Said el Haji – De dagen van Sjaitan

God kan niet zonder de duivel

Recensie door Adri Altink

Al maanden staat Ik ga leven van Lale Gül in de bestsellerlijsten. Haar roman is een (voorlopige) afrekening met het verstikkende Turkse gezin waarin ze werd geboren en waarin de strenge uitleg van de Islam dogmatisch is. Ik ga leven kent diverse voorgangers van in Nederland opgegroeide kinderen van niet-westerse ouders. Die trokken minder de aandacht. Ook zij deden, al dan niet in romanvorm, verslag van hun worstelingen met het geloof en de cultuur van hun ouders. Zo publiceerde Dina Perla (Portnaar) in 2017 Exodus uit de vuurtoren over haar jeugd in een orthodox joods gezin en deed Rahma El Mouden dat twee jaar later in Rahma. De weg naar mijn vrijheid over het Marokkaanse moslimgezin waarin ze was geboren. Nog verdere voorlopers waren in Nederland Maarten ’t Hart en Jan Wolkers over hun gereformeerde jeugd en de losmaking daarvan. Die laatste twee waren enigszins de inspirators voor de roman De dagen van Sjaitan van Said el Haji (1976), die in 2000 verscheen en nu, juist tijdens het succes van Lale Gül (die eveneens ’t Hart en Wolkers las), is herdrukt.

Wolken

In de roman van Said El Haji is de hoofdpersoon Hamid het enige in Nederland geboren kind in een Marokkaans islamitisch gezin in het fictieve Berkerode, dat duidelijk verwijst naar de woonplaats van de auteur, Berkel en Rodenrijs. Het gezin woont er met naast Hamid nog een oudere zoon, Omar – een dochter is in Marokko blijven wonen. De vader is fanatiek religieus en treedt hardvochtig op tegen zijn kinderen van wie hij verlangt dat zij trouw bidden en de Koranschool bezoeken om er de onbegrijpelijk soera’s in hun hoofd te stampen. Hamid tekent liever (wolken bijvoorbeeld, omdat figuren door Allah zijn verboden) en voelt zich meer thuis onder Nederlandse jongens. Zijn vader straft hem echter voor elke neiging af te dwalen van de islamitische leer. Hamid is daar niet tegen op gewassen en groeit op in een alsmaar groeiende angst voor zijn vader wiens wil samenvalt met die van Allah. Hij noemt Hamid een moederskindje omdat hij bij steeds troost zoekt bij zijn moeder Fatima. In zijn dromen baant Hamids wrok tegen zijn vader zich een uitweg in een alter ego als Sjaitan (Satan). In die rol gaat hij stevige discussies aan met zijn vader en de imam over het geloof en de opvoeding.

Klokken

Sjaitan is er met zijn vrienden Tofik en Abd Razaq op uit openlijk te shockeren. Hij drijft bijvoorbeeld de imam tot grote woede met een (vermakelijk) verhaal over Allah die de mensen verstand toebedeelde omdat hij zijn toorn niet wist te beheersen. De imam vindt het een grove belediging, waarop Sjaitan zegt: ‘Ik beledig niet, ik houd gewoon een preek, net zoals jij dat doet (…) “Vrije meningsuiting” heet dat. Wat loop je nou te zeuren, jullie doen hetzelfde vanuit jullie minaretten (…) oproepen tot het gebed is een achterhaald gebruik, man. Het stamt uit de tijd dat mensen nog geen klok hadden en niet wisten hoe laat het was (…) jij leeft nog tussen de schapen en de ezels’.
De roman doet in sommige van die dialogen boeddhistisch aan. Het dualistische van het fundamentalisme en van misschien wel elke theïstische religie verwerpt Hamid/Sjaitan. Er is niets uitsluitend goed en al het andere slecht; die twee kunnen niet zonder elkaar en ze zijn in elk mens aanwezig, vindt hij. Daarover hieronder meer.
Over de generatiekloof praat hij al even onomwonden. Sjaitan verwijt de oudere geïmmigreerde Marokkanen dat ze nog steeds dromen van een terugkeer naar de Maghreb: ‘En daarom is jullie er alles aan gelegen om onze integratie hier ten koste van alles tegen te gaan – omdat jullie nog altijd een terugkeer in het verschiet zien! Maar jullie kinderen leven híér en dromen niet met jullie mee. Hun enige reële basis is hier’.

