Peter Nijssen – De onvoltooide

Onder vriendschapsschijn schuilt het ergste venijn

Recensie door Daan Lameijer

Als een boek een kind van zijn tijd is, is het afwachten hoe goed het is. Dit geldt zeker voor de coronaroman, die niet geschreven wordt om de eigen creativiteit koste wat kost te uiten, maar om de verveling van een zich voortslepende lockdown te bestrijden. De gelegenheid doet zich nu namelijk voor, dus waarom wagen we het er niet op? Liefst met een verwijzing naar Gabriel García Márquez’ Liefde in tijden van cholera: ‘Schrijven in tijden van corona’. Op het eerste gezicht lijkt De onvoltooide van Peter Nijssen eenzelfde covid-eenheidsworst, maar zijn pen bevat gelukkig een driedubbele booster. 

Ten eerste maakt Nijssen de huiskamerromantiek van Biedermeier lekker pittig, door een wel heel markant personage ten tonele te voeren. Hoofdpersoon Bern moet zijn gezin wekenlang missen en ontmoet op een van zijn fietsrondjes door Utrecht beroepsfantast Wijnand. Daarbij bevraagt Nijssen het idee van vriendschap, wanneer zij slechts op toeval, tijdelijke spraakzaamheid en geldingsdrang berust. Verder onderzoekt Bern in een interessant essay wat onvoltooidheid en kunst met elkaar te maken hebben. Is niet elke kunst tot op zekere hoogte onafgerond, een belofte op iets beters?

Biedermeier van een kletsmeier

Het virus slaat toe in 2020. Berns vrouw Veerle verzorgt haar door covid besmette moeder in Noord-Brabant. Dochter Lynn verkast naar haar vriend in Rotterdam en zoon Morits ontvlucht de pandemie, reizend door Australië. Kortom, de journalist en radiomaker blijft alleen achter in Leidsche Rijn. Omdat het culturele en sportieve leven op zijn gat ligt, pakt hij de racefiets uit de schuur en scheurt de regio rond. Bij Vianen treft hij gewezen filmmaker en wielerfanaat Wijnand Veldert: een combinatie van Nico Dijkshoorn, Martin Koolhoven en Mart Smeets. Een man met vermoeiend veel kennis en een sterke mening, bijvoorbeeld over verengelsing: ‘‘Utrecht Science Park’, ga toch fietsen met je droplullenengels. (…) Onze universiteiten (…) zijn shoppingmalls van de neoliberale dictatuur geworden die zichzelf aanprijzen in bullshitblabla uit de registers van de marketingwereld.’’ In hun daaropvolgende ontmoetingen blijkt Wijnand niet slechts een vat vol zurigheid.

Huiselijk biedermeiergeluk kent in onze beeldcultuur weinig originaliteit. Die eeuwige, rijkelijk gevulde eettafel met steeds dezelfde disgenoten: een daadkrachtige moeder met een sukkelige, matig knappe vader, één komma acht kinderen, een verweduwde oma en een ongevaarlijke hond, mocht een stukje Jumbo-gourmetgehakt het laminaat besmeuren. Nijssen maakt van veertiger Bern en zestiger Wijnand een knus duo met Berns Vinex-woning als decor. Ze koken, eten, drinken bier of wijn, draaien plaatjes en praten. Eigenlijk praat vooral Wijnand. Over zijn vroegtijdig gestrande wielercarrière, over topfilms en zijn huwelijk. Maar ook over zijn overleden echtgenote en de uit beeld geraakte kinderen. Telkens wanneer de melancholie de overhand krijgt en Bern hierop doorgraaft, doet Wijnand er met een cynische dooddoener het zwijgen toe: ‘Het leven is kut, maar zolang je er bent, is het goed je ziel af en toe te kunnen balsemen. Als jij dat gebiedermeier vindt, soit.’ 

Vriendschap: in het wiel van je metgezel

Er kleeft iets vreemds aan het contact tussen Bern en Wijnand, al zijn er flink wat ingrediënten voor een hechte vriendschap: samen eten, dronken worden, muziek luisteren, interesses delen, wielrennen. Maar Bern, die niet voor niets de achternaam Nevens draagt, voelt zich in alles de mindere van Wijnand. Telkens wil hij zijn kameraad aftroeven, hetzij op de pedalen – ‘Ik wilde hem eindelijk eens kleineren, die zwetser, die opsnijder, die ouwe. En dat was me gelukt.’, hetzij qua verdiensten – ‘Hij was door diepe dalen gegaan, maar had ook over grote hoogten gescheerd. En ik? Wat had ik gedaan?’ Af en toe verwordt hun samenzijn tot een soort top-2000-à-gogo, zij het zonder de jovialiteit tussen Matthijs van Nieuwkerk en Leo Blokhuis. Bij elk cd’tje dat wordt opgezet, geeft Wijnand college. Bern verzucht: ‘”Jij weet ook álles.’’ – ‘‘Ik weet maar heel weinig, Bern, maar toevallig weet ik veel van wat jij weet (…) omdat wij zielsverwanten zijn?’’’ Hij moest eens weten.

