Thomas Bernhard – De onderspitdelver

Ideeënroman over de overgave aan het kunstenaarschap

Recensie door Herbert Mouwen

De belangstelling voor het werk van de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard (1931-1981) blijft onverminderd groot. Zijn romans worden door literaire fijnproevers nog steeds gelezen en zijn toneelstukken worden met enige regelmaat op de planken gebracht. Na bijna veertig jaar verschijnt nu zijn roman De onderspitdelver (1983) in een toegankelijke Nederlandse vertaling van Chris Bakker. De onderspitdelver is een psychologische roman over kunstenaar zijn, waarin drie talentvolle pianisten die een bijzondere relatie met elkaar hebben de hoofdrol spelen. Daarbij gaat de roman in op de overgave aan het kunstenaarschap, op begrippen als virtuositeit en genialiteit en op de maatschappelijke betekenis van de kunstenaar wat het boek tot een ideeënroman maakt.

Twee virtuozen en een genie

Allereerst is er Glenn Gould, de Canadese, briljante vertolker van de Goldbergvariaties van Johann Sebastian Bach. In 1953 volgt Gould aan het Mozarteum in Salzburg pianolessen bij de Russische pianist Vladimir Horowitz (1903-1989), daar komt hij in contact met het fictieve personage Wertheimer en met de ik-figuur. Beiden zijn virtuoze pianisten en hebben net als Glenn Gould pianoles van Horowitz en zijn in staat een ongekend hoog niveau te bereiken. Echter, als Wertheimer en de ik-figuur Glenn Gould horen spelen, haken ze af. Ze beseffen dat Glenn Gould een niet te overtreffen piano-kunstenaar is, een muzikaal genie, die zelfs hun leermeester Horowitz overtreft. Zijzelf zijn pianisten zoals er al zoveel zijn, gedoemd een carrière te richten op banale zaken als lesgeven en het voor de hand liggende repertoire te spelen dat de voorkeur van het publiek heeft. 

De verhouding van de drie personages ten opzichte van elkaar is complex. De ik-figuur is de verteller in deze roman, een verteller die niets en niemand ontziet. Zijn bewondering voor het kunstenaarschap van Glenn Gould kent geen grenzen, zijn diepgravende beschouwingen over het handelen en het karakter van zijn kwetsbare cursusgenoot Wertheimer zijn spijkerhard. De titel van de roman De onderspitdelver is te herleiden tot de bijnaam die Glenn Gould aan Wertheimer geeft. Bij hun ontmoetingen spreekt Gould hem aan met: ‘Mijn beste onderspitdelver’. Het boek dat Wertheimer later schrijft, heeft ook De onderspitdelver als titel. Uiteindelijk wijzigt en schrapt hij zoveel in het manuscript dat slechts de titel overblijft en een boek nooit gepubliceerd wordt. Na het opgeven van zijn carrière als pianist geeft de ik-figuur zich over aan de ‘geesteswetenschappen’, tevens werkt hij aan het essay, Over Glenn Gould, dat ook nooit gepubliceerd wordt. Het mysterie Glenn Gould heeft zowel Wertheimer als de ik-figuur in de rest van hun leven nooit losgelaten.

Monologue intérieur

De tekst van Bernhards roman kent geen indeling in hoofdstukken en alinea’s, deze wordt slechts onderbroken door gebruik van hoofdletters en interpunctie. De onderspitdelver is een monologue intérieur, een doorlopend aaneengeschreven tekst vanuit het perspectief van de ik-figuur, hoofdzakelijk opgebouwd uit persoonlijke herinneringen en gevoelens die door hem inhoudelijk worden becommentarieerd. Er zijn woorden en zinsneden die cursief gedrukt zijn, zoals kunstbezetenheid, pianoradicalisme, geen sporen achterlaten. Ze dwingen de lezer pas op de plaats te maken en mee te gaan in de gedachtestroom van de ik-figuur of zich te verwonderen over neologismen als glenngeniaal en aforisticus.      

