Slobodan Šnajder – De reparatie van de wereld

Over rattenvangers en dwangwilligen

Recensie door Reinier van Houwelingen

De term ‘dwangwillige’ vat treffend het leven samen van de hoofdpersoon uit De reparatie van de wereld. Georg Kempf representeert de man op straat die door de ideologieën van zijn tijd opgetrommeld wordt, om nu eens te dansen naar de pijpen van de één en dan weer die van de ander. Zijn lot is te leven ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in Centraal-Europa.
De Kroatische schrijver Slobodan Šnajder (1948) brak met De reparatie van de wereld internationaal door. Pas het afgelopen decennium legde hij zich toe op romans, terwijl hij al sinds 1966 toneelteksten en korte verhalen publiceert in zijn thuisland. Voor de Nederlandse vertaling van het boek zorgde Roel Schuyt, een bijzonder veelzijdige vertaler, die reeds een keur aan Balkanliteratuur toegankelijk maakte.

Rijkgeschakeerd

De reparatie van de wereld schetst een weids panorama van Centraal-Europa halverwege de vorige eeuw. Het is een rijk boek. Soms hult het zich in de gedaante van een geschiedenisles, een andere keer draagt het de trekken van een sprookje, dan weer neigt het naar licht experimenterend vertellersproza. In elk geval kan dit boek niet worden gezien als een traditionele historische roman of een familiesaga, en wie er op die manier aan begint zal bedrogen uitkomen. De belangrijkste verteller is de zoon van de protagonist. Hij vervult een opvallende rol. Niet alleen zet deze vertelinstantie vanuit de coulissen de schijnwerpers op het leven van zijn vader, Georg Kempf, ook duikt hij zelf meermaals op, onder andere als ongeborene. Hierover later meer.

Gejaagd door de wind

De Kempfs zijn een familie van zogeheten Zwabische Duitsers, woonachtig in het huidige Kroatië: hun stamvader zocht in de 18e eeuw zijn economische geluk elders, en vertrok van het Duitse platteland naar ‘Transsylvanië’. Deze aanduiding staat bij Šnajder voor een metafysische plaats. Transsylvanië is (in dit boek) nu eens Jeruzalem, dan weer de Goelags. Het gaat om een verre en mythische plek, soms voorgesteld als het beloofde land, een land van melk en honing, maar waar het leven uiteindelijk even hard blijkt als elders, zo niet harder. Gewone mensen worden telkens weer op pad gestuurd door figuren die de trekken dragen van de rattenvanger van Hamelen, die als verleidingskunstenaar in verschillende gedaantes optreedt gedurende de eeuwen. Hitler en Stalin behoren tot zijn meest grimmige verschijningsvormen. Transsylvanië staat voor het grootse idee dat volkeren in beweging brengt maar ook voor de teleurstellende realiteit die er vaak achter schuil gaat. De rattenvanger is de betoverende volksmenner die het idee verkoopt. Zowel het individu als de massa’s worden op deze manier op de been gebracht, een rode draad in Šnajders vertelling. Het raakt nauw aan één van de hoofdthema’s van het verhaal: de mens is een speelbal van de omstandigheden. Ook wie zelf niet in de val van de listige fluitspeler trapt, wordt toch meegevoerd ‘als een paardenbloempluisje door de wind van de geschiedenis’. De reparatie van de wereld presenteert historische gebeurtenissen dus tegen de achtergrond van een gruwelijk sprookje.

Opgedrongen identiteit

De 18e-eeuwse voorvader van de Kempfs belandt na een reis vol ontberingen op zijn bestemming in Slavonië, een Kroatische landstreek. Het gaat zijn nakomelingen aanvankelijk goed en Georg voelt zich er thuis, totdat de Nazi’s in Duitsland aan de macht komen en de Tweede Wereldoorlog ontketenen. Vanaf dan krijgt Georg Kempf een nationale identiteit aangemeten, die hem niet past: hij is ineens een ‘Volksduitser’. Dit keurslijf van de ideologische identiteit is het tweede grote thema van het boek. Na de oorlogsjaren schrijft de hoofdpersoon een zelfkritiek, een bekentenis, die hij echter meteen weer verbrandt: ‘[…] ik zou graag het gevoel hebben ergens bij te horen, zonder mezelf daarvoor te hoeven forceren. Als ik dat wel moet, zullen mijn twijfels sterker zijn dan het gevoel ergens bij te willen horen. Wel weet ik goed dat de eenzame getuigen van belangrijke gebeurtenissen en grote maatschappelijke omwentelingen altijd de achterdocht wekken van hen die meer weten.’

Terwijl de oorlog zich voor Duitsland ongunstig ontwikkelt, strekt de gewapende SS de grijpgrage handen naar Georg uit, die het stempel ‘freiwillige Gezwungene’ krijgt. Dwangwillige dus in de volksmond. Hierdoor rolt hij rond 1943 zijn ‘kleine Poolse oorlog’ in. Overigens strijdt Kempf niet alleen voor de Duitsers. Na enige tijd deserteert hij en nog wat verderop treedt hij toe tot een partizanengroep onder Sovjet-commando, wederom zonder eigen ideologische overtuiging.
Na de oorlog verdwijnen de opgelegde identiteiten niet, integendeel; Georg kan nooit het persoonlijke en publieke leven leiden dat hij eigenlijk wil. Dat geldt overigens ook voor zijn latere vrouw Vera, zelf een communiste in hart en nieren. Allebei staan ze onder het waakzaam oog van Stalin en Tito maar ook van hun omgeving en hun eigen geweten. Het najagen van persoonlijke dromen of het kiezen van een eigen levenspad, daarvoor is geen ruimte.

