitgewapperd zijn, het donker en koud wordt, lig ik tussen je benen, met mijn ogen dicht, alsof je mijn broertje  of mijn zusje was.’ 

Vergeet wat je gelezen hebt

Binnen deze afdeling is er een cyclus van gedichten samengebracht onder de titel Hooglied. Hier spreken zowel de jongen als het meisje over hun liefde. In de aantekeningen achter in de bundel vertelt Möhlmann dat deze onderafdeling ‘rijkelijk uit de Bijbel put’. Toch is het niet de Bijbel, maar de 27 liefdesliedjes van Judith Herzberg die door de gedichten sterk in het geheugen worden gebracht. En dat is gelijk wat storend werkt, er zitten zoveel verwijzingen en parafrases van andere literaire werken in Dankbaar lichaam, als ook veel citaten die al dan niet letterlijk zijn gebruikt, dat je als lezer argwanend blijft zoeken naar waar die zinsnede of versregel vandaan komt, alsof je bezig bent in de boeken van Waar is Wally?

Elke keer herken je weer een uitdrukking van een ander, als een struikelsteen in het gedicht. Het gedicht wordt een zoekplaatje, de leeservaring wordt daardoor naar de achtergrond gedrongen en dat is jammer. Zo kwamen Dylan Thomas en Faulkner al voorbij, Judith Herzberg en Vasalis, wier versregels uit De idioot in het bad door Möhlmann zelf al aangegeven worden in de aantekeningen, maar ook Paul Celan met zijn onvergetelijke Todesfuge zien we terug in ‘mijn / melkmeisje, mijn asgrauw, mijn zwart slangen- / kind’ en in ‘asbaklokkige’ verderop in hetzelfde gedicht Waar.

Jammer is ook dat verhaallijnen die in het begin worden aangegeven, later niet worden uitgewerkt. De komst van de jongen, zijn naam, maar vooral zijn tweeslachtige sekse leken een aanduiding te zijn, maar blijven een belofte die niet wordt vervuld. Het blijft een raadsel waarom de jongen als ‘wijfjoch’ betiteld wordt, tenzij om de ergernis van de dorpsbewoners op te wekken. Daarom blijven de volgende strofen van het gedicht Nog staat de stoel in het luchtledige hangen: 

‘[…]
 een dankbaar lichaam neemt genoegen met wat
 het gegeven werd, je bent als man geboren en
 je blijft je geboorte trouw, waar werd een kiem 

 je hoofd ingeduwd dat je geboren werd als vrouw,
 en waar als je nu eenmaal nu een meisje blijkt
 brengt dat bewustzijn je nu verder, nou? […]

Dankbaar lichaam is zeker een mooie bundel, maar om hem ten volle te kunnen waarderen moet je als lezer alles vergeten wat je ooit gelezen hebt.

 

Omslag Dankbaar lichaam, Een liefdesverhaal in gedichten) - Thomas Möhlmann
Dankbaar lichaam, Een liefdesverhaal in gedichten)
Thomas Möhlmann
Verschenen bij: Prometheus (2021)
ISBN: 9789044647736
75 pagina's
Prijs: € 19,99

Geef een reactie





 

Meer van Hettie Marzak:

Recent

22 juli 2021

Mensen op zoek naar verbinding

Over 'Een modern verlangen' van Hanna Bervoets
20 juli 2021

Een literaire dwaaltocht

Over 'Nu je het zegt' van K. Schippers
16 juli 2021

De hond heeft het beste beeld op de wereld

Over 'Roedel' van Guido van Hengel
13 juli 2021

Een liefdesroman met de filmwereld als decor

Over '51 manieren om de liefde uit te stellen' van Erik Lindner
12 juli 2021

Wraak via pretparken

Over 'Melktanden' van Emma Curvers

Verwant