Salman Rushdie – Mes. Gedachten na een poging tot moord

Kunst overwint geweld

Recensie door Adri Altink

Toen Salman Rushdie door zijn aantekeningen voor een nieuwe roman na Victoriestad bladerde, merkte hij dat hij er niet mee verder kon: ‘Tot ik de aanslag had behandeld, zou ik niet in staat zijn iets anders te schrijven (…) Schrijven zou mijn manier zijn om bezit te nemen van wat er was gebeurd, de controle erover te nemen, het me toe te eigenen, te weigeren louter een slachtoffer te zijn. Ik zou geweld beantwoorden met kunst’. Die behandeling van de aanslag heeft geresulteerd in Mes. Gedachten na een poging tot moord.
De aanslag op Rushdie vond plaats op 12 augustus 2022 om 10:45 uur in het amfitheater van Chautauqua in de staat New York waar hij een lezing zou geven. Rushdie liep vijftien messteken op die hem op het randje van de dood brachten en waardoor hij blijvend een gehandicapte linkerhand heeft en zijn rechteroog is kwijtgeraakt. De dader van de aanslag was een fundamentalistische moslim die Rushdie in zijn boek slechts als ‘de A.’ aanduidt (‘Aanvaller, would-be-Assassino, Achterlijke man die Aannames over mij maakte, die met mij een bijna dodelijke Afspraak had’).

Mes bestaat uit twee delen. In het eerste, ‘De engel des doods’, blikt Rushdie vooral feitelijk terug op de aanslag, zijn tijd in het ziekenhuis en zijn revalidatie. ‘De engel des levens’ is het tweede deel waarin de auteur tracht de aanslag mentaal te verwerken en zijn (schrijvers)leven opnieuw in te richten. Als een rode draad loopt door beide delen de aanwezigheid van zijn vrouw, de dichteres en fotografe Eliza Griffiths, die je als een derde ‘engel’ zou kunnen zien. In Rushdies eigen woorden: ‘(…) het verhaal dat ik hier wil vertellen, is dat het een verhaal is waarin haat – het mes als metafoor voor haat – wordt beantwoord, en uiteindelijk overwonnen, door liefde’.

‘Foreshadowing’

Dit verslag van een aanslag en de verwerking ervan kent – hoe kan het ook anders bij iemand als Rushdie – tal van reflecties op literatuur en kunst. Zo staat hij op de avond voor de aanslag voor zijn hotel naar de maan te kijken die spiegelt in het meer. Die doet hem onder andere denken aan het beroemde beeld van een ruimteschip dat op het rechteroog van de maan botst in de stomme film Le voyage dans la lune van Georges Méliès’. Het is een voorbeeld (Rushdie noemt er later meer) van foreshadowing van het verlies van zijn eigen rechteroog bij de aanslag van de dag erna.

Op een gegeven moment neemt Rushdie zich voor de aanslagpleger te ontmoeten om die met de gevolgen van zijn daad (het uitgestoken oog, maar ook het overleven van het slachtoffer en dus de mislukking van wat ‘de A.’ beoogde) te confronteren, maar daar ziet hij op advies van Eliza van af. Het wordt, als we inmiddels in het tweede deel van Mes zijn beland, een fictieve ontmoeting met ‘de A.’ waarin Rushdie probeert te achterhalen wat hem gedreven kan hebben. Er volgen vier sessies van een vraag- en antwoordspel waarin Rushdie zijn eigen vermoedens ontvouwt en zijn fantasie moet aanspreken om geloofwaardige antwoorden van ‘de A.’ te bedenken.

Afgewezen

Het is twijfelachtig of Rushdie erin geslaagd is een helder beeld van de aanslagpleger te bereiken. De ondervrager gaat op zoek naar de werkelijke voedingsbodem van de would-be-moordenaar. Hoe kon hij zo haatdragend worden dat hij ervan overtuigd was dat hij de schrijver van een boek (De duivelsverzen) dat hij niet eens had gelezen, moest vermoorden? ‘Jij bent een boze jongen’ zegt ondervrager Rushdie: ‘Zes miljard vijanden, nul vrienden, nog minder geliefden. Woedend. Zoveel wrok. Ik vraag me alleen af wie je eigenlijk wilde vermoorden. Een meisje dat je afwees? Een jongen op de sportschool of aan de Israëlische grens? Je moeder misschien? (…) Wiens gezicht zag je voor me toen je me stak?’
Het is een psychologie die Rushdie ontleent aan schrijfster Jodi Picoult. Zij vertelt in haar roman De tweede dochter dat eenlingen er niet voor kiezen eenzaam te zijn, maar voortdurend zijn teleurgesteld in hun pogingen om in harmonie met de wereld te leven.

Leert de lezer daardoor ‘de A.’ echt kennen? Diens drijfveren zien we natuurlijk zoals Rushdie ze zich probeert voor te stellen. Veel overtuigender is de les die Rushdie voor zichzelf trekt over zijn schrijverschap na deze hypothetische ontmoeting: ‘Kunst is geen luxe. Ze is de essentie van onze menselijkheid en vraagt geen speciale bescherming, afgezien van het recht om te bestaan. Ze accepteert discussie, kritiek, zelfs afwijzing. Maar ze accepteert geen geweld. En uiteindelijk overleeft ze degenen die haar onderdrukken’.

Rushdie hoefde nadat hij dat inzicht had verwoord zijn aanvaller niet meer in levende lijve te ontmoeten. De tragedie is mede door het schrijven van Mes tot een ‘afsluiting’ gekomen. Maar ook realiseert hij zich de grootste schade: ‘Ik ben een vreemde vogel geworden, niet zozeer beroemd om mijn boeken als wel om de incidenten in mijn leven’.

 

 

Omslag Mes. Gedachten na een poging tot moord  - Salman Rushdie
Mes. Gedachten na een poging tot moord
Salman Rushdie
Vertaling door: Karina van Santen en Martine Vosmaer
Verschenen bij: Uitgeverij Pluim (2024)
ISBN: 9789493339248
216 pagina's
Prijs: € 21,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Geef een reactie





 

Meer van Adri Altink:

Recent

Een invuloefening
14 juni 2024

Een invuloefening

Over 'Dora - Een liefdesgeschiedenis' van Toon Tellegen
Ontroerende familiegeschiedenis
13 juni 2024

Ontroerende familiegeschiedenis

Over 'Autobiografie van een flat' van Otto de Kat
Het wegdenken van woorden
12 juni 2024

Het wegdenken van woorden

Over 'Bijna 90 Hopla’s' van Judith Herzberg
Wijsbegeerte of reisbegeerte
10 juni 2024

Wijsbegeerte of reisbegeerte

Over 'Onder een andere hemel ' van Joke Hermsen
Moederkloek
8 juni 2024

Moederkloek

Over 'Roversjong' van Jef Aerts

Verwant