Peter Handke – De angst van de doelman voor de strafschop

Liever dwarsliggen dan gemakkelijk scoren

Recensie door Daan Pieters

Het was voorwaar niet zomaar een uitgemaakte zaak dat Peter Handke (1942) in 2019 de Nobelprijs voor de Literatuur zou krijgen. De eigengereide Oostenrijker heeft in zijn eigen land niet alleen bewonderaars, maar ook felle tegenstanders, en zijn opmerkelijke houding ten aanzien van de Joegoslavische burgeroorlog is omstreden. Vooral zijn beslissing om het in dat conflict op te nemen voor Servië en een toespraak te houden op de begrafenis van Slobodan Milošević wordt hem begrijpelijkerwijs nog steeds kwalijk genomen. Overlevenden van de genocide in Srebrenica eisten tevergeefs dat de prijs werd ingetrokken.

Het veelgeplaagde nobelprijscomité – als gevolg van een onverkwikkelijke affaire kon er in 2018 aanvankelijk zelfs geen prijs worden uitgereikt – wees erop dat het om een literaire onderscheiding ging, waarbij de politieke overtuiging of daden van de winnaar irrelevant zijn. Daar valt wel iets voor te zeggen, want als we geen onderscheid meer maken tussen het persoonlijke gedrag of de opvattingen van een auteur en zijn werk, kunnen we Louis-Ferdinand Céline, Knut Hamsun en zovele andere schrijvers met bedenkelijke sympathieën eenvoudigweg niet meer lezen.

Herziene uitgave van experimenteel werk

Die Angst des Tormanns beim Elfmeter verscheen in 1970. In 1972 kwam er een Nederlandse vertaling uit, getiteld De angst van de doelman voor de strafschop. Die was jaren niet meer verkrijgbaar, tot uitgeverij Koppernik vorig jaar besliste om de vertaling door Gerrit Bussink te laten herzien en opnieuw op de markt te brengen. Het verschijningsjaar spreekt boekdelen. In de vroege jaren zeventig ging de literatuur overal in Europa door een sterk experimentele fase. In Frankrijk had je de nouveau roman, met figuren als Alain Robbe-Grillet, wiens indrukwekkende Een regicide overigens ook bij Koppernik verscheen. Kort gezegd ging het om een poging om de traditionele conventies van de verhalende roman te doorbreken, ‘verouderde’ concepten als plot of intrige te negeren en de lezer doelbewust vervreemdende, zelfs weerzin oproepende literatuur voor te schotelen.

Peter Handke, die als bewonderaar van onder meer Marguerite Duras ongetwijfeld bekend was met de nouveau roman, laat zijn afkeer van ‘beschrijvingsdrang’ en ‘verhalen’ tot uiting komen in De angst van de doelman voor de strafschop. In dat korte boek – ‘roman’ is wellicht niet de juiste omschrijving – volgen we Josef Bloch, een monteur die om volstrekt irrationele redenen aanneemt dat hij ontslagen is: ‘Toen hij zich ’s morgens op zijn werk meldde, werd monteur Josef Bloch, die vroeger een bekende doelman was geweest, meegedeeld dat hij ontslagen was. Tenminste, als zodanig legde Bloch het feit uit dat toen hij in de deur van de bouwkeet verscheen waar zich juist de arbeiders bevonden, alleen de voorman van zijn tienuurtje opkeek, en hij verliet het bouwterrein.’

Objectiviteit op losse schroeven

De schijnbaar objectief beschreven werkelijkheid van de openingszin wordt dus onmiddellijk daarna op losse schroeven gezet. We volgen Bloch op een schijnbaar zinloze dwaaltocht door de stad waarbij banale gebeurtenissen emotieloos worden beschreven: de hoofdpersoon neemt een hotelkamer, belt vrienden, gaat naar de bioscoop of neemt de tram. Zoals een doelman een willekeurige hoek kiest als hij een strafschop wil tegenhouden, laat Bloch zich onverschillig door het toeval leiden. De werkelijkheid interpreteren lijkt een onmogelijke opgave voor hem: ‘Tegen de vrouw die hem in de bus – door haar tasje open te maken en daarin met verschillende voorwerpen te spelen – al had aangeduid dat ze zich onwel voelde, zei hij: “Ik ben vergeten een briefje achter te laten”, zonder te weten wat hij met de woorden ‘briefje’ en ‘achterlaten’ eigenlijk bedoelde.’

