Ru de Groen – Een dagje in de stad

Wassende water wist alle zonden

Recensie door Ingrid van der Graaf

Een natuurramp heeft verwoestende gevolgen, maar kan ook ten voordele werken voor wie iets te verbergen heeft. Of wanneer het iemand van harte gegund is dat alle sporen worden gewist van een daad die per ongeluk gepleegd werd. Zoals in de novelle Een dagje in de stad van Ru de Groen.

Evenals in zijn debuut, Anna, Ode aan een kattenstaart (2014) en Zonen van De Farao (2017) toont De Groen zich een voortreffelijk verteller die met soepele pen de wereld van weleer oproept. Nu en dan roept het boek een sfeer op die doet denken aan de boeken van Thomas Rosenboom. Verzorgd taalgebruik en een goed oog voor historische details die als een natuurlijk gegeven zijn opgenomen in het verhaal kenmerken  het werk van De Groen. ‘Op tafel lag een stapel tijdschriften. (…) Jaap pakte het bovenste nummer eraf. De Spiegel las hij, Christelijk Nationaal Weekblad, 1952.’ En: ‘Ze liep naar het dressoir en zette de radio uit.’

Luchtige verteltrant
Het betreft een familiedrama dat wordt verteld in een nacht en een dag, in korte zinnen en korte hoofdstukken. Aan de vooravond van de watersnoodramp op 1 februari 1953, krijgt de in Rotterdam woonachtige Stoffer Picavet, onverwacht bezoek van twee kinderen. Het zijn de kinderen van zijn broer, (Jaap van veertien en Anna van acht) van het eiland Goeree-Overflakkee. Picavet en zijn broer zijn  al jaren gebrouilleerd. In de nacht die volgt vertelt Jaap aan zijn oom waarom ze gevlucht zijn. Er is sprake van incest en moord op de vader, (die Jaap steevast ‘de boer’ noemt). Er spreekt een zekere luchtigheid uit de wijze waarop deze ernstige gebeurtenissen te berde worden gebracht. Er wordt niet uitgeweid over hoe de kinderen zelfstandig het eiland hebben kunnen verlaten, hoe ze bij de boot kwamen, of ze geld voor de reis hadden.

Een dagje uit
Picavet vangt de kinderen liefdevol op en ziet in zijn neef een dappere jongen die zijn zusje heeft gered.  ‘Verantwoording nemen voor je daden’ wordt een leidend thema in het verhaal. En – zoveel is duidelijk – Jaap wil terugkeren naar het eiland om onder ogen te zien wat er allemaal gebeurd is.
Maar eerst neemt Picavet de kinderen mee de stad in. Ze gaan op bezoek bij zijn vriendin Mimi –  garderobejuffrouw in een huis van lichte zeden – en een bezoek aan Blijdorp en de Kuip staan op het programma. Voor Jaap heeft Mimi – een wat bevreemdend gegeven in het verhaal – een verrassing in petto. Ze laat hem kennis maken met een van de prostituees op haar werk. De gedachte is – met het oog op zijn wellicht sombere toekomst – dat hij in ieder geval de lijfelijke liefde gekend zal hebben. Met het incestverleden van de jongen in het achterhoofd voelt dit wel wat geforceerd aan. Het is niet iets waar de jongen om staat te springen. Toch vergeef je dit de schrijver, omdat je voelt dat hij ergens heen wil, en als lezer wil je mee.

Een dagje in de stad is zeer prettig geschreven, het leest vlot en na afloop denk je: wat een pareltje is deze novelle eigenlijk. Ondanks de gruwelijke geschiedenis van de kinderen en het prostitueebezoek is het een zeer sympathieke vertelling. Gaandeweg leef je zo met ze mee dat je hoopt dat de kinderen bij hun oom en zijn vriendin kunnen blijven.

De terugweg
Als Picavet aan de vooravond van die beruchte watersnoodramp alleen met Jaap naar Goeree-Overflakkee reist, ontwikkelt de wind zich tot een storm. Tijdens de autorit van Rotterdam naar Hellevoetsluis, vraagt Picavet zich af of de boot nog zal varen in deze storm. Wanneer ze aankomen in de haven zijn de laatste regels van het boek:‘“Jaap we zijn er,” zei hij [Picavet] tevreden. “Kom snel nu. De boot wacht niet.”
Morgen zou het alweer februari zijn.’ Einde verhaal.

Wassend water
Maar daar kun je het als lezer niet bij laten. Die korte laatste zin lijkt een bezwering te bevatten. Alsof de schrijver je ertoe wil aanzetten er meer uit te halen dan wat je gelezen hebt. Je bladert terug, op zoek naar iets wat je gemist hebt om te weten waar dit einde toe leidt. Je leest nog eens het laatste hoofdstuk getiteld ‘Schoonschip’. Leest hoe Anna aan Mimi vraagt wat ozewiesewozewiesewallakristalla betekent. Mimi zegt dat het betekent ‘gered worden door het water’. Waarop Jaap reageert: ‘Water wast de zonden weg.’

En dan zie je ze daar opnieuw staan aan de haven, wachtend op de veerboot en begrijp je dat – of ze die boot nu halen of niet –  alle sporen van het drama uitgewist zullen worden door het wassende water. Er zal geen spoor overblijven dat te herleiden is naar een moord. Een prachtig eind goed al goed. Het wordt duidelijk dat De Groen vanaf het begin hierop aanstuurde: alle zonden zullen worden schoongewassen zodat er opnieuw begonnen kan worden. Deze novelle heeft iets van een sprookje. Verrassender en mooier kon de schrijver het niet bedenken.

Lees hier het interview van Literair Nederland (2017) met Ru de Groen.

Omslag Een dagje in de stad - Ru de Groen
Een dagje in de stad
Ru de Groen
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot (2018)
ISBN: 9789028280854
Prijs: € 18,99

Meer van Ingrid van der Graaf:

Recent

21 november 2018

De proefkonijnen van de mensendokter

Over 'Goede mannen' van Arnon Grunberg
13 november 2018

Schuld en geluk na val van de trap

Over 'Afgelegen' van James Wood
12 november 2018

Zwanger van dood

Over 'De lange droogte' van Cynan Jones
9 november 2018

Deze roman is een fantastische reflectie op het schrijverschap

Over 'Als de schaduw die verdwijnt' van Antonio Muñoz Molina
7 november 2018

Alzheimer en andere teloorgangen

Over 'Kleine helden zijn wij' van Stijn van der Loo

Verwant