Thomas Heerma van Voss – Stern

Bowlen als metafoor voor een leven

Recensie door Machiel Jansen

Bowlen heeft iets lulligs. Misschien komt het door de verplichte schoenen. Om met plezier te kunnen bowlen moet je kind zijn, of de lulligheid moet je volledig ontgaan, of je moet in staat zijn je schouders ervoor op te trekken en je nergens iets van aan te trekken. Stern, de hoofdpersoon in de tweede roman van Thomas Heerma van Voss is volledig blind voor elke vorm van lulligheid. Hij bowlt graag en kan maar niet begrijpen dat zijn achttienjarige zoon op een dag niet meer mee wil.

Het is na de eerste zinnen al duidelijk dat bowlen hier een metafoor voor het leven van Stern is. Een paar wankele kegels, twee gootjes, een bal met gaatjes en gehuurde schoenen die niet passen. Het is treurig maar veel meer heeft het leven Stern niet te bieden. Hij moet oppassen dat hij zelf niet als een kegel door het leven omver wordt gegooid.

Na enkele zinnen is ook al duidelijk dat Stern een loser is, een figuur die er niet bij hoort, maar er zo graag wel bij zou willen horen. Het maakt niet eens uit waarbij. Wanneer we met hem kennis maken is hij door bijna iedereen, behalve zijn gezin, in de steek gelaten. De basisschool waar hij jaren lang werkte als leraar, heeft hem ontslagen, of eigenlijk met prepensioen gestuurd. Vrienden heeft hij niet en nu, op de bowlingbaan, lijkt ook zijn zoon hem in de steek te laten.

Vroeger was het niet veel beter met Stern lezen we in hoofdstukken die terugblikken op de tijd toen Stern nog jong en vol wankele, goede moed was. Eind jaren zestig vertrok hij naar ‘swinging’ Londen om daar, in de benauwdheid van een studentenflat, er achter te komen dat er voor hem niet veel ‘swingends’, te beleven viel. Het lukte hem niet vrienden te maken en er bleef hem niets ander dan de cirkelgang af te gaan van eenzaamheid, onhandigheid, wanhoop en steeds moeizamere pogingen contact te maken.

Als de eenzaamheid in Londen hem tot de lippen staat is daar opeens de Koreaan John, die Sterns redding lijkt te zijn. Maar John is nu niet bepaald een prater. Sterker nog, hij zegt nauwelijks een stom woord. Desondanks blijken de twee al gauw onafscheidelijk. Maar van echte vriendschap of wederzijdse genegenheid is geen sprake. John blijkt zo leeg als een vat met niets erin en is eigenlijk geen vriend, maar slechts een figuur die niet in staat is ‘nee’ te zeggen en eigen initiatief te tonen. De twee lijken elkaar te gebruiken om hun eigen eenzaamheid te verbergen, wat hun toestand er alleen maar schrijnender op maakt. Als op een dag het Londense avontuur er op zit, betekent dat meteen ook het einde van het duo. Stern hoort nooit meer iets van John.

Jaren later lijken Sterns pijnlijke anti-avonturen in Londen zich te herhalen als zijn adoptieve zoon Bram het huis uit wil. Ook Bram blijkt uit Korea afkomstig te zijn en heeft al net zo bedroevende communicatieve vaardigheden als John.

De eenzaamheid van Stern is schrijnend en hilarisch tegelijk. Deze roman heeft een hoog Arjen Ederveengehalte; de toon van de roman doet denken aan de ‘30 minuten’ documentaires die Ederveen halverwege de jaren negentig maakte. Heerma van Voss zet Stern neer als een herkenbaar typetje waar je om kunt lachen, maar als het goed is, niet zonder je tenen te krullen.

In zijn recensie in NRC Handelsblad vergeleek Sebastiaan kort Sterns belevenissen in Londen met die van Coetzee, zoals beschreven in Youth: Scenes from Provincial Life II. Maar behalve dat Coetzee als jonge man ook een eenzaam leven in Londen leidde, heeft Stern niets met het werk van de Nobelprijswinnaar te maken. Bij Coetzee is er geen sprake van een Arjen Ederveengehalte, geen gegniffel of geglimlach. Coetzee is serieus, zwaarder op de hand en we moeten woorden als ‘existentieel’ en ‘metafysisch’ gaan gebruiken als we het langer dan een paragraaf over zijn eenzaamheid willen hebben. Bij Heerma van Voss is de wereld een stuk lichter en eenvoudiger en kunnen we het zonder dure woorden af.