Hybride insteek

Een opvallend vormelement van het boek is de afstandelijke toon waarmee de gebeurtenissen worden beschreven. De verteller, zelf behorend tot de tweede generatie (vanaf de oorlog) en dus niet gevangen binnen hetzelfde decors als zijn vader, meet zich een licht ironische stem aan en relativeert het verhaalde met veelvuldige interrupties. Psychologisch wordt Georg Kempf eigenlijk weinig ingekleurd en hij voelt daardoor niet aan als een traditioneel romanpersonage. Zijn persoonlijke lot blijft ook in de tekst ondergeschikt aan de hem toebedeelde rol, namelijk de lezer door de geschiedenis loodsen. Hij representeert de gewone man in ongewone omstandigheden. Deze insteek geeft Šnajder tevens de ruimte om allerlei historische feitjes op te nemen in het relaas. Aanvankelijk kan dit onbeholpen overkomen en lijkt het alsof de auteur nogal opzichtig non-fictie bedrijft in romanvorm. Geleidelijk echter blijkt deze benadering iets nieuws op te leveren, een wijze van vertellen die tegelijk een historisch tijdsbeeld biedt vol accurate details maar daarnaast ietwat experimenteel ingestoken literaire fictie is. Juist het samenspel ervan geeft Šnajders proza aantrekkingskracht. Eén van de mooiste voorbeelden vormen de kaderteksten halverwege het boek. Daarin geeft de verteller vanuit de zijnstoestand van ongeborene, parallel aan de hoofdtekst, commentaar op de wederwaardigheden van zijn potentiële vader en moeder. Šnajder gebruikt hier dus twee vertelframes tegelijk, waarbij de lezer de volgorde van lezen bepaalt. Dit geeft een heel fraai effect. Nog mooier wordt het in het schitterende slot, wanneer de auteur diverse doden een woordje laat meespreken rondom het graf van Georg Kempf.

Heelwording

Tegen het einde van zijn leven gaat de hoofdpersoon zichzelf zien als ‘iemand die in alle opzichten tekortschiet’. Onder Hitler noch onder Stalin voldoet hij aan de verwachtingen. Zijn vlak na de oorlog gesloten huwelijk met Vera, waarnaar vurig werd toegeleefd door de ongeboren verteller uit de kaderteksten, loopt binnen een paar jaar al stuk. Na de echtscheiding begeven man en vrouw zich allebei naar een andere gaarkeuken om te lunchen. Van Georgs wens om te dichten komt weinig terecht, het blijft aanmodderen in de marge. Een onvervuld en onopvallend leven dus, van een individu dat zich staande probeert te houden in een wereld waarop hij geen vat krijgt. Hierover gaat de titel van het boek. ‘De reparatie van de wereld’ verwijst naar een Joods idee: herstel van de schepping vindt plaats wanneer de vonken van licht, nu opgesloten in alle afzonderlijke mensenwezens, zich weer verenigen tot de oertoestand van het Ene en Enige licht. Kempf krijgt deze theorie uitgelegd door zijn vriend Mordechai, iemand die hij ontmoet terwijl ze achter de linies zwerven in Polen. Wrang genoeg wordt deze Joodse theosoof kort daarop doodgeslagen door een lokale roversbende. Alle partijen, op de Russen na, hadden het op de Joden gemunt, constateert de verteller droog. George Kempf overleeft de oorlog wel maar bereikt nooit een staat van heelheid. Met dit panoramische boek brengt Slobodan Šnajder een ode aan de gewone man, die steeds maar weer als gedwongen vrijwilliger op het toneel van de geschiedenis wordt geplaatst.

 

 

Omslag De reparatie van de wereld - Slobodan Šnajder
De reparatie van de wereld
Slobodan Šnajder
Vertaling door: Roel Schuyt
Verschenen bij: Wereldbibliotheek
ISBN: 9789028450462
480 pagina's
Prijs: € 29,99

2 reacties

  • Johan de Boose schreef:

    Graag zou ik het boek van Snajder, De reparatie van de wereld, willen ontvangen voor recensie in De Standaard. Kunt u mij het boek toesturen? Alvast hartelijk dank! Johan de Boose

    • Ingrid Van der Graaf schreef:

      Beste Johan,
      Wij zijn geen uitgeverij, een exemplaar van dit boek kunt u aanvragen bij uitgeverij De Wereldbibliotheek.
      Hartelijks, Ingrid





 

Meer van Reinier van Houwelingen:

Recent

20 april 2021

Ook sciencefiction kent regels waar het aan moet gehoorzamen

Over 'De geheugenpolitie' van Yoko Ogawa
19 april 2021

Teveel autofictie in historisch opgezette roman

Over 'De berenvrouw' van Karolina Ramqvist
16 april 2021

Een persoonlijk levensverhaal als beknopte theatergeschiedenis

Over 'Als een nacht zonder slaap' van Frans Strijards
15 april 2021

Domheid is een roeping

Over 'De topografie van de Domheid' van Matthijs van Boxsel
14 april 2021

Het karakteristieke oeuvre van een dichtende scheepsarts en zwervende schrijver

Over 'Verzameld proza' van J. Slauerhoff

Verwant