Renske de Greef – Waarom ik mensen niet in mootjes hak

Een portret in stukjes

Recensie door Teunis Bunt

Columns zijn overal: in zo’n beetje alle kranten en tijdschriften in verschillende radioprogramma’s, op aardig wat sites. En dan zijn er nog bijeenkomsten waar columnisten opdraven om, bijvoorbeeld als intermezzo, hun column voor te lezen. Sommige columnisten hebben een eigen vorm (altijd uitgaan van een foto bijvoorbeeld), andere hebben hun eigen onderwerp (nieuwtjes in de wetenschap, jeugdschaak, kantoortaal) en vele hebben hun eigen toon.

Renske de Greef maakt wekelijks een column voor NRC Handelsblad. Ze schrijft en tekent die. Het is een vorm die bijvoorbeeld ook onze stripmaker des vaderlands, Margreet de Heer, wel hanteert. Het gevolg is dat een strip van De Greef meteen herkenbaar is, door de lettering en de tekeningen: haar mensen hebben altijd grote ogen, wat ze al bij voorbaat iets sympathieks geeft. Er loopt vaak een figuurtje rond dat verwijst naar de ‘ik’ in de columns, waarbij zo’n ik-personage natuurlijk nooit helemaal samenvalt met de auteur, al wordt wel de indruk gewekt dat De Greef vrij dicht bij zichzelf blijft.

Een aantal columns is nu verzameld in de bundel Waarom ik mensen niet in mootjes hak. De tekeningen hebben meestal een enkele steunkleur. Af en toe worden er meer kleuren gebruikt en regelmatig is er een volledig gekleurde dubbele pagina. Dat ‘leest’ een beetje als het begin van een nieuw hoofdstuk, al is er inhoudelijk geen sprake van hoofdstukken. Toch is een dergelijke segmentering prettig: je krijgt de indruk dat je niet zomaar een ongestructureerde hoeveelheid stukjes voor je hebt.

Vaak gaat De Greef uit van een waarneming of een vraag. Die overdenkt of onderzoekt ze en vaak komt ze uit op een conclusie of een advies. Ze heeft een zoekende instelling, die veel lezers prettig zullen vinden. Je leeft nu eenmaal gemakkelijker mee met iemand die ook niet meteen weet hoe het zit.

Daar komt bij dat De Greef zichzelf niet ontziet. Ze brengt ook haar eigen ergernissen, onzekerheden, inconsequenties, onhandigheden en vooroordelen ter sprake. Dat is herkenbaar. Bijvoorbeeld dat het je niet lukt om te bewijzen dat je geen robot bent, omdat je het getoonde woord (de captchacode) niet foutloos kunt overtypen; dat je modieuze zinnetjes die je tegenstaan (‘Hoe leuk is dat?’) toch gaat overnemen; dat het soms lastig is om op een goede manier een feestje te verlaten.

In haar oordelen kan De Greef af en toe fors zijn. Iets wat ze niet zo leuk vindt, zegt ze te haten of ze vindt het ‘de hel’ of ‘de duivel’. Dat is te pruimen, doordat ze het ook meteen weer ironiseert. Vaak gebeurt dat door ‘belangrijke’ en triviale zaken in dezelfde adem te noemen. Zo staan in een reeks van positieve ontwikkelingen ‘kindersterfte is sinds 1990 bijna gehalveerd’ en ‘hiv/aids is geen dodelijke ziekte meer’ naast ‘Justin Bieber maakt opeens hele mooie muziek’. Het effect is dat De Greef als ze stellig is, altijd ook haar eigen oordeel relativeert, wat je als lezer mild stemt.

De columns kennen geen vast stramien. Wel beginnen ze vaak met een observatie, waarvan de achtergrond onderzocht wordt. Maar De Greef durft ook radicaal af te wijken: dan geeft ze de lezer een taartpuntdiagram met uitwerking, een blokdiagram, een opsomming (‘De 7 plagen van Netflix’, ‘Zes dieren met hele slechte PR’, ‘6 soorten recensenten’), een bingokaart (Barbecuebingo) of een kwartetspel (‘Het awkward-social-media-momenten-kwartet’). Die afwisseling houdt het boek fris.

In een column die ook nog plaatjes heeft, kun je niet zoveel informatie kwijt. Dat staat misschien de diepgang in de weg, maar het bevordert de bondigheid. De stukjes hebben een lichte toon en hebben altijd amusementswaarde. En in de beperkte ruimte kan De Greef toch voldoende observaties en inzichten kwijt, die herkenning oproepen of die aanzetten tot mee- of tegendenken.

Waarom ik mensen niet in mootjes hak geeft vooral een mozaïekbeeld van de wereld van De Greef, een jonge moeder die zich in het heden staande houdt, fietsend door het verkeer (met al die duiven op het fietspad). Ze hoeft niet te googlen wat of wie een ‘big green egg’, Ottolenghi, of Peter Andre is en ze moet zich verhouden tot alles wat er op haar af komt en doet dat tegelijkertijd zorgelijk en blijmoedig. Het is een leuk, maar ook een mooi portret geworden.

 

Omslag Waarom ik mensen niet in mootjes hak - Renske  de Greef
Waarom ik mensen niet in mootjes hak
Renske de Greef
Renske stript
Verschenen bij: Nijgh & Van Ditmar
ISBN: 9789038804163
128 pagina's
Prijs: € 19,99

steun-ons

In Lissabon, vlakbij het café waar Fernando Pessoa in de jaren 30 werkte, zaten afgelopen zomer twee zwervers die vijf dozen voor zich hadden neergezet. Op een stond ‘morning wine’ op een ‘midday beer’, ‘a casual whiskey’, ‘a port to top it’, op de laatste ‘some food’. Het was een uitnodiging er kleingeld in te werpen. In het midden een groot bord: ‘At least we are honest!

Literair Nederland heeft een wat hoger ambitieniveau, maar onze dagelijkse kosten zijn op jaarbasis zo’n € 1.755,- (postzegels € 775,-, hosting € 500,- , redactiebijeenkomsten € 480,- ).

Helpt u ons met uw donatie?

 

 

Meer van Teunis Bunt:

Recent

26 april 2018

Geland, maar tussen twee werelden

Over 'De vluchtelingen' van Viet Thanh Nguyen
25 april 2018

Roman als gebeurtenis

Over 'Het genootschap van onvrijwillige dromers' van José Eduardo Agualusa
24 april 2018

Magie en melancholie en zintuiglijke belevingen

Over 'De zee heeft honger' van Kira Wuck
23 april 2018

Particuliere roerselen van Chris J. van Geel en Judith Herzberg

Over 'Brieven 1962-1974' van Judith Herzberg; Chris van Geel
20 april 2018

Ik ben buiten, dus ik ben

Over 'Rotgrond bestaat niet' van Gerbrand Bakker

Verwant