René Char – Woede en mysterie; Fureur et mystère

Compromisloze poëzie over verzet en hoop

Recensie door Albert Hogeweij

Als Picasso of Matisse met een tentoonstelling worden geëerd, staan de kranten er vol van. Als het werk van dichter René Char (1907 – 1988) in Nederlandse vertaling verschijnt, wordt er in alle talen gezwegen. En dat terwijl de Franse dichter met bekende kunstenaars als bovengenoemde, en onder meer met Braque, Giacometti, en Kandinsky heeft samengewerkt en bevriend was met de dichters Breton en Éluard, evenals met Heidegger, Bataille, Blanchot en Camus.
In 2016 bracht  uitgeverij IJzer een integrale vertaling van De onbeheerde hamer (Le marteau sans maître) in beperkte oplage uit. Hoewel deze uitgave weinig aandacht kreeg, heeft dit de uitgeverij er niet van weerhouden Woede en mysterie ((Fureur et mystère, 1948) van Char uit te geven. Een bundel die in 1999 door ‘Le monde’ op de lijst van 100 beste boeken van de eeuw werd geplaatst.

Omvangrijke verzameling
Woede en mysterie is een verzameling gedichten opgebouwd uit drie hoofdafdelingen: Zij alleen bleven (1938-1944), Bladen van Hypnos (1943-1944) en Het verpulverde gedicht (1945-1947), waartussen nog wat kleinere afdelingen als intermezzi zijn gevoegd. De afzonderlijke delen verschillen sterk, niet alleen qua vorm en onderwerp maar ook in stemming. Losjes volgen de gedichten de chronologische lijn van de mobilisatie voorafgaand aan de oorlogsdreiging en het verzet tijdens die verwoestende strijd. Welke uitmondt in de terugkeer naar levensbevorderende creativiteit na de oorlog. Er wordt gependeld tussen liefde en strijd, verzet en onderdrukking. Char sloot zich aan bij het actieve Franse verzet en was betrokken bij geheime wapentransporten. Hoezeer de stemming ook door de actualiteit van oorlog werd bepaald, Chars poëzie is van iedere anekdotiek gestript, want: ‘De geniepigste vijand is de actualiteit.’ Wanneer op 3 september 1939 Frankrijk en Groot Brittannië de oorlog verklaren aan Duitsland, krijgt dat zijn weerslag in het drieregelige gedicht: ‘Wielewaal / 3 september 1939’

‘De wielewaal kwam de hoofdstad van de dageraad binnen.
Het zwaard van zijn lied sloot het trieste bed.
Alles was voorbij, voorgoed.’

Verzet en hoop
Chars poëzie is niet los te zien van de mens, enerzijds tot vernietigen genegen, maar die ook de mogelijkheid heeft de strijd de rug toe te keren en zijn toevlucht te nemen tot de scheppende verbeelding. De ‘heilige woede’, een bezielde strijd tegen de krachten die het levenswaardige dreigen te vermorzelen. Char is van mening dat indien de mens zijn taak tot scheppen verzaakt, hij rooft van de schepping en de beschaving zonder er iets voor terug te geven. Zijn poëzie moet die verwording aan de kaak stellen (fureur) maar zich ook blijven verwonderen over het geheim van het alledaagse (mystère). Char voelde ook verwantschap met de pre-socratische natuurfilosofen, die de krachten van de natuur nog niet omgesmolten hadden tot rationele waarheden. Het is aan de dichter uit dat polaire krachtenveld een metaforisch potentieel te scheppen dat de onderliggende tegenstellingen weet te duiden en de scheppende kracht van de liefde dient: ’Boven alles uit zingt de mond van de geliefden.’

 Chars poëzie is even compromisloos als eigenzinnig. Zijn gedichten sluiten zich af voor de werkelijkheid, maar niet voor de lezer. Het gedicht is een ontmoetingsplek waar schoonheid, liefde en het weerbarstige elkaar ontmoeten. ‘Het gedicht ontspringt aan een subjectieve dwang en een objectieve keuze.’ Soms schakelt hij terug naar een toegankelijkere modus: ‘De zomer en ons leven waren één. / Het veld had de kleur van jouw geurige rok.’

Een logboek
De toegankelijkste sectie van Woede en mysterie is wel Bladen van Hypnos. Deze afdeling, een symbool van verzet, is opgedragen aan Camus. De filosoof die Chars credo ’Ik zal nooit een gedicht schrijven ter instemming’ onderschreef. Het bestaat uit 237 prozagedichten met een sterk aforistische inslag. Te lezen als een poëtisch logboek van oorlog en strijd, van hoop en verzet en over de noodzaak van poëzie in oorlogstijd. Deze Bladen zijn ‘gekenmerkt door een humanisme dat zich bewust is van zijn plichten en terughoudend is over zijn deugden’ zoals hij het zelf verwoordt.

Soms overheerst het cynische: ‘Er is geen reden waarom de herder nog gids zou moeten zijn. Zo is het beslist door de politiek, dat is onze nieuwe belastinginner.’ Dan weer gloort hoop: ‘Dichter, hoeder van de eindeloze gezichten van het levende.’ En tussendoor bloeien poëtische distels: ‘Toestemming doet een gezicht stralen. Weigering verleent het schoonheid.’ Humor is zeldzaam bij Char die ‘poëzie’ en ‘waarheid’ als ‘synoniem’ beschouwde, maar in deze Bladen permitteert Char zich toch het volgende: ‘Tussen de twee geweerschoten die over zijn lot beschikten vond hij de tijd een vlieg als “Mevrouw” aan te spreken.’ Deze in 1946 afzonderlijk uitgegeven afdeling geldt als een van de hoogtepunten uit zijn oeuvre.

