Onno Schilstra – Eh

Verschil tussen gewone vuilnis en kunst

Recensie door Adri Altink

Een vriend van Onno Schilstra, net als hij beeldend kunstenaar, kon aan een tentoonstelling deelnemen door op een kunstbeurs een lege verkoopstand neer te zetten, een sokkel zonder beeld erop te plaatsen of een exact bepaalde ruimte tussen schilderijen wit te laten. Hij creëerde daarmee volgens Schilstra ‘betekenis-opwekkende stilte, leegte en afwezigheid’. Je zou die creaties volgens hem een visueel beletselteken kunnen noemen, zoals de drie puntjes waarmee een tekst op schrift wordt onderbroken of beëindigd. Iemand die dat in de literatuur betekenisvol toepaste is bijvoorbeeld Céline in Reis naar het einde van de nacht. Zo’n beletseltekening noemt Schilstra ook het veelvuldige ‘eh’ in gesproken zinnen van zijn vriend. Dat ‘eh’ staat niet voor twijfel, maar is een manier om de creatieve verbeelding van de luisteraar aan te spreken.

Onno Schilstra (geboren in 1961 in Zierikzee) is beeldend kunstenaar en maakt muziek. En met Eh is hij nu ook schrijver. Hij ontleende de titel aan de manier van spreken van zijn vriend en kent er ook de betekenis aan toe die hij daaraan gaf: het aanspreken van de verbeelding van de lezer. Grafisch gebeurt dat in het boek door het vele gebruik van wit en de presentatie in een exact bepaald jasje: er zijn drie (!) soorten teksten die strikt van elkaar gescheiden zijn. Ze wisselen elkaar in strakke regelmaat af. Eerst is er een mini-essay waarbinnen de alinea’s zijn gescheiden door, jawel, drie puntjes, dan een korte, cursief gezette, tekst die vaak aforistisch is, en als derde een historische gebeurtenis of een persoonlijke herinnering die bij de auteur opkomt naar aanleiding van het besproken thema..Die trits herhaalt zich in Eh telkens weer, waarbij de pagina’s met essayistische teksten zijn genummerd, maar de andere twee niet. Zo volgt de vormgeving van het boek de inhoud en is het op zichzelf een voorbeeld van beeldende kunst.

Doolhoven

Eh is verschenen in de reeks Extase van uitgeverij In de Knipscheer, waarin talentvolle essayisten de kans krijgen te debuteren. Met die pretentie mag de vraag gesteld worden of Schilstra dat inderdaad is: een talentvol essayist. Voor we die vraag beantwoorden eerst iets over het karakter van de verschillende stukken.
Schilstra schrijft sterk associatief. Beginnend met een beschrijving van driehonderd op de Bijbel geïnspireerde zandsculpturen die hij in 2019 bezocht in Elburg, – het was de eerste keer dat hij zo’n sculptuur van zo dichtbij zag, – filosofeert hij in de volgende tekstjes en teksten over zand en zandsculpturen in de geschiedenis, in de kunst en in films en dartelt tussendoor van gedachten over doolhoven en labyrinten naar zijn eigen leven met vaartochten, reizen en muziekoptredens, naar literatuur die hij gelezen heeft (zoals de Reis naar het einde van de nacht met zijn drie puntjes), langs liedteksten van vooral Bob Dylan en mijmert hij over opvattingen over moderne kunst, ‘hoge’ kunst en volkskunst, enzovoort. Die uiteenlopende paden kruisen elkaar in dat ‘eh’ van de titel: ze zijn bedoeld om de lezer verder te laten fantaseren op het punt waar hij ophoudt.

Kunstenaarsstront

Maar is Schilstra daarmee een talentvolle essayist? Afgezien van enkele teksten die zo particulier zijn (over de wederwaardigheden met zijn geliefde kotter bijvoorbeeld) dat ze lang niet alle lezers zullen interesseren, laat Schilstra zien dat hij wel kan schrijven. Onder de aforistische gecursiveerde tekstjes vinden we een paar kernachtige: ‘Doolhoven beloven ons dat blind dwalen op den duur toch tot een beloning zal leiden. Ze lijken vooral bedoeld om een schijn van structuur te geven aan de chaos waarin wij leven’.
Het interessants zijn de paar keren dat Schilstra losgaat over moderne kunst en de ultrarijken der aarde die de prijs daarvan opdrijven door kunstobjecten te verhandelen waar niemand de zin van snapt. In die teksten zit ironie en humor. ‘De economie van de hedendaagse beeldende kunst’, schrijft hij, ‘rust nog altijd op het fundament van het kenners-principe. Moderne connaisseurs heten “curatoren”. Een curator is iemand die zich bezighoudt met het herkennen van kwalitatief hoogwaardige kunst, om daarmee tentoonstellingen samen te stellen. Curatoren kunnen het verschil zien tussen twee vuilnishopen: welke van de twee is hoge kunst en welke van de twee is gewoon vuilnis? In het tijdperk waarin hoge kunst zich graag vermomt als kunstenaarsstront, schrijven curatoren lange filosofische teksten waarin zij de diepzinnigheid van de drollendraaiers filosofisch analyseren, verklaren en bejubelen’.

Maar zijn die wat langere stukken (overigens meestal niet langer dan één, twee of drie pagina’s, waarbinnen associatief van de hak op de tak gesprongen wordt) essays? In etymologische zin – het Franse ‘essai’ betekent oorspronkelijk probeersel – wel, maar in literaire of wetenschappelijke zin hebben ze toch te weinig om het lijf. Het zijn bij Schilstra bijna altijd stellingen, persoonlijke opvattingen of gedachtesprongen die nooit ingebed zijn in argumenten of een brede onderbouwing. Ze ontlokken de lezer hier en daar een glimlach of een frons, maar zijn te fragmentarisch om te blijven boeien.

 

Omslag Eh - Onno Schilstra
Eh
Onno Schilstra
Verschenen bij: In de Knipscheer (2022)
ISBN: 9789493214712
220 pagina's
Prijs: € 22,00

Meer van Adri Altink:

Recent

2 december 2022

Verdomme...!

Over 'De schaduw van een vriend' van Maarten Asscher
30 november 2022

Levensveranderende zomer

Over 'Dat soort vrienden' van Meg Rosoff
29 november 2022

Thuis in het ongemakkelijke verleden – Armando’s Berlijnse stukken gebundeld

Over 'Uit Berlijn - Machthebbers - Krijgsgewoel, Gedachten en notities' van Armando
28 november 2022

Liefde en standsverschillen in Nederlands-Indië rond de vorige eeuwwisseling

Over 'Engel en kinnari' van Dido Michielsen
25 november 2022

Relevant, sappig en genuanceerd

Over 'De fantasten' van Ian Buruma

Verwant