Oek de Jong – Hokwerda's kind

Roman in de traditie van de negentiende-eeuwse realistische en naturalistische roman

Recensie door Dehairs

Hokwerda’s kind van Oek de Jong is een vuistdikke terugkeer naar het naturalisme. ‘Die avond wierp Hokwerda keer op keer zijn dochtertje over de rietkraag in de Ee.’ Met deze zin opent de romann en daarin schuilt meteen de essentie van het verdere verhaal, dat hoofdstuk na hoofdstuk een variatie is op eenzelfde thema: liefde is een vergeefse poging tot verzoening van twee radicaal verschillende lichamen. Meer nog, de liefde in Hokwerda’s kind draait niet rond verenigen, maar rond verstoten. Niet in het minst van een dochter door haar vader.

Lin Hokwerda, het kind uit de titel, is een knappe, jonge vrouw van 24, op zoek naar liefde. En misschien meer nog dan liefde, hunkert ze naar geborgenheid, bescherming, veiligheid. Omdat haar moeder haar en haar oudere zus al op jonge leeftijd van hun vader heeft weggenomen, heeft Lin de liefde en bescherming van een vader nooit echt gekend. In Amsterdam, waar haar moeder haar twee dochtertjes na haar vlucht van het Friese platteland heeft gebracht, hoopt Lin die liefde te vinden in drie opeenvolgende relaties: eerst met de drugsverslaafde Marcus, dan met de vele jaren oudere lasser Henri en tenslotte met de evenwichtige en zachtmoedige advocaat Jelmer. Drie keer vergist ze zich. Ontrouw en overspel, zowel van haar minnaars als van haarzelf, beheersen haar relaties en dwingen haar uiteindelijk onvermijdelijk in de richting van een, zoals het laatste hoofdstuk aankondigt, buitenste duisternis.

Met deze roman heeft Oek de Jong, na een stilte van acht jaar, zich bewust ingeschreven in de traditie van de negentiende-eeuwse realistische en naturalistische roman. Vooral de naturalistische drie-eenheid van determinatie door race (erfelijke eigenschappen), milieu (de omgeving waarin iemand opgroeit) en moment (de concrete tijdsomstandigheden waarin iemand opgroeit) hangt voortdurend als een zwaard van Damocles boven het hoofd van het hoofdpersonage. Omdat Lin nooit de liefde van een vader heeft gekend, zoekt ze die liefde in haar partners. De man die het beste in deze rol past, is Henri: “Nu lag ze als een kind tussen zijn benen. […] Hij herinnerde zich hoe hij op haar arm in slaap was gevallen, die avond van de oesters, en de rust die hij toen had gevoeld. Eenzelfde rust daalde nu op hem neer, terwijl ze tussen zijn benen lag, haar haren warm op zijn buik. Ze was zijn kind.” Henri blijkt echter onbetrouwbaar te zijn en Lin verlaat hem. Net als voor haar vader, die ze verwijt nooit meer contact met haar gezocht te hebben, koestert ze voor Henri zowel liefde als haat- en angstgevoelens.

In de eerste bedscène tussen Lin en Henri komen deze tegenstrijdige gevoelens het best tot uiting. Lin wil geen seks, Henri wel en hij verkracht haar. Desondanks keert Lin terug naar hem en relativeert ze wat gebeurd is. Aantrekken en afstoten. Dat is het patroon dat zich telkens weer herhaalt in deze roman. In de beschrijvingen van de veelvuldig voorkomende bedscènes toont de Jong zich overigens een meester. Maar seks in Hokwerda’s kind is nooit vrijblijvend. In een interview met De Volkskrant (18.10.2002) verklaart de auteur dat hij seks beschouwt ‘als een van de grote mogelijkheden van romanschrijvers van nu om te kunnen doordringen in wat er echt tussen mensen gebeurt.’ En wat er echt tussen mensen gebeurt, is dat ze met elkaar slapen, elkaar bedriegen. De liefde bij de Jong is dan ook meestal pure lust. En net als bij die andere grote ‘lustschrijver’, Sigmund Freud, flirt deze lust voortdurend met datgene wat zich Jenseits des Lustprinzips bevindt, de onlust en de dood. Net als elke ‘grote’ roman gaat dus ook Hokwerda’s kind over het leven, de liefde en de dood.

Aan de hand van een ijzersterke structuur en spanningsopbouw toont de Jong hoe het ene steeds weer onvermijdelijk naar het andere leidt. Alles hangt samen in deze uiterst strakke literaire compositie, waarin de auteur zijn personages ongenadig op het hakblok van de psychoanalyse legt, zonder ooit te theoretisch of uitleggerig te worden. Als ik dan toch een negatievere opmerking zou moeten maken, betrof het de stijl. Af en toe laat de Jong zich, naar mijn mening, verleiden tot een ietwat droge, zakelijke taal. Beschrijvingen zijn analytisch en soms koel. Poëtisch proza, zoals in bijvoorbeeld,de romans van Hugo Claus of Stefan Hertmans, moet je bij de Jong niet zoeken. Toch kan je hem zijn taal niet kwalijk nemen. Net zoals de taal van de Franse grootmeester van het naturalisme, Emile Zola, zo klaar en duidelijk mogelijk was, om zo de impact van zijn literatuur op de maatschappij te verhogen, is de literatuur van de Jong bedoeld om zijn publiek ‘een geweten te schoppen’. De Jongs slot ontreddert, schokt en verdwaast. Volgens Sartre is de prozaliteratuur een revolver en elk woord een schot. Met Hokwerda’s kind heeft Oek de Jong de Nederlandse literatuur op een salvo getrakteerd.

 

Omslag Hokwerda's kind - Oek de Jong
Hokwerda's kind
Oek de Jong
Verschenen bij: Olympus
ISBN: 9789046705032
448 pagina's
Prijs: € 15,00

steun-ons

Jaarlijks publiceert Literair Nederland ruim vierhonderd boekrecensies en literaire berichten mede dankzij donaties van lezers. Uw hulp om boekrecensies, interviews, columns en essays in de toekomst te laten verschijnen is nodig. Klik voor een bijdrage. Onze dank is groot!

Recent

22 november 2019

Niemand is wie hij denkt te zijn

Over 'Cruise' van Christophe Vekeman
21 november 2019

Wijnberg maakt op overtuigende wijze het winnende doelpunt

Over 'Afscheidswedstrijd' van Nachoem M. Wijnberg
20 november 2019

Er is de voltooiing en er is het falen

Over 'Waagstukken ' van Charlotte Van den Broeck
19 november 2019

Wandelen langs de rivier

Over 'Dodeneiland' van Gerhard Meier
18 november 2019

Ingehouden roekeloosheid

Over 'De grom uit de hond halen' van Iduna Paalman