Otto de Kat – Autobiografie van een flat

Ontroerende familiegeschiedenis

Recensie door Hans Vervoort

‘Heimwee is de weg weten in een huis dat niet meer bestaat.’ Dat is een van de mooiste uitspraken van Rudy Kousbroek. Maar Otto de Kat (pseudoniem van Jan Geurt Gaarlandt) laat in zijn zojuist verschenen Autobiografie van een flat zien dat ook een huis dat nog wel bestaat een groot heimwee naar verloren tijden kan oproepen. Na de dood van zijn 93-jarige moeder Annie (of  Bill zoals haar man haar noemde) bezocht hij met zijn oudere broer Karel haar appartement om met hem te verdelen of op te ruimen wat daar aanwezig was aan bezittingen zoals boeken, brieven, foto’s, meubels, kleding en zo meer.

Alles wat ze vinden roept herinneringen op die de Kat met grote weemoed vervullen. Vader overleed al langer geleden. Maar nu is ook moeder er niet meer. Al doende in de flat ziet hij hoe ook broer Karel al de verschijnselen toont van een naderend einde, hij heeft de diagnose Parkinson gekregen en dat is te zien.

‘We hadden mooi en lelijk verdeeld. We keken en zagen de flat als vanzelf leeg worden. In de stilte die ons bekroop vervaagden mooi en lelijk, de dag was bijna voorbij, het begon te schemeren. ”Ik ga maar eens,” zei Karel ten slotte. Hij leek ontheemd door de veiling van ons verleden. Ontheemd en vreselijk moe, ik moest hem aan zijn toegestoken handen omhoogtrekken. Even stond hij onbeweeglijk, licht voorovergebogen, de gedachte om te gaan lopen vertrok uit zijn hoofd naar zijn voeten, en dat duurde een paar tellen. Dan ging hij, z’n passen overdenkend, voorzichtig richting de voordeur.’

Hoe je vader en moeder te kennen

Vader Hans en Moeder Bill komen in 1941, in een gebombardeerd Rotterdam, in de flat wonen. De sleutel wordt hen aangereikt door de vorige bewoner Harm van Riel, later een VVD-prominent. Ze maken de oorlog mee en de heropbouw van de stad daarna. Ze krijgen er hun twee zoons en leven er hun hele verdere  leven. Vader Hans lijdt aan een nare huidziekte en overlijdt 59 jaar jong aan hartfalen. Terugkijkend bedenkt De Kat dat hij zijn vader nooit heeft horen klagen.

‘Maar wat weet een kind van de gedachten van zijn ouders. Ik geloof: bijna niets. Kinderen denken wel graag hun vader en moeder te kennen, maar dat is natuurlijk niet zo. Een snippertje van hun wereld, een mespuntje, meer niet. (…) Ik geloof: ik bezit niet meer dan een vaag vermoeden, een enkel inzichtje, een paar onthullende woorden ooit uitgesproken, dat is het wel ongeveer. Eerder nog zijn het de dingen die ze verzamelden, de kleur van de muren, hoe ze liepen, de jas die ze droegen, de boeken die ze lazen, daar zit hun leven in, daar kan je hun gedachten soms in vinden.’

Een groot pak brieven die zijn vader in zijn prachtige handschrift aan zijn moeder schreef helpt iets om te doorgronden wat zij dachten, maar haar brieven aan hem zijn weg (heeft ze ze weggedaan omdat ze te intiem waren?). ‘Maar zelfs uit brieven is niet op te maken hoe iemand werkelijk is.’ Na de dood van haar man blijft moeder Bill eenzaam achter, een schoonheid die ooit werd bemind door Leo Vroman. ‘Annie ik had je zo lief. Leo’  staat op een enveloppe die hij ooit beschreef. Maar ze verkoos Hans.

Sterven zonder gekend te zijn

Otto de Kat vertelt in meeslepende stijl de geschiedenis van zijn familie in de flat. Je ziet de gezinsleden de decennia doorleven en ouder worden. Je beleeft mee hoe de twee zoons met elkaar optrekken en weer uit elkaar raken en hoe vriendschappen en liefdes hun levens vullen. Met onvergetelijke momenten zoals de eerste zoen. Ze heette Dietje.  

‘Midden in de kamer van haar huis ruimden we wat slingers op die waren blijven hangen na het verjaardagsfeestje dat ze had gegeven, ze was zestien geworden. We stonden vlak bij elkaar en plotseling zoende ze me, ik was totaal overvallen. Met slingers in mijn hand, doodstil stonden we daar, in een omhelzing die mijn wereld op z’n kop zette. Het is nooit meer overgegaan dat moment, er is nooit iets mooiers na gekomen. De tijd heeft er geen vat op gekregen, een ogenblik waarin alles ophield, alles begon, niets meer hetzelfde was, nooit meer af te nemen of te vergeten.’

Het sterven dat onherroepelijk voor vader, moeder en twee jaar oudere broer volgt roert ook de lezer tot tranen toe. Want iedereen sterft zonder echt gekend te zijn door wie achterblijft, is de herhaalde en treurige boodschap van het verhaal. Het lezen van De autobiografie van een flat  geeft dan ook dezelfde ontroering als het beluisteren van dat prachtige lied ‘Het Dorp’ over lang vervlogen tijden: ‘Ik was een kind en wist niet beter / Dan dat ‘t nooit voorbij zou gaan’.

 

 

Omslag Autobiografie van een flat - Otto de Kat
Autobiografie van een flat
Otto de Kat
Verschenen bij: Van Oorschot
ISBN: 9789028242111
172 pagina's
Prijs: € 22,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hans Vervoort:

Recent

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen
20 juli 2024

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

Over 'Dichter - de tuin' van verschillende auteurs; redactie Mia Goes
De kunst van rake zinnen   
19 juli 2024

De kunst van rake zinnen  

Over 'Lotgenoten' van Sabrine Ingabire
Een duivelspact
18 juli 2024

Een duivelspact

Over 'Een hart van prikkeldraad' van Lisette Lewin
Een schitterende lawine van woorden
16 juli 2024

Een schitterende lawine van woorden

Over 'Londen' van Louis-Ferdinand Céline
Wat staat mij als dichter te doen
15 juli 2024

Wat staat mij als dichter te doen

Over 'De verliefde engel' van Bart Koubaa

Verwant