Renée van Marissing – Gelukkige dagen

De omgeving lijdt het meest

Recensie door Martenjan Poortinga

Renée van Marissing studeerde af als dramaschrijver, schreef muziektheatervoorstellingen en hoorspelen, romans en korte verhalen. Haar vorige roman Onze kinderen werd lovend ontvangen en genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. En dan is er nu de roman, Gelukkige dagen. De titel refereert aan het toneelstuk Happy Days van Samuel Beckett. Daarin zit een vrouw tot haar middel ingegraven in een berg puin. De voorstelling van het betreffende stuk wordt bezocht door Sil, het hoofdpersonage van deze roman, samen met haar vrouw Lina. Het wordt opgevoerd door een actrice met wie beiden in het verleden samen met een aantal anderen een toneelgroep vormden.

Het beeld van de ingegraven vrouw is treffend, want Sil is net gediagnosticeerd met Alzheimer en dat op 46-jarige leeftijd: jongdementie dus. De roman beschrijft haar ziekteproces en de invloed die haar teruglopende geheugen, haar woorden en taal en haar gedrag hebben op haar en haar omgeving. Ze wil dingen duidelijk maken, maar kan dat niet meer door het geheugenverlies.

Taal genoeg?

Sil is bioloog, woont samen met meubelmaakster Lina. Aan de toneelgroep waarvan ze lid waren in het verleden hebben ze een grote vriendenkring overgehouden. Met name met Pier en Barbara hebben ze nog veel contact en ze gaan met hen ook op vakantie. Sil heeft aan het begin van de roman nog contact met haar (oud-)collega Chris, die heel begripvol is en goed met haar overweg kan. Merkwaardig genoeg verdwijnt hij in de loop van dit boek; is Van Marissing hem vergeten, is het slordigheid? Trouwens, de manier waarop Sil er bij haar werkgever uit wordt gewerkt en de pijn die dat heeft gedaan komt nauwelijks uit de verf.

De roman is vanuit verschillende perspectieven geschreven. Soms denk en beleef je mee vanuit Sil, dan weer vanuit Lina en de vrienden. Als Van Marissing Sil aan het woord laat, kan deze gek genoeg alles benoemen, heeft ze taal genoeg om overal woorden aan te geven. Ze herinnert zich veel van haar vroegere bezigheden. Haar leven bij de toneelgroep, de buitenlandse reizen die ze samen met Chris maakte, het plezier dat ze had in haar werk als bioloog. Als de omgeving aan het woord is, weet en kan ze veel minder. Hoe verder het ziekteproces gaat, hoe meer gekke dingen Sil doet: ze krijgt haar voet niet tussen twee spijlen van het balkonhek uit, als ze de badkamer schoonmaakt spuit ze alles nat, ze verbrandt haar hand aan kokend water enzovoort. Haar gedrag verandert.

Haar vrouw en vrienden krijgen steeds meer moeite om met dat gedrag om te gaan. Met name haar vrouw is vaak geïrriteerd, boos en vooral moe. Hoe vaak dat woord niet voorkomt in deze roman: tientallen keren. Iedereen is moe, moe, moe. Sil, Lina, ouders, vrienden. Uiteindelijk is Sil thuis niet meer te handhaven en gaat ze naar een verpleeghuis. Van Marissing maakt zich daar wel heel gemakkelijk van af. In een poep en een zucht is het geregeld en denkt Lina voor de vorm nog even dat dat wel raar is, maar dan is het zover. Gewoonlijk is zo’n proces wel wat gecompliceerder.

Alles wordt uitvoerig uitgelegd

Het lijkt of deze roman in zijn geheel een haastklus was. Niet alleen van de auteur, ook van de redacteur. Want wat is nu eigenlijk de essentie van het boek? De aftakeling van een patiënt met jongdementie, de invloed die dat heeft op de omgeving van een patiënt, hoe zielig het is voor Sil of hoe zielig voor Lina, gaat het eigenlijk over taal? Het blijft onduidelijk. Het is van alles wat, Van Marissing maakt geen keuzes. Dat is jammer, want met een kern had het boek aan kracht gewonnen.

En dan wordt er ook nog het ene cliché aan de andere geregen. ‘Wat je niet ziet bestaat niet en ruik je ook niet.’ Elke emotie wordt benoemd, elke zucht verteld. Elke ontroering, onzekerheid wordt uitvoerig beschreven en uitgelegd. Alsof over wat deze ziekte is niet alleen informatie moet worden gegeven maar ook nog eens de zieligheid moet worden benadrukt. Al die uitvoerigheid leidt niet tot meeleven en meevoelen. Het blijft buitenkant wat de lezer ervaart.

Hoezo is deze roman schrijnend en ontroerend, hoezo wordt de taal onderzocht als de betekenis hapert, hoezo ontstaat tederheid? (Dixit de achterflap.) Wat er ontstaat is heel veel irritatie en woede bij de omgeving van Sil (en begrijpelijk), en ook bij de lezer. Een kritische redacteur had hier veel goed werk kunnen en moeten doen. Van Marissing heeft in eerdere boeken laten zien dat ze prima dialogen kan schrijven. Die vaardigheid toont ze in dit boek niet: elk gesprekje zonder inhoud of betekenis wordt volledig uitgeschreven. Veel (lange) zinnen zijn bovendien moeizaam geformuleerd, met veel herhalingen van dezelfde woorden in een zin. Ook hier had een redacteur moeten ingrijpen.

Hoofdpersonage blijft op afstand

Als een ding duidelijk wordt, is het dat Alzheimer op jonge leeftijd lastig, ingrijpend en heel erg is, en dan ook en vooral voor de omgeving, blijkt uit deze roman. Helaas blijft het personage Sil op afstand, kleurloos; haar omgeving heeft het zwaar, heel zwaar en dat wordt goed duidelijk gemaakt. Dat had ook op een andere manier vormgegeven kunnen worden. Van Marissing hinkt teveel op meerdere gedachten. Bernlefs boek Hersenschimmen blijft wat betreft het inleven en voelbaar maken van wat een patiënt doormaakt als dementie toeslaat met kop en schouders boven Gelukkige dagen uitsteken.

 

 

Omslag Gelukkige dagen - Renée van Marissing
Gelukkige dagen
Renée van Marissing
Verschenen bij: Uitgeverij Querido (2023)
ISBN: 9789021477800
256 pagina's
Prijs: € 23,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Martenjan Poortinga:

En Danijel is bang

En Danijel is bang

Over 'Bij het ontstaan van de wereld' van Drago Jančar

Recent

Enorme liefde voor de natuur in al haar verscheidenheid
27 mei 2024

Enorme liefde voor de natuur in al haar verscheidenheid

Over 'Iemand moest het doen' van Sanne Huysmans
Meekijken van proloog tot bezemwagen
25 mei 2024

Meekijken van proloog tot bezemwagen

Over 'Het grote wielrenboek' van Susanne Roos
Literatuur als instrument voor zelfontdekking
22 mei 2024

Literatuur als instrument voor zelfontdekking

Over 'Hij/hem – Een ABC van regenboogboeken' van Redactie: Eric de Rooij, Coen Peppelenbos en Doeke Sijens
Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe
21 mei 2024

Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe

Over 'Meisje ontmoet jongen ' van Ali Smith
Zwijgen als vorm van zelfbehoud
20 mei 2024

Zwijgen als vorm van zelfbehoud

Over 'Wat wij verzwijgen' van Aisha Dutrieux

Verwant