Sulaiman Addonia – Stilte is mijn moedertaal

Hier past slechts stille bewondering

Recensie door Daan Lameijer

Elke dag verstoort een vliegtuigje de training van het Nederlands elftal. Met name de bondscoach wordt geïnstrueerd door zijn zeventien miljoen collega’s: ‘Frank, speel geen 5-3-2, maar 4-3-3!’ Deze cijfercombinatie mag voor Nederland een obsessie zijn, in de muziekwereld zorgde ze eveneens voor opschudding. De compositie 4’33 van John Cage is niets meer en niets minder dan stilte. Toch houdt het stuk meer in dan vier-en-een-halve minuut de piano niet aanraken; de onbedoelde omgevingsgeluiden vormen hun eigen symfonie, elk hart bonst op zijn eigen cadans en ieder kuchje vliegt als een kogel door de concertzaal. Dat verdient een literaire geestverwant!

In Stilte is mijn moedertaal vertelt schrijver Sulaiman Addonia het verhaal van het Eritrees-Ethiopische meisje Saba en haar stille broer Hagos. Door een terreurgroep uit hun vaderland verdreven, zitten zij met hun moeder in een vluchtelingenkamp. Het is een prachtig boek, waarin Addonia de balans weet te bewaren tussen tranentrekkerij en behaaglijk optimisme. Bovendien krijgt de – immer goedbedoelde – bemoeienis vanuit het Westen jegens ontwikkelingslanden een kritische beschouwing, evenals de islamitische cultuur jegens vrouwen. Ten derde behandelt de schrijver liefde zoals zij zelden in de literatuur wordt omschreven – omzichtig, subtiel en stil. ‘Het was door deze stilte dat er liefde kon ontstaan op deze plek, in de harten van mensen kon wortelen alsof hun borst een vruchtbare akker was.’

Stilte is: geen huilende violen of schallende trompetten

Bij verhalen over vluchtelingen ligt het voor de hand om hartverscheurende levens onbarmhartig in beeld te brengen. Denk aan de foto van het aangespoelde Syrische jongetje voor de kust van Turkije, of de film Wit Licht, waarin Marco Borsato zich in de huid van een reddingswerker wurmde. Addonia laat dit effectbejag achterwege en doet kaal verslag van de nooddruft in een vluchtelingenkamp. Het is er kurkdroog en heet, er is alleen melkpoeder en suiker voorhanden en de bewoners poepen in het achterveld. Voorlopig is er geen hoop op verbetering, want de Engelse hulporganisatie smijt weliswaar met enorme zakken droge rijst, maar het naburige water is te vervuild om er eten mee te bereiden. Ook de door de Britten beloofde school komt er maar niet, al dringt Saba voortdurend aan. ‘Eerst eten, gezond zijn, daarna komt de school,’ aldus de hulpcoördinator. 

Hoewel Saba zich ontpopt als buitengewoon krachtige dame, zit alles tegen: het barst van de oversekste mannen in het kamp en haar moeder en vroedvrouw gunnen haar geen millimeter ruimte of zelfbeschikking. De enige uitweg naar een beter leven is een pas aangelegde weg naar de Soedanese hoofdstad, die ze alleen via de nomade Hajj Ali kan afleggen: een getrouwde man die eerst met haar én haar broer Hagos naar bed wil, alvorens haar te vervoeren. Ze zit, kortom, muurvast in een leven dat net genoeg biedt om niet dood te gaan. Of zoals Jamal, bioscoophouder in het kamp, zegt: ‘Alles in ons kamp wordt gerecycled, zowel geluk als wanhoop.’

Stilte is: luisteren naar de onderdrukte

Addonia reserveert veel spreektijd voor de vrouwen in deze roman, waar elke man, behalve homoseksuelen, er verbaal van langs krijgt. Zo reageert een oude wijze dame op de opmerking van een grijsaard dat vrouwen godinnen zijn, als volgt: ‘Behandel ons gewoon als mensen, dat zou alle problemen in de wereld oplossen.’ Saba ergert zich aan de dubbele seksuele standaard. Bij een strafexecutie op het centrale plein in het kamp wordt een meisje gestraft dat aan zelfbevrediging deed. De islamitische rechter, overigens een groot voorstander van vrouwenbesnijdenis en maagdelijkheidstesten, preekt over dolende meisjes die…, waarna Saba in zichzelf zegt: ‘die ontdekten hoe ze hetzelfde genot als jongens konden beleven zonder hun huwelijkskansen te verpesten.’ Op steun van haar thuisfront hoeft ze niet te rekenen, vooral niet als ze te veel haar eigen gang gaat: ‘Saba vroeg zich af hoe vaak ze in de ogen van haar moeder en de vroedvrouw was doodgegaan op exact hetzelfde moment dat zijzelf voelde dat ze leefde.’

