Paul Éluard – In het ene oog de maan, in het andere de zon

De dromende dichter

Recensie door Daan Pieters

In het ene oog de maan, in het andere de zon, de nieuwe bloemlezing van het werk van Paul Éluard (1895-1952), roept associaties op met – als u die ooit hebt gezien – de surrealistische schandaalfilm Un chien andalou van Luis Buñuel en Salvador Dalí . Ogen, manen, zonnen: het zijn stuk voor stuk vaak terugkerende beelden bij surrealisten. En warempel: toeval of niet, maar in de inleiding van de bloemlezing lezen we zowaar dat Dalí’s muze Gala voorheen getrouwd was met… Paul Éluard. Altijd handig, zo’n inleiding, want ook al maakt de opvatting dat poëzie voor zich moet spreken nog steeds opgang, een minimum aan duiding is niet overbodig. Niet dat je dwangmatig alles moet proberen te begrijpen – dan loop je in mijn ervaring vaak onherroepelijk vast – maar een beetje houvast is aangenaam. Natuurlijk kan je meteen op hoop van zege in het diepe duiken, maar een paar zwemlessen voordat je het water in duikt, kunnen geen kwaad.

Zoals we in de inleiding kunnen lezen, trachtte Éluard het leven op te roepen zoals het zich ‘ongefilterd door de rede’ voordoet. Daarvoor deed hij veelvuldig een beroep op ‘droomachtige situaties en beelden’. Vandaar dus die ogen, zonnen en manen. Bij dat laatste substantief zullen lezers die bekend zijn met het werk van de Spaanse dichter Federico García Lorca een aha-erlebnis krijgen. Overigens was Lorca op zijn beurt weer een aanbidder van… Dalí. Le monde est petit! En toch ging Éluard na verloop zijn eigen weg: zijn opvatting dat de taal een doel op zich kan zijn, leidde tot een breuk met de surrealistische gangmaker André Breton.

Opvallend is ook dat – nog steeds volgens de inleiding – Éluard in Frankrijk bekend zou staan als facile. Zijn vocabulaire is in vergelijking met het vaak vrij vergezochte woordgebruik van de symbolisten weliswaar vrij eenvoudig, maar die eenvoud doet zich enkel voor op woordniveau. Met vrij eenvoudige termen – zon, maan, hand, wolk – construeert hij behoorlijk complexe beelden en associaties die veel verbeelding en inlevingsvermogen vergen van de lezer.

Variatie

Voor deze bloemlezing werden gedichten gekozen uit drie belangrijke bundels van Éluard: Capitale de la douleur (1926), La vie immédiate (1932) en Le livre ouvert (1938-1944). Al bij de selectie gedichten uit de eerstgenoemde bundel valt de variatie in de vorm en de prosodie op: Éluard werkt nu eens met vrije verzen of prozagedichten, kiest dan weer voor vormvaste gedichten, wisselt korte verzen af met lange, schakelt heel vlot van een jachtig, naar een traag en slepend ritme. Het zou ondoenbaar zijn om die rijke variatie in kort bestek te behandelen, dus kiezen we er maar het evocatieve gedicht De verliefde uit. Het begint vrij toegankelijk, maar gaandeweg wordt de lezer steeds verder in Éluards surrealistische droomwereld getrokken.

‘De verliefde

Ze staat recht op mijn oogleden
En haar haar ligt door het mijne,
Ze heeft de vorm van mijn handen,
Ze heeft de kleur van mijn ogen,
Ze verdwijnt in mijn schaduw
Als een steen tegen de lucht.

Ze heeft haar ogen altijd open
En laat me niet slapen.
Haar dromen op klaarlichte dag
Laten de zonnen verdampen,
Laten mij lachen, huilen en lachen,
Praten zonder ook maar iets te zeggen.’

Éluard liet zich uitgebreid inspireren door de beeldende kunsten. Niet onlogisch, want hij was bevriend met heel wat schilders, beeldhouwers enzovoort. Zo passeren Ernst, Dalí, Picasso, Man Ray, Picabia en Joan Miró de revue. Wie bekend is met het werk van die laatste schilder – overigens een veel lichtvoetigere surrealist dan Dalí, die nogal zwaar op de hand en dikdoenerig kon zijn – zal misschien spontaan aan de libellen van zijn schilderijen denken bij het lezen van deze regels:

‘Prooizon gevangene van mijn hoofd,
Haal de heuvel weg, haal het bos weg.
De lucht is mooier dan ooit.
De libellen op de druiven
Geven hem welomlijnde vormen
Die ik in één gebaar verjaag.’

