Bianca Stigter – Recensie: Per ongeluk expres

Recensie door: Laura Schans

Recensie door Laura Schans

Een originele aanzet tot…? 

Bianca Stigter is journalist en redacteur bij NRC Handelsblad en houdt een cultuur- en filmblog bij op www.nrc.nl. In 2008 verscheen haar boek De ontsproten Picasso: reizen door kunst en tijd. In dit boek werden eerder in NRC verschenen stukjes gebundeld. De ontsproten Picasso werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2008. In het juryrapport van deze prijs en in recensies in dag- en weekbladen wordt Stigter geprezen om haar originele blik en haar verfrissende manier van kijken naar kunst. Ze is een ‘geweldige gids’ (aldus Arie Storm in NRC) in de wereld van kunst, film, internet, computergames, de natuur en aanverwante verschijnselen. Ze neemt je mee, laat je dingen zien en legt meer verbanden dan je zelf had kunnen doen. Zo geeft ze ‘kunstwerken – films vooral, maar ook schilderjen of een 17de-eeuws wollen mutsje uit het Rijksmuseum – een dimensie extra.’(aldus De Volkskrant).

Eigenlijk gebeurt hetzelfde in haar nieuwste boek, Per ongeluk expres – over kunst. Opnieuw worden hier stukjes gebundeld die eerder in NRC verschenen. Opnieuw gaan de stukjes over kunst, schilderijen, films, regisseurs en acteurs, het internet, opgravingen uit de prehistorie, architectuur, noem maar op. Opnieuw verwondert Stigter zich over al deze mooie en interessante verschijnselen. Opnieuw neemt ze haar lezers mee, laat ze verrassende verbanden zien en schrijft ze prikkelende dingen over verschijnselen waar anderen gewoon aan voorbij lopen. ‘Van Willendorf tot webcam: een optocht van verrassende, ontroerende en brutale feiten en fictie’, staat te lezen op de site van haar uitgeverij over De ontsproten Picasso. Dat zou net zo goed over Per ongeluk expres kunnen gaan.

Wie genoot van De ontsproten Picasso, wie smult van de stukjes van Stigter in NRC Handelsblad of op het internet, die zal ook Per ongeluk expres kunnen waarderen. Het is immers meer van hetzelfde en toch anders: het gaat immers over andere kunstwerken.

Ik vond de stukjes van Stigter eigenlijk maar zelden bijzonder. Verrassend, ja, ontroerend, soms, prikkelend, af en toe. Het overgrote deel van mijn leeservaring is echter te vangen onder de noemer ‘onbevredigend’. Stigter ziet interessante verbanden, bijvoorbeeld tussen Cary Grant en George Clooney of tussen de stillevens van Adriaen Coorte en een echte fruitschaal, maar de gedachten over de verschijnselen die ze beschrijft worden haast nergens uitgewerkt. De aanzet is veelbelovend, maar er volgt weinig tot niets op de beschrijving van het fenomeen. Stigter biedt een originele blik en de belofte van een boeiende gedachte, om vervolgens direct af te sluiten en over te stappen naar een volgend stukje. Een volgend onderwerp dat opnieuw helaas geen uitgewerkte aandacht krijgt.

Zo is er het stukje over de mogelijkheden die de website YouTube biedt aan amateurs, de grote massa. ‘Dankzij computers en goedkope montageprogramma’s kan nu iedereen zijn eigen Rose Hobart [een montagefilm uit 1936 met beelden van de actrice Rose Hobart, LS] maken.’ Tegenwoordig kan naar hartenlust geknipt en geplakt worden met het materiaal van kunstenaars. Wat eerst voorbehouden was aan kunstenaars wordt een huiskamerhobby. Inderdaad, een interessant verschijnsel. Maar niet een waar nog niemand bij stilgestaan heeft.

Stigter sluit dit stukje af met de volgende alinea:

‘Maar misschien is het belangrijkste punt hier dat het juist geen kunst is. Als het internet één ding mogelijk gemaakt heeft, dan is het de opmars van de amateur. Op het web vervaagt het onderscheid tussen makers en gebruikers, tussen producenten en consumenten, tussen kunstenaars en publiek, maar nog niet zo erg dat die grenzen opgeheven kunnen worden. De middelen om kunst te maken zijn wel gedemocratiseerd. Misschien gaat film in dit opzicht meer lijken op muziek, waar thuis en in kleine kring niet alleen naar geluisterd wordt. Muziek wordt ook gespeeld, becommentarieerd, uitgevoerd. Misschien worden scenario’s ooit zoiets als bladmuziek. Zo’n vergelijking als deze tussen film en muziek gaat natuurlijk nooit helemaal op. Maar dat zij een beetje opgaat, is al interessant genoeg.’

