Sipko Melissen – De vierde mei

Zwerven door Amsterdam, de letteren, een mensenleven

Recensie door Eric de Rooij

Wie verwacht dat in de nieuwe roman van Sipko Melissen (1941) weer gehunkerd zal worden naar onbereikbare mannen of jongens komt deels bedrogen uit. De hunkering is gebleven, maar de mannen zijn verdwenen. Met De vierde mei slaat Melissen een nieuwe weg in, al zijn er voldoende ingrediënten die zijn verhaal de vertrouwde kleur geven. Zo is er de geschiedenis van een manuscript. Een variant op dit thema zat ook in zijn vorige boek Oud-Loosdrecht en in Een kamer in Rome, waar het manuscript werd ingeruild voor een novelle van een mysterieuze schrijver. Bekend zijn de vele verwijzingen naar de (wereld)literatuur, waarin de leesvoorkeur van de auteur is terug te vinden, alsook homoseksualiteit blijft een thema. Dat laatste wordt verbeeld in een bijfiguur, omdat Melissen verrassend en voor het eerst in zijn oeuvre een vrouw tot hoofdpersoon heeft gemaakt.

Ze heet Altea DeWitt, vernoemd naar een kleine badplaats in Spanje, en woont en leeft in de bubbel van de Amsterdamse grachtengordel. ‘Het moet een bijzondere champagne zijn, dat is de enige eis die ik stel. Niet dat goedkope spul van vijftig euro.’ DeWitt draagt een Armani-pak. Het is ook wel met een zweem van ironie hoe Melissen zijn personage neerzet, een verkapt zelfportret zoals Hans Warren dat ooit deed in de novelle Indigo door zichzelf als een oudere schrijfster te portretteren. DeWitt heeft net als Melissen lesgegeven aan een Amsterdamse Hogeschool en is net als hij aan het einde van het jaar jarig. Dit zijn gniffelmomenten, meer niet.

Paniek

Belangrijker is dat hij DeWitt laat overkomen wat hem zelf ooit is overkomen, zo bleek uit een interview in Het Parool. DeWitt vindt een oude foto terug en denkt: wie is die knappe jongen die naast me staat? Het is Oliver, de man met wie ze haar leven zou gaan delen. ‘De foto was als een steen door het raam waar een briefje omheen was gewikkeld met de tekst: je was niet bij je eigen leven.’ Die foto en het conflict dat zij en haar man de avond daarvoor hadden over een manuscript van een jonge auteur – zij wil dat het gepubliceerd wordt, hij niet – vormen de opmaat tot een kleine existentiële crisis bij DeWitt. Wat is de zin van mijn leven, vraagt ze zich af. Ze denkt aan het gesprek dat ze ooit had met haar jong overleden jeugdvriendin Riekje: je staat bij de hemelpoort, en op welke grond heb je recht tot toegang? DeWitt had niets in kunnen brengen en nu, op deze vierde mei, slaat de paniek zo toe, dat ze besluit de gewone dagelijkse sleur te doorbreken en door Amsterdam te gaan zwerven, langs de plekken die in haar leven van belang zijn geweest, om antwoorden op haar vragen te vinden.

Zo volgt de lezer DeWitt het gehele boek op die vierde mei in Amsterdam, een trip down memory lane, om ’s avonds te eindigen bij de twee minuten stilte op de Dam.  Een soms pijnlijke reis met herinneringen aan een seksuele escapade op Terschelling en het tekort schieten in haar vriendschap met Riekje, kleine tragiek in een gewoon leven.