De ik-figuur pelt de herinneringen aan Glenn Gould en Wertheimer laag voor laag af. Gedachten worden vaak onderbroken door de toevoeging ‘dacht ik’ of ‘dacht ik in het logement’. Het herhaalde gebruik van ‘dacht ik’ verwijst niet alleen naar de herinneringen van de ik-figuur, maar het refereert ook aan zijn twijfel over het waarheidsgehalte van zijn gedachten. De herhaalde toevoeging ‘in het logement’ maakt duidelijk dat het terughalen van de herinneringen door de ik-figuur grotendeels in dezelfde ruimte plaatsvindt. De ik-figuur is een analytische denker, die voortdurend wikt en weegt of zijn herinneringen en gedachten juist zijn. Veel van zijn gedachten zijn in een vorm van cyclisch denken weergegeven; al redenerend komt de ik-figuur na een aantal denkstappen weer uit bij de beginsituatie. 

De toepassing van de woordherhalingen en de invoegingen van ‘dacht ik’ in de romantekst accentueren deze cyclische denkstructuren. Bovendien verwijzen ze naar de compositie van de Goldbergvariaties, die deze elementen ook bevat. Om Thomas Bernhard te vergelijken met de ik-figuur is te simpel. Ofschoon er overeenkomsten zijn tussen het leven van de auteur en dat van de ik-figuur, zoals hun studie aan het Mozarteum, hun schrijverschap en hun longproblemen, is laatstgenoemde geen blauwdruk van de auteur. Zo eenvoudig stelt Thomas Bernard zijn personages niet samen. Overigens zijn er ook overeenkomsten tussen het fictieve personage Wertheimer en de auteur.  

Auteur en zijn personages

Wie bekend is met het werk van Thomas Bernhard zal de meedogenloosheid van de ik-figuur herkennen in zijn oordeel over allerlei zaken, zeker wanneer dit het culturele en maatschappelijke leven in Oostenrijk betreft. Het landschap, de dorpen, de spoorwegen, de hotels, het eten en drinken, het katholicisme, niets deugt. Ook de mensen in zijn directe omgeving pakt hij genadeloos aan. Vrijwel iedereen vormt een belemmering in de ontwikkeling van de ik-figuur, op enkele personen na die hij bewondert. In De onderspitdelver is hem het niveau van virtuositeit te min en het bereiken van de status van genialiteit het ultieme. Een tussenweg is er niet. Met een zekere nuance naar de mens en zijn omgeving kijken doet hij niet, sterker nog: kán hij niet. 

Verwacht bij Thomas Bernhard geen relativering, geen lichtvoetigheid. Inhoudelijk is zijn werk loodzwaar, geschreven vanuit een negatief en somber wereldbeeld. Wanneer Bernard zich van humor bedient, dan is het een vorm van sarcasme of cynisme. Hij heeft zowel in Oostenrijk als in het buitenland veel kritiek gehad op zijn werk en zijn persoon – critici noemden hem een nestbevuiler – maar de auteur zonder meer afdoen als zwartgallig zonder zijn werk zorgvuldig te lezen, doet geen recht aan zijn authentieke schrijverschap. De onderspitdelver is een knap geschreven roman met een bijzondere inhoud en een spanning wekkende monologue intérieur die nergens inzakt. Bernhard mag dan bij een deel van het lezerspubliek nog steeds weerstand oproepen, zijn romans en toneelwerk zijn van een internationale allure.

 

 

Omslag De onderspitdelver - Thomas Bernhard
De onderspitdelver
Thomas Bernhard
Vertaling door: Chris Bakker
Verschenen bij: IJzer
ISBN: 9789086842193
208 pagina's
Prijs: € 22,50

Meer van Herbert Mouwen:

Recent

8 maart 2021

Wandelen met taal en zintuigen als rouwverwerking

Over 'Lijn van wee en wens' van Caro Van Thuyne
8 maart 2021

Verhalen en een partituur van walvisgezang

Over 'Terras - Naar water' van Redactie: Tommy van Avermaete, Anna Eble, Renée van Marissing e.a.
4 maart 2021

Verdieping op het werk van Ingeborg Bachmann

Over 'Oorlogsdagboek' van Ingeborg Bachmann
2 maart 2021

Personages zo weggelopen uit een schilderij van Bruegel 

Over 'Wildevrouw' van Jeroen Olyslaegers
1 maart 2021

Verwarrende poging om Picasso 150 jaar later terug te vinden in Schoorl

Over 'Furore' van Christiaan Weijts

Verwant