Veelzeggend is dat Stigter afsluit met ‘… is al interessant genoeg.’ Dit doet ze consequent: ze beschrijft verschijnselen, ze legt verbanden die een interessante aanzet kunnen vormen van een verdere analyse, interpretatie of inzicht. Maar Stigter houdt op voordat ze goed en wel begonnen is. Het stukje dat volgt op het verhaal over YouTube gaat over het interieur van een huis in de J. Viottastraat. In dat huis is de woonkamer van een in de Tweede Wereldoorlog vermoord joods gezin nog intact gebleven en te bekijken. Ook interessant.

Regelmatig had ik moeite met Stigters vreemde vorm van logica. Vaak is niet duidelijk waar ze naartoe wil, welke stelling ze inneemt en wat ze haar lezers wil laten zien. Een goed voorbeeld hiervan vormt het korte stukje met de titel ‘Tyrannosaurusje’, dat ik hieronder in zijn geheel citeer. De redeneertrant in dit stukje hanteert Stigter jammer genoeg ook vaak in de langere stukjes in haar boek.

‘Tyrannosaurusje – Eens zag ik in de bioscoop een kind naar Jurassic Park kijken. Tijdens de enge scenes hield het zijn knuffel goed vast. De knuffel was een pluchen versie van een tyrannosaurus rex, het dier dat in de film het angstaanjagendst oogt. Zou een kind met zoiets willen knuffelen? De relatie tussen kinderen en hun knuffels is ondoorgrondelijk. Je kunt nooit voorspellen welk dier of welke pop hun lieveling wordt. Misschien verdedigde de tyrannosaurus het kind tegen de boze buitenwereld. Misschien had het er ook nog nooit over nagedacht. Wel te voorspellen is wanneer de meeste kinderen hun knuffel niet meer nodig hebben. De meeste halen de middelbare school niet.’

Er worden hier in een tiental zinnen drie verschillende onderwerpen aangestipt, zonder dat deze worden uitgewerkt. Eerst het op zich spannende, prikkelende beeld van het kind dat troost zoekt bij de pluchen versie van het monster waar het bang voor is. Vervolgens het mysterie waar de voorkeur van kinderen voor bepaalde knuffels vandaan komt. En dan het feit dat deze behoefte aan troost in de vorm van pluche op een gegeven moment verdwijnt. Wat zijn deze beelden en gedachtes waard? Welke kant kunnen we ermee op? Welk inzicht kan hieruit voortkomen? Onbevredigend. Zo heb ik Per ongeluk expres ervaren.

In een gesprek met Wim Brands (in het programma Boeken, de uitzending van 29 mei) wordt haar de vraag gesteld hoe ze besluit om over een onderwerp te gaan schrijven. Ze antwoordt: ‘Dat is een soort klik. Ik wil ergens over schrijven als ik het kunstwerk zie en het vervolgens zo fantastisch vind dat ik er andere mensen over wil vertellen of het verder wil onderzoeken.’ De twee stappen die Stigter hier beschrijft, eerst het kunstwerk fantastisch vinden en daarna het verder willen onderzoeken, blijken af en toe wel uit de stukjes in Per ongeluk expres. De wens is er, maar de uitwerking ontbreekt. Je kunt beter zelf naar George Clooney, Cary Grant, de schilderijen van Adriaen Coorte of een echte fruitmand gaan kijken. Misschien levert dat zelfs meer op.

 

Per ongeluk expres
Over kunst

Auteur: Bianca Stigter
Verschenen bij: Uitgeverij Contact (2011)
Aantal pagina’s: 254
Prijs:  € 24,95

Omslag Recensie: Per ongeluk expres  -  Bianca Stigter
Recensie: Per ongeluk expres
Bianca Stigter
ISBN: 9789025435998

2 reacties





 

Meer van Laura Schans:

Recent

18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa

Verwant