Saskia de Jong – Het jaagpad op en af

Met branie en manie breekt ze de taal los

Recensie door Albert Hogeweij

Met Het jaagpad op en af levert Saskia de Jong (1973) haar vierde dichtbundel af in zestien jaar tijd. Ook ditmaal een opvallende vormgeving en een eigenzinnige omgang met interpunctie en kapitalen. De site van haar uitgeverij omschrijft de bundel als een ‘uitkijkpunt waarin de viering van het perspectief’ wordt beleden. Deze typering zal ongetwijfeld uit de koker van De Jong zelf afkomstig zijn. De talige vrijheid om naar eigen believen over woorden, zinsverbanden en begrips(ver)vorming te beschikken viert hoogtij. De taal is bij De Jong het beschrijvende ver voorbij. Met branie en manie breekt en braakt ze de taal los. Het motto van de eerste afdeling  Wij gaan over in wij  en over in wij en in wij draait er niet omheen: ‘Zeker, als 2 x 2 geen 4 was,  zouden ook  3 x 3 zich tevergeefs inspannen om 9 te zijn.’ Dit bevrijdende perspectief – omdat vierkant o zo rond is heet dan ook zelfverzekerd een gedicht – lijkt leidend voor het hele oeuvre van De Jong en doet in deze gedichten niet minder opgeld. Bestemd is deze poëzie ‘voor ons’, zo staat voorin. Een duivels pact met de lezer die zich niet van het jaagpad laat verjagen?

Jongelerend

Eigenzinnig en met élan jonglerend trekt de dichteres meteen al in het titelloze openingsgedicht schijnbaar moeiteloos door de veertien strofen van elk drie regels heen: ‘we vermeerderen het begeerde/ we begeren het vermeerderde’ (..) we schuilen zo goed dat geen stilstand ons vindt /(..) we hebben de impact van een impasse’. Met een fraaie afsluiting: ‘we zitten als mensen die op willen staan.’ 

De Jong stuurt het verloop van haar zinnen niet over de met gemak geplaveide weg van de grootste gemene deler. Maar haar woorden wekken wel de indruk met overtuiging en met plezier over de zinnen te zijn uitgerold. En dat mist zijn uitwerking op de lezer niet. In deze bundel eisen de woorden een voor zichzelf sprekende status op. En wie geeft ze weerstand? Soms swingen de woorden gewoonweg over je heen zoals in het gedicht aan de in ellende liggende liefhebbers

zo jongens de kop is eraf jullie dachten toch niet werkelijk
dat het om de tulpen ging? dat was maar jok en kinderspel
het ging om de manie! mea culpa, tulipa alsjeblieft
geen rechte wegen geen ballast geen bagage, daarentegen
blind als mollen dieper graven naar nieuwere bollen, we waren
toch blij? waren we niet blij? we waren blij! het gemiddeld aantal
dit, het gemiddeld dat? wie kijkt er op een gemiddelde? er is karigheid
in hen die niet dwaas zijn, van kinderen worden we kinderen
met borsten en baarden, met gouden kalven, op houten paarden
goed en mooi en recht is enkel voor bedaarden, het gaat om gokjes
wagen nukken plukken welluidend bedwelmen
om het toppen van de toppen, het merkwaardig
hartstochtelijke zomaar, niet de prijs maar het prijzen, niet het loof
maar het loven, niet kostbaar maar kostelijk manie makes the world
go round (…)

Hier kiezen de ‘welluidend bedwelmende’ woorden niet voor binnen de lijntjes (‘nut is nietig’), maar omarmen zoveel royaler het onmetelijke.  Toeval is een toverbal  luidt de titel van een gedicht en met het zuigen erop wordt de lezer gewiekst een vervreemdende staat in gewiegd: ‘ingezwachteld mijn volksmond / eet een zoutje, wat weerhoudt je / van de vertering van de violente vragen’.