Impliciet stelt Nijssen zeer relevante vragen over het concept ‘vriendschap’. Kun je daar bijvoorbeeld van spreken als de één te veel tegen de ander opkijkt, hem zelfs benijdt? Als de één zich heimelijk ergert aan eindeloze monologen van de ander maar dit niet eerlijk tegen hem zegt, hem juist voedt in zijn praatzucht? Het gros van Bern en Wijnands gesprekken is een wandelend uitgevoerde pubquiz: ‘‘‘Koolhaas, Koolhaas,’’ herhaalde ik peinzend. ‘‘Ken ik die niet ergens van?’’ –‘‘Niet van je wandelingen in de natuur, bioloogje. Maar van de literatuur. (…) En dat heeft dan Nederlands gestudeerd.’’’ Het is dan ook niet verwonderlijk dat het contact tussen de twee verwatert, zodra Veerle, Lynn en Morits huiswaarts keren: ‘Het nieuwtestamentische elan dat bezit van me nam zodra ik met hem verkeerde – ik had dat zieltogend en op een waakvlammetje in een hoek van mijn bewustzijn gedeponeerd.’ En eigenlijk gaat Bern op dezelfde manier met zijn schrijfambities om.

Oefening is kunst

Intussen werkt Bern aan een essay over onvoltooide literatuur, dat hij uiteraard niet afmaakt. Die onvolmaaktheid, of beter, voorlopigheid schuilt in vele facetten van De onvoltooide. Het mooiste illustreert Nijssen dit door het getal ‘8’ in het laatste hoofdstuk horizontaal af te drukken: het teken der oneindigheid. Eenvoud is het moeilijkste wat er is. Zo ontstaat speelruimte voor intertekstualiteit, die Nijssen (sinds 1995 hoofdredacteur bij De Arbeiderspers) slim benut ten gunste van de inhoud. Talloze dwarsverbanden van Musils Man zonder eigenschappen tot Manns Toverberg, vormen een atoomreactie die interpretatie en semantische duiding van De onvoltooide letterlijk onbegonnen werk maakt. Verwijzend naar Paul Valéry focust Nijssen namelijk niet op afronden: ‘‘Voor hem ging het om (…) spel. Spel omdat het maken doel in zichzelf is en in zichzelf ronddraait. Oefening omdat de definitieve uitvoering altijd ontbreken moet.’’ Oefening báárt geen kunst, maar ís de kunst.

De onvoltooide is in de beste zin des woords geen product van zijn tijd. Allereerst is het geen product, want onvoltooid. Bovendien werpt Nijssen een kritische, genuanceerde blik op wat vriendschap betekent en creëert subtiel ongemak. Hij stelt ons de vraag: moet je zelfs in de diepste eenzaamheid van een lockdown niet heel goed nadenken waarom je met iemand contact opneemt?

Daarnaast echoot dit boek nog lang na in een veelzijdige symfonie. Nijssen trakteert ons achterin het boek immers op een QR-code: de playlist van Berns Spotify-account, waar alle aangehaalde nummers van Schubert, Buckley, Cohen en vele anderen op staan. De onvoltooide inspireert als een gulle mentor die ondergewaardeerde muziek en interessante boeken aanprijst, alle clichés vertrappend. Het verwijt van name-dropping is te eendimensionaal: experts moeten goed geïnformeerd zijn in hun vakgebied en Nijssen weet nu eenmaal veel van literatuur. Hopelijk is met De onvoltooide de schrijverscarrière van Peter Nijssen nog niet voltooid.

 

 

Omslag De onvoltooide - Peter Nijssen
De onvoltooide
Peter Nijssen
Verschenen bij: De Geus (2022)
ISBN: 9789044545807
256 pagina's

Meer van Daan Lameijer:

Recent

9 december 2022

Liefde en sterven in een mooi geschreven novelle

Over 'Als de liefde' van Theodor Holman
8 december 2022

Op zoek naar waarheid en onafhankelijkheid

Over 'De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd ' van Rune Christiansen
7 december 2022

Smaakvol en leerzaam verhaal over hygiëne

Over 'Het mooiste boek van grote viezigheid - een onfrisse geschiedenis' van Monika Utnik-Strugata en Piotr Socha
6 december 2022

De eeuwige slang en de zachte klank van regen

Over 'Boekhandel in de bergen' van Alba Donati
5 december 2022

Het belang van de glimlach

Over 'Glimlach' van Sarah Ruhl

Verwant