Ook het taalgebruik van Heerma van Voss is zeer eenvoudig maar tegelijkertijd ook erg effectief. Het doet een beetje denken aan dat van Arnon Grunberg en Maartje Wortel. Stern heeft ook wel iets weg van Jörgen Hofmeester, de hoofdpersoon in Grünbergs Tirza. Beide mannen raken in de war als hun kind het huis verlaat en het woord ‘hedgefonds’ leidt bij Hofmeester tot bespiegelingen die lijken op die van Stern aangaande ‘prepensioen’.

Aan het einde van de roman is er ook even de vrees dat dit verhaal precies zo gaat aflopen als Tirza, namelijk met wat tegenwoordig een ‘familiedrama’ heet. Maar dat gebeurt niet. Wel raakt Stern in de latere hoofdstukken steeds meer in de war door zijn aangroeiende eenzaamheid en zijn gebrekkige manier om contact te maken.

Zo sterk als de eerste, Londense hoofdstukken, zijn de latere hoofdstukken niet. Alles wat Stern onderneemt en hem overkomt lijkt dezelfde boodschap in zich te dragen: hij is een eenzame loser. Sterns gedrag wordt ook tamelijk voorspelbaar: hij raakt steeds meer in de war en besluit zelfs op een dag om alleen te gaan bowlen. De betekenis van deze scène ontgaat ons niet: veel eenzamer kan een mens toch niet worden.

Hoewel de roman leest als een trein en niet al te dik is, blijken veel scènes toch een herhaling van zetten en tegen het einde begrijpen we van Stern niet eens zo heel veel meer dan dat we na enkele pagina’s al wisten. Stern zelf lijkt ook steeds meer een typetje waar het bordkarton doorheen schijnt. Nu hoeft niet elke romanfiguur van vlees en bloed te zijn maar in het geval van Stern hindert het bordkarton ons toch om ons in hem te kunnen verplaatsen.

Behalve Stern zijn er trouwens weinig andere figuren waar we iets van te weten komen en ook dit doet in de laatste hoofdstukken iets aan de roman af. Zoon Bram is een ondoorgrondelijke, stille puber en echtgenote Merel is bezig een roman te schrijven waar Stern een rol in speelt. Maar tot leven worden beiden niet gewekt. Zij blijven decorstukken op het toneel waar Stern zijn eigen eenzame weg gaat.

Stern is niet in alle opzichten een geslaagde roman maar mislukt zou ik ‘m niet willen noemen. Thomas Heerma van Voss mag soms aan Grünberg doen denken, hij heeft duidelijk wel een eigen geluid. En juist om dat geluid en de vaart die je ondergaat tijdens het lezen, moet men deze roman lezen.

Het is verleidelijk om deze roman te waarderen met een bowlingscore. Maar belangrijker dan het aantal kegels dat Heerma van Voss weet om te gooien is de schoonheid van het spel zelf, de poging en manier waarop de bal geworpen wordt.

 

Stern

Auteur: Thomas Heerma van Voss
Verschenen bij: Uitgeverij Thomas Rap
Aantal pagina’s: 224
Prijs: € 16,90

 

Omslag Stern  -  Thomas Heerma van Voss
Stern
Thomas Heerma van Voss
ISBN: 9789400400368

Meer van Machiel Jansen:

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg

Recent

17 oktober 2018

Snippers vol belofte

Over 'Röntgenfotomodel' van Vicky Francken
16 oktober 2018

Een doolhof van gedachten

Over 'De rover' van Robert Walser
15 oktober 2018

Ervaringen van een gewezen grenswachter

Over 'De streep wordt een rivier' van Francisco Cantú
12 oktober 2018

Gedichten als beeldhouwwerken

Over 'Nachtboot' van Maria Barnas
11 oktober 2018

Een breekbaar geluk

Over 'Een soort geluk' van Peter Abelsen

Verwant