Olivier Adam – Kliffen

Magistrale roman over een rauwe wereld

Recensie door Adri Altink

Er verdwijnen mensen uit je leven: ouders, broers, vrienden. Door de dood of doordat je ze kwijtraakt en nooit meer iets van ze hoort. Wat weet je eigenlijk van ze? Die vraag stelt de hoofdpersoon van Kliffen van Olivier Adam zich een paar keer. Hij heeft er waarachtig reden toe. Al op de eerste pagina zegt hij: ‘Ik ben eenendertig jaar en mijn leven begint net. Ik heb geen kindertijd gehad, en vanaf nu neem ik genoegen met willekeurig welke kindertijd. Mijn moeder is dood en al mijn dierbaren zijn verdwenen’.
Deze zinnen zijn de opmaat naar een magistrale roman over het leven in één van de banlieus van Parijs. De auteur, Olivier Adam (1974), groeide er zelf op. Hij heeft al zo’n vijftien romans op zijn naam staan, werd in Frankrijk genomineerd voor grote prijzen, maar is in Nederland nauwelijks bekend. Er verscheen maar één keer eerder een roman van hem in vertaling, Vogelvrij in 2008. Net als in die roman wordt in Kliffen uit 2005 het decor gevormd door een wijk met veel kanslozen en verdoolde mensen, zoals Adam die uit zijn eigen leven kent.

Slaapwandelende fee
Van de ik-figuur uit Kliffen krijgen we in de roman maar twee keer terloops de voornaam te horen: Olivier, net als die van de auteur. Hij is bovendien schrijver en staat voor de verfilming van zijn eerste boek. Het zijn redenen die doen vermoeden dat er veel autobiografisch materiaal aan het verhaal ten grondslag ligt. En zo voelt het ook. We lezen een felrealistische beschrijving van de belevingswereld van de protagonist en zijn omgeving dat die de lezer ontreddert. Je voelt de leegte en de eenzaamheid van de hoofdfiguren zozeer dat ze je keel dichtsnoeren. Maar het is niet alleen de wereld waarin je wordt gezogen die raakt, maar ook de dromerige prachtige stijl van Adam. En laten we daar meteen een compliment voor de vertaling door Kiki Coumans aan toevoegen. Ze maakte er zo’n soepel Nederlands van dat je nergens wordt afgeleid door gekunsteldheden.

In de eerste zin staat de ik-figuur, 31 jaar oud, ’s nachts buiten zijn hotelkamer aan de kust. Binnen liggen zijn vriendin Claire en dochtertje Chloé te slapen. Hij kijkt uit op de kliffen. Op deze plek verloor hij op de kop af twintig jaar geleden zijn moeder, een verlies dat hij nooit heeft kunnen accepteren. Maar niet alleen zij houdt hem daar in het donker bezig: ‘De nacht is hier diep en zwart van de gestalten. Mijn moeder loopt over de heide als een slaapwandelende fee. Antoine en Nicolas, Lorette en de anderen dansen rond de vlammen, hun ogen dicht en hun gezichten naar de hemel gericht. Léa staat helemaal aan de rand op haar tenen, als op een koord, vlakbij de afgrond, een koorddanseres, een evenwichtskunstenares’. Een zin waarvan de volheid pas echt doordringt als je het boek met een prop in je keel hebt dichtgevouwen.

Schuilplaats
De genoemde namen zijn die van de broer (Antoine) en vrienden van de ik-figuur, Olivier. Voor de twee broers voltrekt het tragische levenseinde van hun moeder zich in een schimmige wereld. Ze is ernstig ziek en teruggetrokken, maar wat er werkelijk aan de hand is ontgaat de jonge tieners. Na haar dood ontpopt de vader zich als een huistiran. Hij is weinig thuis en Antoine en Olivier zoeken hun eigen manier om hun moeder te herinneren en door te leven. Dat doen ze in de banlieu, waar je van geluk mag spreken als je een baantje vindt als ober of nachtportier. Ze raken verzeild in een vriendenclub van jongeren die allemaal hun eigen pijn dragen en die proberen te stillen door drank, drugs, seks en troost zoeken bij elkaar.

De kracht van Kliffen is onder andere dat ieders oorzaak van de ellende vaak verhuld blijft. Het maakt het verdriet voor de lezer des te intenser voelbaar in de leegte van hun leven. Ieder van deze lotgenoten probeert op eigen wijze uit de ellende te worstelen in waanzin, in zelfmoord, in onvindbaar worden of door het land te ontvluchten. De ik-figuur is de enige die het, daar staande aan de nachtelijke kliffen, kan navertellen. Iedere dierbare uit het barre verleden voor hij Claire leerde kennen is dood of spoorloos verdwenen. ‘Als het leven niets anders is dan die dunne draad die ons met elkaar verbindt, dan was mijn leven onherroepelijk gebrekkig, fragiel en glibberig, als aangetast door zout’, overdenkt hij daar in het donker.

Hij heeft geluk gehad. Hij ontmoette Claire op een moment dat hij zich nauwelijks nog met iemand kon verbinden. Ze dook op toen ook Olivier dreigde aan zelfdestructie ten onder te gaan. Claire is het die Olivier op zoek doet gaan naar zijn vader. Ook die is overleden. Maar de zoektocht naar hem maakt duidelijk dat de tiran evenzeer slachtoffer kan zijn.
Het leidt tot een prachtige beschouwende apotheose, verwoord in alinea’s die vijf keer dezelfde inzet krijgen: ‘Onze levens zijn eender en met zorg vervuld’. ‘Onze levens zijn eender en verloren’. ‘Onze levens zijn eender en zonder uitweg’. ‘Onze levens zijn eender en gehavend’. ‘Onze levens worstelen, roepen in de nacht, brullen, trillen van angst. We zoeken voor eeuwig naar een schuilplaats. Een plaats waar de wind minder hard waait.’

Kliffen is een liefdevolle roman over een rauwe en tragische wereld, die een brede lezerskring verdient. Hulde aan de kleine uitgeverij Vleugels die in haar Franse Reeks deze boeken redt van de vergetelheid. Zeer terecht. We worden er rijker van.

 

 

Omslag Kliffen - Olivier Adam
Kliffen
Olivier Adam
Vertaling door: Kiki Coumans
Verschenen bij: Uitgeverij Vleugels (2018)
ISBN: 9789078627500
Prijs: € 20,10

Meer van Adri Altink:

Recent

12 december 2018

Poëzie met verhalend karakter

Over 'Abri' van Liesbeth Lagemaat
10 december 2018

René Appel stelt de lezer niet teleur

Over 'Dansen in het donker' van René Appel
9 december 2018

Mussen met longen als vliespinda’s

Over 'Wat huid is' van Peter du Gardijn
5 december 2018

Gevoelloos ronddwalen aan de zelfkant van Kopenhagen

Over 'Sus' van Jonas T. Bengtsson
4 december 2018

Verglijden van de tijd

Over 'Vogels, vlinders en andere vliegers' van Hans van Pinxteren

Verwant