 Sagan

En soms is er plots de schok van de herkenning. Neem bijvoorbeeld de openingszinnen van Amper gehavend, uit de bundel La vie immédiate:

‘Vaarwel droefenis
Gegroet droefenis
Ik lees je in de lijnen van het plafond
Ik lees je in de ogen die ik bemin’

‘Gegroet droefenis’, dat is toch… Jawel, Françoise Sagan heeft voor de titel van haar debuutroman Bonjour tristesse leentjebuur gespeeld bij Éluard. Met schaamrood op de wangen moet ondergetekende ruim twintig jaar na een eerste lezing ontdekken dat Sagan die titel niet zelf heeft bedacht. Enfin, zeg van de Fransen wat u wilt, maar ze eren wél hun dichters, nu eens met een staatsbegrafenis, dan weer in de populaire cultuur of een of ander chanson.

Asile de Saint-Alban

Tot slot moeten we het onvermijdelijk over de laatste bundel hebben die in deze bloemlezing aan bod komt: Le livre ouvert. Dat boek stamt uit de woelige oorlogsjaren, een tijd van verzet en onderduiken voor Éluard. Dwongen de omstandigheden een dromerige surrealist om toenadering te zoeken tot de concrete werkelijkheid? Op het eerste gezicht niet, al wordt de toon wel grimmiger. Een van de hoogtepunten is Het gekkenkerkhof, dat Éluard in 1943 schreef. Het handelt over de begraafplaats bij het Asile de Saint-Alban, een ziekenhuis voor geesteszieken in het Zuid-Franse Lozère waar hij tijdelijk onderdook.

‘Het gekkenkerkhof

Dit kerkhof gebaard door de maan
Tussen twee golven zwarte hemel
Dit kerkhof archipel van het geheugen
Leeft van verdwaasde winden en geesten in puin

Driehonderd graven op rijen in de barre grond
Voor driehonderd doden gemaskeerd met aarde
Naamloze kruisen zonder naam mysterievolle lijken
De aarde geblust en de mens verdwenen

De onbekenden zijn uit de gevangenis gekomen
Getooid met afwezigheid en zonder schoenen
Niets te hopen over
De onbekenden zijn in de gevangenis gestorven
Hun kerkhof is een redeloze plek’

Opvallende afwezige in deze bloemlezing is het gedicht Liberté, dat bijvoorbeeld wel als enige gedicht van Éluard is opgenomen in de bloemlezing De tuin van de Franse poëzie – een canon in 100 gedichten (Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2011). Het is door zijn lengte en vorm echter wat atypisch voor deze grote dichter en is waarschijnlijk vooral bekend door zijn historische belang: tijdens de oorlog werd het door Engelse vliegtuigen uitgestrooid boven het bezette Frankrijk. Al is dat op zich natuurlijk wel een prachtig, poëtisch beeld. Ziet u nu nog een oorlogvoerende natie die tactiek gebruiken?

Omslag In het ene oog de maan, in het andere de zon - Paul Éluard
In het ene oog de maan, in het andere de zon
Paul Éluard
Vertaling door: Kiki Coumans
keuze en inleiding door Kiki Coumans
Verschenen bij: Uitgeverij Vleugels (2019)
ISBN: 9789078627708
120 pagina's
Prijs: € 23,95

Meer van Daan Pieters:

OK boomer

Over 'In de wacht' van Alfred Birney

Recent

18 september 2020

Zelfspot in menselijk onvermogen

Over 'Hoe harder ik loop, hoe kleiner ik ben' van Kjersti Annesdatter Skomsvold
17 september 2020

De Jules Deelder van het proza

Over 'Keukendrinkers' van Rein Hannik
16 september 2020

Het verloren paradijs van een romanticus

Over 'Het land van de handen' van Luuk Gruwez
15 september 2020

Collectief de afgrond in met Ana Paula Maia

Over 'De ziel in het bloed' van Ana Paula Maia
4 september 2020

In gevangenissen worden nieuwe leiders gevormd

Over 'Geweld is nooit ver weg' van Judit Neurink

Verwant