Pastorale poëzie
In een van de laatste afdelingen Loyale tegenstanders doet pastorale poëzie haar intrede. Hierin wordt de natuur en opbloeiende liefde lyrisch bezongen als idyllisch tegengif tegen het voorafgaande strijdgewoel: ‘Mijn toekomstig leven is jouw gezicht wanneer je slaapt.’

Dit optimistische tussenstuk duurt slechts even. Daarna volgt de afdeling Het verpulverde gedicht met het uiterst sombere gedicht Ik bewoon een verdriet waarin de vraag ‘wanneer wordt de afgrond geoogst?’ wordt opgeworpen. In deze reeks reflecteert Char over de taak van de dichter. Hij acht zich medeschuldig aan de verwording van de maatschappij en voelt het als zijn morele plicht zich in te zetten voor een betere. Char leerde dat in de natuur en alchemie iets nieuws alleen ontstaat na ontbinding van het oude. Vernietiging biedt dus ook kansen voor het nieuwe:

‘Geboren uit de lokroep van het worden en de angst van het vasthouden zal het gedicht, zich verheffend uit zijn put van modder en sterren, bijna stilzwijgend getuigen dat het niets in zich heeft wat in werkelijkheid ook niet elders al bestond, in deze rebelse en eenzame wereld van contradicties.’

Griekse natuurfilosoof
Het verpulverde gedicht bouwt het nieuwe op uit de brokstukken van het oude. Tijdens de oorlog ervoer Char het gelijk van een van zijn favoriete filosofen, Herakleitos, volgens welke aan de werkelijkheid een nimmer aflatend conflict van tegenstellingen ten grondslag ligt dat zich in strijd ontlaadt. Char meende met de Griekse natuurfilosoof dat de geschiedenis zich volgens een cyclisch patroon voltrok. Overal om hem heen woekerde fascisme en bevond de beschaving zich in een duisterste fase.

‘Heracleitos legt de nadruk op het spannende samengaan van tegengestelden. Hij ziet daarin in de eerste plaats de perfecte voorwaarde en onmisbare motor om harmonie te bewerkstelligen.’
Char hamert op het belang van de verbeelding: ‘in de verbeelding houdt de dichter de vlam brandend van een oorspronkelijke harmonie en van een onderlinge verbondenheid tussen de mensen’. Oude structuren worden vernietigd waardoor de voedingsbodem rijp wordt voor nieuwe aanwas van het ‘mysterie’.

De tegenstelling
Char staat te boek als een duister dichter. Zijn stijl is geserreerd, gefragmenteerd en drijft op metaforen. Als vertrekpunt neemt hij steevast die van de tegenstelling met dikwijls verwijzingen naar mythen om de kosmische zeggingskracht ervan te duiden. De poëzie wordt beleden als centrale kracht in de kosmos en beheerst door de dialectiek tussen licht en duisternis, hemel en aarde. Zijn woorden bewegen zich tussen het concrete en het abstracte. Hij toont de liefde zinnelijk en tegelijkertijd mystiek. Char werkt hetgeen hij opwerpt ook in zijn tegendeel uit en maakt er zodoende één beweging van, één stroming waarin het gedicht de som van zijn opgeroepen tegenstellingen doorstroomt.

Wie oog krijgt voor die beweging voelt zich bij de hand genomen. Zijn gedichten zijn hier en daar hermetisch maar zijn zinnen staan open voor meerduidigheid. Het is als onvoltooide poëzie, vol breuklijnen en rafelranden. Vanzelfsprekend is een dichter met zulke eigenzinnige beeldspraak en ambivalente grammaticale structuren, schier onvertaalbaar. Het is goed dat deze editie tweetalig is zodat de lezer zo nodig kan spieken in het Franse origineel.

Poëtische schoonheid
De kracht van Chars poëzie zit niet in duiding maar in de overgave aan krachtige, gedurfde beelden. Daarom tot slot een handjevol poëtische schoonheid van René Char:

‘Ik ben de dichter, exploitant van de verdroogde put, die, o mijn lief, door jouw verten wordt gevoed.’
‘Wanneer ik vroeger naar bed ging stelde het idee van een tijdelijke dood in de armen van de slaap mij gerust, tegenwoordig ga ik juist slapen om een paar uur te leven.’
‘De mens is een vreemdeling voor de zonsopgang’.
[Poëzie ontstaat] ‘uit het verbreken van de stilte en het weer opleven van die stilte’.
‘Poëzie behoort onafscheidelijk te zijn van wat voorzienbaar, maar nog niet geformuleerd is.’
‘Steeds als bewijzen het begeven antwoordt de dichter met een salvo toekomst.’

Zich niet gewonnen geven was voor Char een morele opdracht. Zijn poëzie verdient een lezer die zich niet gewonnen geeft, ook waar die soms op de tast moet gaan naar enige betekenis.

 

Omslag Woede en mysterie; Fureur et mystère - René Char
Woede en mysterie; Fureur et mystère
René Char
Vertaling door: Anno Lampe
Verschenen bij: IJzer (2017)
ISBN: 9789086841523
464 pagina's
Prijs: € 29,50

Meer van Albert Hogeweij:

Recent

21 november 2018

De proefkonijnen van de mensendokter

Over 'Goede mannen' van Arnon Grunberg
15 november 2018

Het zoeken naar de juiste context

Over 'De verzuimcoördinator' van Nicole Montagne
13 november 2018

Schuld en geluk na val van de trap

Over 'Afgelegen' van James Wood
12 november 2018

Zwanger van dood

Over 'De lange droogte' van Cynan Jones
9 november 2018

Deze roman is een fantastische reflectie op het schrijverschap

Over 'Als de schaduw die verdwijnt' van Antonio Muñoz Molina

Verwant