Dit boek laat zien hoe volstrekt logisch feminisme als emancipatiebeweging is. Stilte is mijn moedertaal snijdt hiertoe andere tijdloze, universele motieven aan: de onderlinge ideeënstrijd tussen generaties, de worsteling met een religieuze achtergrond en de seksuele ontwikkeling van individuen. Addonia maakt van feminisme, zonder het woord ook maar één keer op te voeren, niet slechts een vrouwen-, maar een mensenkwestie. De band tussen Saba en haar broer illustreert dit nog het mooist.

Stilte is: koesteren

Saba heeft weliswaar niet de bovenmenselijke spierkracht van Pippi Langkous, al kan ze wel met haar stomme broer via oogcontact communiceren. Beter gezegd, ze ontcijfert zijn subtielste gelaatsuitdrukkingen en leert hem wat hij op school nooit zou leren: schrijven. Hagos, die het huishouden moest doen, zodat Saba een schoolloopbaan kon volgen, gunt zijn zus het best denkbare leven. Hij wil zich voor haar opofferen bij de nomade Hajj Ali, opdat zij kan floreren. Saba verbiedt het hem, waarop Hagos schrijft: ‘maar saba zeg jij niet altijd wij zelfde zijn dat onze lichamen zelfde zijn voel jouw pijn als voel ik pijn wij een zijn een wij zijn.’ In die symbiose bevrijdt Hagos Saba van haar plicht om een traditionele vrouw te zijn, en ontneemt Saba haar broer het juk van mannelijkheid. 

Er zijn meer personages die als underdog de show stelen in deze vertelling. Zo herbergt de prostituee Nasnet zo’n beetje de meest ontwikkelde geest in heel het vluchtelingenkamp. Over de hypocriete veroordeling van hoererij zegt zij: ‘De maatschappij heeft het zo bepaald, en vervolgens proberen ze je te verdrijven en te verbannen vanwege het taboe dat ze er zelf van hebben gemaakt en jou hebben opgelegd.’ Daarnaast wast ze Saba’s voeten met haar tranen: een verwijzing naar Christus die de voeten van zijn discipelen waste, om hen te dienen. 

Een veilige Drie-eenheid

Ook de lieve, zachtaardige zakenman Eyob, die als de Bijbelse Job al zijn vermogen is kwijtgeraakt door het schrikbewind, heeft zowel Saba als Hagos lief. Hij neemt beiden in huis door met Saba te trouwen en heft de bemoeienis van de gemeenschap als bij toverslag op. Saba treft de belangrijkste mannen in haar leven samen in bed aan, en ze is niet verbaasd: ‘Hagos lag naast Eyob te slapen. (…) Alsof hun liefde alleen kon bestaan in de tijd dat de vroedvrouw, de rechter, de moeder, het comité van raadslieden sliepen, in de tijd dat de traditie haar ogen sloot en het verlangen vrij en ongehinderd zijn gang kon gaan. (…) Eyob was de oase waarin zowel zij als haar broer bescherming vond tijdens hun lange reis.’ In Stilte is mijn moedertaal zet Sulmaiman Addonia treffend het bestaan van vluchtelingen neer. Hij geeft hun een gezicht dat allesbehalve kreukvrij, en daardoor zeer menselijk is. Hier past slechts stille bewondering.

 

Omslag Stilte is mijn moedertaal - Sulaiman Addonia
Stilte is mijn moedertaal
Sulaiman Addonia
Vertaling door: Irwan Droog
Verschenen bij: Jurgen Maas (2021)
ISBN: 9789491921889
272 pagina's

Meer van Daan Lameijer:

Recent

30 juli 2021

De dialoog als romanskelet

Over 'Het lichaam' van Giorgio Montefoschi
29 juli 2021

Onheilspellende visioenen

Over 'Kallocaïne' van Karin Boye
27 juli 2021

De mens staat niet boven het dier

Over 'De wand ' van Marlen Haushoher
22 juli 2021

Mensen op zoek naar verbinding

Over 'Een modern verlangen' van Hanna Bervoets
20 juli 2021

Een literaire dwaaltocht

Over 'Nu je het zegt' van K. Schippers

Verwant