De boeken

Haar eerste stop is het Amstelveld. Deze bekende plek in Amsterdam staat ook op het weinig onderscheidende omslag – de zwakste schakel in (of van) deze roman. Het Leidseplein (Americain) volgt, de Bosboom Touissantstraat, de De Clercqstraat, dan met de tram naar Centraal Station, de pont naar Noord, weer terug, de Hartenstraat. Elke plek is zwanger aan herinneringen. Is het Melissen zelf die een reis door zijn leven maakt, dat toch ook grotendeels zich afspeelt in Amsterdam? Als lezer van zijn werk kun je je bijna niet aan die indruk onttrekken. Niet alleen de herkenningspunten in de stad lijken dit te bevestigen, maar misschien nog wel meer de overpeinzingen die DeWitt heeft bij de boeken die haar in haar leven hebben gevormd. De Beatrijs-legende komt voorbij (gesneden koek voor de docent Nederlands die Melissen was), Coetzee, Jacobson, Tsjechov, de dagboeken van Victor Klemperer, Kafka’s parabel van de Poortwachter (toch ook een soort hemelpoort) en Carrolls Alice in Wonderland, met de deels geparafraseerde dialoog tussen Alice en de Cheshire Cat. Als Alice vraagt welke weg ze moet nemen en de kat op zijn beurt haar vraagt waar ze naar toe wil, antwoordt ze: ‘O, dat maakt niet uit.’ ‘Dan maakt het ook niet uit welke kant je op gaat,’ zegt de kat snedig. ‘Als ik maar ergens kom,’ vult Alice aan. ‘Oh, dat zal je zeker lukken,’ zegt de kat, ‘als je maar lang genoeg doorloopt.’ Over levenspaden gesproken!

Troost

Er gebeurt in De vierde mei niet veel. Prettig weinig, zelfs. Maar saai is het nooit en larmoyant wordt het zeker niet. Leg je zijn debuut Jonge mannen aan zee uit 1997 naast De vierde mei dan zie je dat de zinnen meer ritme hebben, vloeiender zijn geworden. Dat is misschien wel het geheim van de nieuwe Melissen. Omdat het allemaal zo eenvoudig en uit de mouw geschud lijkt, herken je bij nauwgezet lezen de stilist, de ervaren auteur. Met mooie observaties, zoals de volgende:
‘Ze volgde de pont op weg naar het ndsm-terrein. Er viel haar iets bijzonders op. Er was een opmerkelijk verschil tussen voor- en achterplecht. Op de overvolle voorplecht stond iedereen, met of zonder fiets, strak voor zich uit te kijken, onbeweeglijk als een terracottaleger, klaar om aan wal te gaan zodra de klep neer werd gelaten. Op de achterplecht was het minder druk. Er werd alle kanten op gekeken, heen en weer gelopen, en men was met elkaar in gesprek alsof het een receptie was.’

Er is wel een plot – uiteindelijk weet DeWitt wat haar toegang gaat verlenen bij de hemelpoort. De lezer krijgt ook de epiloog voorgeschoteld van de nog uit te brengen roman over een aanslag tijdens de Dodenherdenking. Maar uiteindelijk is dat allemaal van minder belang in De vierde mei, waar het, om met K.P. Kavafis te spreken, vooral gaat om de reis en niet de bestemming. En Melissen, kenner van de hunkering, tussen de regels aan de lezer de vraag stelt: en jij, ben jij bij je eigen leven?

 

 

Omslag De vierde mei - Sipko Melissen
De vierde mei
Sipko Melissen
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot
ISBN: 9789028210387
212 pagina's
Prijs: € 20,00

Meer van Eric de Rooij:

Recent

28 september 2020

Fraai beschreven schoolgeluk

Over 'De gelukkigste klas' van Jack de Boer
24 september 2020

Verlangen naar verandering

Over 'Jouw zwaartekracht mijn veer' van Tom Van de Voorde
22 september 2020

De vreemdeling in huis

Over 'De vader van Artenio' van Frida Vogels
18 september 2020

Zelfspot in menselijk onvermogen

Over 'Hoe harder ik loop, hoe kleiner ik ben' van Kjersti Annesdatter Skomsvold
17 september 2020

De Jules Deelder van het proza

Over 'Keukendrinkers' van Rein Hannik

Verwant