Dit soort onwezenlijke uitspraken en andere vervreemdingseffecten zijn schering en inslag. Het is alsof een cameraman de ik-figuur op afstand volgt zonder door te dringen tot zijn innerlijke gevoelens of gedachtenwereld. Er lijkt haast een glazen wand tussen Bloch en de werkelijkheid te staan die het hem onmogelijk maakt om werkelijk contact te leggen met zijn omgeving: ‘Hij ging voor het raam van een restaurant staan; de mensen binnen zaten voor een televisie. Hij keek een tijdlang toe; iemand draaide zich naar hem om en hij liep verder.’

Doelbewust nergens naar toe

En dan, plots, pleegt Bloch en verschrikkelijke misdaad, die op dezelfde emotieloze manier wordt beschreven als wanneer hij een kop koffie drinkt of geld opneemt bij de bank. Volstrekt onverstoorbaar zet hij daarna zijn willekeurige dwaaltocht voort en strandt in een grensplaats. Kortom, er ‘gebeurt’ weliswaar van alles, maar er is geen plot. Dit boek, deze antiroman gaat doelbewust nergens naartoe. Als het leven geen samenhangend verhaal is, zo lijkt Handke ons voor te houden, met een duidelijk afgebakend begin, midden en einde, waarom zou een boek dan wel op die manier gecomponeerd moeten zijn?
Ook de relatie tussen taal en werkelijkheid wordt geproblematiseerd. Nu eens ondermijnt Handke zijn eigen beschrijvingen: ‘Bloch deed de briefkaarten op de bus. Er klonk een hol geluid toen ze in de lege bus vielen. Maar de brievenbus was zo klein dat het helemaal niet hol kon klinken. Bovendien was Bloch meteen doorgelopen.’

Dan weer is het de taal zelf die niet bij de werkelijkheid schijnt te passen, of die vervormt: ‘De kasten, de wasbak, de reistas, de deur; pas nu viel het hem op dat het leek of hij gedwongen werd bij ieder voorwerp ook het woord erbij te denken. Iedere waarneming van een voorwerp werd onmiddellijk gevolgd door het woord. De stoel, de kleerhanger, de sleutel.’
Handke gaat zo ver in dat experiment dat hij aan het einde van zijn boek zelfs woorden begint te vervangen door herkenbare, maar ook moeilijker te interpreteren symbolen. Bevorderlijk voor het leesplezier is dat niet, maar het laatste wat Handke dan ook wilde met dit boek, is zijn lezers een paar uurtjes zorgeloos achterover laten leunen in een gemakkelijke stoel om ze vervolgens met een voldaan gevoel naar bed te sturen.

 

Omslag De angst van de doelman voor de strafschop - Peter Handke
De angst van de doelman voor de strafschop
Peter Handke
Vertaling door: Gerrit Bussink
Verschenen bij: Uitgeverij Koppernik
ISBN: 9789492313966
120 pagina's
Prijs: € 18,50

steun-ons

Jaarlijks publiceert Literair Nederland ruim vierhonderd boekrecensies en literaire berichten mede dankzij donaties van lezers. Uw hulp om boekrecensies, interviews, columns en essays in de toekomst te laten verschijnen is nodig. Klik voor een bijdrage. Onze dank is groot!

Meer van Daan Pieters:

OK boomer

Over 'In de wacht' van Alfred Birney

Recent

14 augustus 2020

Zwaluwen op de verbindingslijn

Over 'De wensvader' van Eric de Rooij
12 augustus 2020

Vreemdeling in het land van anderen

Over 'Mathilde' van Leïla Slimani
10 augustus 2020

Een spannend en goed geschreven verhaal

Over 'Een week of vier' van Laura van der Haar
6 augustus 2020

Hoe lang mag rouw duren en wie bepaalt dat

Over 'Berichten van het front' van Anna Enquist
31 juli 2020

Een gast op deze aarde

Over 'Tarabas' van Joseph Roth

Verwant