Tyfusturk

Hoewel De dagen van Sjaitan hier en daar wat vervalt in clichés en uitleggerige zinnen (‘Het doosje vloog door de lucht over de wel twee meter hoge preekstoel (die in de hoek stond) en zou bijna een parabool hebben beschreven, indien het zich hierin niet halverwege belemmerd zag door een luie muur, die niet van wijken wilde weten’) zijn de literaire ambities toch wel herkenbaar. En geslaagd, zeker als je bedenkt dat de roman El Haji’s debuut was. Tekstueel blijkt dat uit de karakterschetsen van bijvoorbeeld de imam of de dwaas Amar en in de soms subtiele steekjes naar Nederlanders die ‘buitenlanders’ op één hoop vegen en dus een Marokkaan voor ‘tyfusturk’ uitschelden. Het geldt vooral voor de opzet van de roman: de keuze voor de alter ego’s natuurlijk, maar ook voor de compositie. Die begint met een mythisch aandoende vertelling Val der Engelen, waarin de Vader zijn laatste engel die net als in de roman Hamid heet tevergeefs probeert te behoeden voor zijn val. Ook daarin zegt Hamid al dat de wereld niet zwart-wit is: ‘Is het niet naïef te denken dat het goede over het kwade zegeviert? Is dat niet een al te oppervlakkige gedachte? Vader?’ Daartegenover staat aan het slot het Klaaglied der Verlossing waarin Hamid steeds beelden terugziet van zijn vader als een soort Sjaitan.
Maar ook binnen de aldus omsloten roman vormen twee hoofdstukken met dezelfde titel Hedendaags weer een cirkel. In het eerste daarvan vraagt Hamid zich na een ontmoeting met de imam op zijn fiets af: ‘Ligt Sjaitan niet in de mens zelf besloten – opgesloten, vastgeketend aan de zwaarste kettingen van goedheid: God?’ In het tweede deel met die titel keert hij dit om als hij dezelfde imam in de trein ontmoet: ‘[Allah ligt] ook in hem besloten – opgesloten, vastgeketend aan de zwaarste kettingen van zijn slechtheid: Sjaitan’.

Naïef

Tekenend in dit verband is dat El Hajid zijn roman, ondanks alle haat jegens zijn vader, aan hem opdraagt. Die stierf in het jaar van de verschijning van de roman, 2000, maar de opdracht is in 2021 blijven staan. Nieuw is in deze herdruk een Nawoord van de auteur, waarin hij noteert: ‘Ik dacht oprecht dat mijn Marokkaanse generatiegenoten zich door mijn boek gesterkt zouden voelen om korte metten te maken met hun dubbele levens, gewetensnood en schaamte. Ze hadden niets anders te vrezen dan hun eigen angst, meende ik. En dat was naïef van mij. Wat ik onderschatte was hun loyaliteit en trots’. Een jaar na zijn debuut vlogen de vliegtuigen de Twin Towers in. Dat tastte niet alleen het Westen aan, ‘maar ook mijn interpretatie’, besluit hij.
Die zelfreflectie laat een mildheid en relativering zien waaraan Lale Gül wellicht nog toe zal komen.

 

 

Omslag De dagen van Sjaitan - Said el Haji
De dagen van Sjaitan
Said el Haji
Verschenen bij: Uitgeverij Jurgen Maas (2021)
ISBN: 9789050001847
176 pagina's
Prijs: € 20,00

Meer van Adri Altink:

Recent

8 december 2021

Een aaneenschakeling van mensonterende gebeurtenissen

Over 'De verschroeiden' van Antonio Ortuño
7 december 2021

Wie trekt de lijnen om de landen heen?

Over 'Grensstreken ' van Milo van Bokkum
3 december 2021

De beste hoofdstukken zijn die over herinneringen aan de doden

Over 'Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo' van Jo Komkommer
1 december 2021

Aangespoord door de biografie van Louis Lehmann

Over 'Wat boven kwam' van Louis Lehman
29 november 2021

Doodsverlangen in een dorp

Over 'Stenen eten' van Koen Caris

Verwant