Pramoedya Ananta Toer   – Kind van alle volken

Vrijheid, gelijkheid, broederschap

Recensie door Andrea Kučerová

Pramoedya Ananta Toer (1925 – 2006) is een bewonderde Indonesische schrijver, en was ook zeer productief. Hij maakte een paar keer kans op de Nobelprijs voor de Literatuur en met name zijn tetralogie -waarvan Kind van alle volken (oorspronkelijk verschenen in 1981) het tweede deel vormt- heeft hem beroemd gemaakt en zijn naam als verdediger van een onafhankelijk en vrij Indonesië gevestigd. Het is dus logisch dat Pramoedya al zijn boeken in het Indonesisch heeft geschreven en niet in zijn moedertaal Javaans, wat slechts een deel van zijn doelgroep zou aanspreken, of in het Nederlands, dat juist de taal van de onderdrukker was. Zo wordt de meedogenloze uitbuiting door het koloniale systeem, dat de mens -onderdrukker of onderdrukte- van zijn waardigheid berooft, een thema dat verder strekt dan één enkel land, volk of tijdperk en dat voor Pramoedya steeds opnieuw aan de kaak gesteld moet worden. Zijn hele oeuvre is een aanklacht hiertegen en -in navolging van de Franse Revolutie, die hij veelvuldig aanvoert- een aansporing tot desnoods gewelddadig verzet om bevrijding van de onderdrukkers te bereiken.

Pamflet

Kind van alle volken is het verhaal van Minke, een Javaanse jongeman van adellijke komaf, die langzaamaan loskomt van zijn traditionele, feodale omgeving en steeds bewuster wordt van de funeste impact van het koloniale regime en van de noodzaak om zich daartegen te verzetten.

Hij beschrijft het lot van zijn familie en -in het verlengde daarvan- dat van zijn land in het verre en nabije verleden en krijgt daardoor geleidelijk meer vat op de geschiedenis van zijn land. Hij wil zijn land begrijpen, reden om als journalist bij de plaatselijke krant te gaan werken, maar ook om in zijn naasten leermeesters te zien die  hem de weg kunnen wijzen. Hij bevraagt ze onvermoeibaar en zij beleren hem graag. Deze passages doen dan ook vaak pamflet-achtig aan. Voor Pramoedya zijn deze lange voordrachten foefjes om Minke, maar vooral ook de lezer, veel uit te leggen. Gaandeweg dringen de inzichten bij Minke door en gaat hij inzien dat schrijven in het Maleis inderdaad de manier is om de onderdrukten te bereiken en dat de traditionele Indische klassenmaatschappij overheersing en dus kolonialisme vergemakkelijkt: ‘als je zelf geen schoenen aan had, dan ging je geen gesprek aan met iemand die ze wel droeg’. Hij krijgt ook in de gaten op welke slinkse wijze de Javaanse boer uitgebuit wordt en dat idealen die hij in zijn artikelen wil doorgeven niet alleen strijdbaar moeten zijn maar ook hoop moeten geven. Hij neemt als een spons alle kennis over landen en culturen in zich op, waarmee hij vervolgens als ‘ kind van alle volken’, al schrijvend ‘het leven inhoud [kan] geven’.

Wajangverhalen

Als lezer volg je het tastende proces van de hoofdpersoon naar meer begrip en kennis. Pramoedya slaat daarvoor nogal wat zijpaden in. Een illustratief voorbeeld van zo’n curieus dwaalspoor is het verhaal over de vélocipède: bereden door vrouwen leidt dit verschijnsel bij de mannen ‘tot zondige gedachten en ongelukken!’ Vervolgens komt er een bespiegeling over de moderne tijd:

‘Ach de moderne tijd! Waar bleven haar zegeningen? De erfenis van het verleden was nog niet uitgesleten; de inlander was inferieur  ten opzichte van de Europeaan en werd als zodanig onderdrukt. De Europeanen waren onderling verdeeld: de ene liberaal bevocht de andere, de liberaal bestreed de niet-liberaal en nu was er de emancipatie: vrouw versus man. Was dát de moderne tijd, de heerschappij van het kapitaal? Machines en uitvindingen brachten geen soelaas. De mens blijft dezelfde; een gecompliceerd wezen, speelbal van zijn eeuwige aspiraties, net als in oeroude wajangverhalen.’

Het effect is dat door de compilatie van ongelijksoortige vertellingen de grote lijn verloren gaat.  Niet eens zo zeer de naïviteit van de hoofdpersoon gaat storen – het is tenslotte een jongeman die zijn uiterste best doet de wereld om zich heen te begrijpen – maar Pramoedya ’s extreem uitvoerige en daardoor incoherente manier van vertellen maakt dat het verhaal vaart en samenhang mist.
Er wordt bij voorbeeld een zes bladzijden lang epistel geciteerd, dat ingeleid wordt met de woorden ‘de brief ging ongeveer als volgt’. Onwaarschijnlijk gedetailleerde dagboekaantekeningen en brieven wisselen elkaar af met nauwkeurige beschrijvingen à la geschiedenisboeken of redevoeringen van personages die wijze lessen geven.

Voorbij het universele

Hoewel de schrijver meer dan 350 bladzijden aan het woord is en decors, gebeurtenissen, gesprekken en gedachtes zeer precies beschrijft, komt die informatie erg moeizaam aan bij de lezer en blijft in ieder geval niet hangen. Voor een deel zal dat liggen aan Pramoedya’s breedsprakige en plechtstatige manier van verwoorden. Maar misschien komt het ook doordat het boek veel voorkennis van en affiniteit met de beschreven vervlogen tijden en plaatsen veronderstelt, kennis die wellicht bij de huidige lezer niet (meer) vanzelfsprekend aanwezig is. Pramoedya schrijft vanuit het perspectief van de ingewijde, die, zo zou je kunnen vrezen, aan het uitsterven is. De idealen die Pramoedya verdedigt -vrijheid, gelijkheid, broederschap – zijn universeel. Daarin schuilt de waarde van zijn werk. De manier waarop hij deze thematiek echter verwoordt is inmiddels hopeloos achterhaald.

 

Omslag Kind van alle volken - Pramoedya Ananta Toer  
Kind van alle volken
Pramoedya Ananta Toer  
Vertaling door: D. van Minde
Verschenen bij: Uitgeverij De Geus (2021)
ISBN: 9789044545500
384 pagina's
Prijs: € 17,50

Meer van Andrea Kučerová:

Recent

27 mei 2022

Wij roeien ruggelings naar later

Over 'Hoe verschillig' van Marjoleine de Vos
26 mei 2022

Klassiek in kleur

Over 'Saïdja en Adinda' van Multatuli en Dick Matena
23 mei 2022

Komische demonen in Rotterdam

Over 'De geschiedenis van Marthe' van Daniël Dee
20 mei 2022

Kruistocht tegen woke denken

Over 'Herfstdraad' van Jamal Ouariachi
19 mei 2022

De aarde roept

Over 'Aarde eten' van Dolores Reyes

Verwant