Rijk aan motto’s

De bundel is rijk aan motto’s van o.a. Calvino, Beckett en Herakleitos en achterin de bundel wordt de lezer nog eens gewezen op verwijzingen naar o.a de Bijbel en Lucebert. Laatstgenoemde lijkt een rijke inspiratiebron te zijn geweest voor de wijze waarop haar woorden zich met ogenschijnlijk gemak vermenigvuldigen in gelijk- dan wel tegengestemde vervolgen. De Jong mag dan stemmen lenen van andere schrijvers, dichters, liedjes, spreektaal – zinnen als ‘onderbreek me nou niet schatje’ of anderszins opgevangen frases als ‘happen naar de baas’ worden probleemloos ingelast– boven alles uit weerklinkt de eigen stem van de dichter vrijmoedig met soms een behoorlijke dosis pessimisme: ‘we waren gemaakt om te sterven’. 

Zeker, de lezer zal niet overal aanspraak kunnen maken op begrip. En niet altijd wordt de lezer daarvoor gecompenseerd. Passages waarin vermetele taalbotsingen niet echt verdienstelijk uitpakken, maken het Het jaagpad niet overal even prettig begaanbaar:
‘dit is een blijspel zonder klokken, zonder gister, zonder morgen.
houzee.
              dubbeloverslag? minstens tweevoudig! molendraaien?
minstens tweevoudig! axiaaldraai? minstens tweevoudig! een
combinatie van minstens overslag, schroef, axiaal! h.h. jauchzend.’

Maar veel valt te vergeven wanneer men wordt getrakteerd op een passage als:
‘wat is de voorsprong, waar is nou die oorsprong? volg je
roepstem, icarus, waer bestu bleven? sommigen vallen omhoog.
van zenit naar zenit. dit is tenslotte een dimensionale ruimte. als het
ware is dit het ware. een vleugje paradijs misschien? de eeuwige
rekbaarheid, roekeloos roekoe roekoe.’

De poëtische kortsluiting die vaak genoeg ontstaat zal de lezer niet kunnen ontgaan: ‘na de stilte verlangen we/ naar de verlenging van de stilte’. Met het ontregelen van de voor de hand liggende zekerheden, smeedt De Jong haar eigen poëtische bouwsels:
‘zonder hese schreeuwers wacht een klaagmuur
zo gesloten als een steen die afleidt van de steen’. 

Grens opzoeken

De Jong zoekt de grens alleen op om eroverheen te gaan. Het speelse is vaak op het dreigende af. Ook zit er hier en daar een stevig portie maatschappijkritiek doorheen gemengd, zoals in het lange gedicht ‘in nederland’. Een vileine maar ook grappige afrekening in de vorm van meerkeuzevragen dat in zijn slot niet onder doet voor Hans Verhagen:

liggend aan de voet van het paradijs
sussen jullie voor het eerst de

a: zonnen
b: witte dwergen
c: zwarte gaten   

Het jaagpad op en af  is een caleidoscopische bundel waarin taal vibreert, vliegt en omhoog valt en maar zelden zinvol oogt in de vertrouwde zin des woords. Telkens zal de lezer aan andere passages, aan andere zinnen blijven haken, andere verbanden opmerken, of juist eroverheen lezen. Maar één ding is zeker: het wemelt van potentie van een steeds herleven. De ontsporing in de ene lezing kan de opstapplaats zijn voor een volgende, om hetzelfde jaagpad toch weer anders te vervolgen, of beter nog, de gebaande weg te verlaten: ‘laten we dwalen! van klaproos tot klaproos, van troostprijs tot troostprijs’.

 

 

Omslag Het jaagpad op en af - Saskia de Jong
Het jaagpad op en af
Saskia de Jong
Verschenen bij: Uitgeverij De Harmonie
ISBN: 9789076168937
92 pagina's
Prijs: € 24,90

Meer van Albert Hogeweij:

Recent

29 juli 2021

Onheilspellende visioenen

Over 'Kallocaïne' van Karin Boye
27 juli 2021

De mens staat niet boven het dier

Over 'De wand ' van Marlen Haushoher
22 juli 2021

Mensen op zoek naar verbinding

Over 'Een modern verlangen' van Hanna Bervoets
20 juli 2021

Een literaire dwaaltocht

Over 'Nu je het zegt' van K. Schippers
16 juli 2021

De hond heeft het beste beeld op de wereld

Over 'Roedel' van Guido van Hengel

Verwant