Niña Weijers – Cassandra

Een groot niet-weten

Recensie door René Leverink

Omineus veranderen de letters van de titel Cassandra van een hecht weefsel uiteindelijk in een losse draad. Niña Weijers’ nieuwe boek is een gewaagde poging licht te brengen in de zaak Cassandra van Schaijk, een zeventienjarig meisje uit Almere dat in 2007 zoekraakte en drie weken later dood werd gevonden in de naburige Noorderplassen. Dat Weijers niet slaagt in haar opzet, is geen verrassing – zelfs Peter R. de Vries beet zijn tanden stuk op de kwestie. Het boek gaat dan ook meer over het schrijven over de zaak, dan over de zaak zelf.
Na Stephan Sanders, Renate Dorrestein en Redmond O’Hanlon was Niña Weijers in 2020/2021 de vierde writer in residence in Almere. De opdracht was zich ‘door de stad te laten inspireren’ en een boek te schrijven over iets wat zich er afspeelde. De huisbaas van Weijers’ tijdelijke appartement wijst haar op de zaak Cassandra van Schaijk, die vijftien jaar na dato de Almeerse gemoederen nog altijd bezighoudt. 

Na een avond stappen in een plaatselijke hardcorediscotheek komt Cassandra niet thuis. Een getuige heeft haar rond vier uur ’s ochtends op het busstation mee zien gaan met twee ‘Hindoestaanse’ mannen. Drie weken later wordt haar lichaam uit het water gehaald. De zaak is nooit opgelost. De twee mannen hebben zich niet gemeld. Zelfs de doodsoorzaak staat niet vast. Ook niet of het gaat om een ongeluk, moord of zelfmoord. Het is dat ‘gebrek aan bijna alles’ dat Weijers intrigeert. ‘Misschien is de vage belofte van een avontuur genoeg; iets specifieks om me in vast te bijten tijdens dat oeverloze najaar (in coronatijd – R.L.) waarin de wereld knarsend tot stilstand is gekomen.’

‘Het plan was concreet,’ schrijft Weijers. Zoveel mogelijk mensen spreken en documenten, archieven en het internet doorspitten. ‘Op die manier zou het verhaal zich min of meer als vanzelf openbaren: ik hoefde alleen maar goed op te letten en me te laten leiden door de werkelijkheid.’ Wie weet, fantaseerde ze met vrienden, vond ze wel iets dat de zaak in een klap oploste! 

Ontspoorde terror-Helga

Weinig pagina’s gaan verhoudingsgewijs over de zaak zelf. Logisch, omdat de feiten op een half A4tje passen. Uiteraard probeert Weijers als nieuwsgierig schrijfster meer te weten te komen over het slachtoffer. Cassandra van Schaijk blijkt dan iemand geweest te zijn met twee gezichten: de aardige, onschuldige tiener van de verspreide foto’s, met een bijbaantje achter de kassa van de Plus in Almere-Buiten, en een drugsgebruikend feestbeest dat zich in dubieuze, deels racistische kringen bewoog en zich op het internet presenteerde als ‘ontspoorde terror-Helga’ – de naam is te herleiden tot een stripverhaal uit de jaren zeventig met de naam Terror, waarin de nazikampbewaakster Helga een sadistische rol speelt. Het is de politie noch Weijers gelukt een aanwijsbaar verband te leggen tussen Cassandra’s dubbelleven en haar dood. 

Weijers zoekt contact met allerlei betrokkenen. De vader en broer van Cassandra. De teamleider van het politie-wijkteam Almere Buiten. Een zekere ‘Ariana’, die zich bij de schrijfster meldt als ‘beste vriendin’ van Cassandra: ‘als je vragen hebt kunt u ze ook mij stellen’. Weijers spreekt af met een vooraanstaand persoon uit de Hindoestaanse gemeenschap, in de hoop meer te weten te komen over de twee mannen die Cassandra het laatst hebben gezien. Dan is er Desiree, een vriendin van Cassandra, die nog iets kan vertellen over de nacht van de verdwijning. Uit al die ontmoetingen komt ontmoedigend weinig bruikbare informatie. Weijers verwijst naar een essay uit 1925 van Virginia Woolf over het toneel van de oude Grieken, waarin Woolf spreekt over ‘het niet-weten, de onoplosbare dubbelzinnigheid’ als kenmerk van ‘de hoogste vorm van poëzie’. Je zou dit als een manmoedige poging kunnen zien van Weijers om haar verhaal over Cassandra op een hoger plan te tillen, los van de true crime boeken, films, tv-series en podcasts. 

Worsteling van de schrijfster

Daartoe doet Weijers uitgebreid onderzoek naar wetenschappelijke literatuur over ‘true crime’, onopgeloste moordzaken en naar de traditie waar haar boek toe zou gaan behoren. Susan Sontag leert haar dat het verlangen naar misdaad en geweld zo universeel is dat je het nauwelijks morbide kunt noemen. Filosoof Slavoj Žižek legt uit dat er verschillende soorten geweld zijn: ‘Subjectief geweld, zoals dat van een misdaad, plaatst hij tegenover twee vormen van wat hij objectief geweld noemt: symbolisch geweld, belichaamd door de taal, en systemisch geweld, dat een gevolg is van de manier waarop onze politieke en economische systemen zijn ingericht.’ Weijers zoekt houvast in ‘intelligente journalistiek-literaire metareflecties als die van Janet Malcolm in The Journalist and the Murderer (1990), Emmanuel Carrères L’Adversaire (De tegenstander, 2000) en Helen Garners Joe Cinque’s Consolation (2004)’. Veel lezers zullen niet zitten te wachten op deze reflectieve uitweidingen, die onbedoeld een licht werpen op de worsteling van de schrijfster die hardnekkig op zoek is naar een verhaal dat groter is dan de onopgeloste verdwijning van Cassandra. 

Op weer een ander niveau is Cassandra ook het verslag van het ‘schrijven’ van Cassandra en de impact die dat heeft op het leven van de schrijfster. ‘Omdat ik het zo langzaam doe, raakt mijn schrijven verweven met de tijd die het kost om te schrijven; het leven zelf krijgt alle gelegenheid erdoorheen te vloeien.’ En andersom ook (Weijers is zwanger ten tijde van het schrijven van het boek). ‘Al bleek één ding, telkens weer, verrassend eenvoudig: mijn buik, en later het noemen van mijn pasgeboren baby, wekte meer vertrouwen dan welke geloofwaardigheid die ik verder ook bezat als vrouw en schrijver.’ Zo zie je de schrijfster aan het werk, zonder omhaal, in alle eerlijkheid. Cassandra’s vriendin Desiree zegt dat het goed is dat ze over Cassandra wil schrijven. ‘Ik kan haar met geen mogelijkheid vertellen wat ik denk, namelijk dat het me hoe langer hoe ondoenlijker lijkt om zoiets voor elkaar te krijgen.’ Ergens anders: ‘(…) wat ik weet is omgeven door een nog veel groter niet-weten’. 

Het kan haast niet anders of Niña Weijers heeft af en toe flink in de maag gezeten met dit aangenomen werk. Het optimisme waarmee ze begon en de veronderstelling dat veel bronnen lezen, diepgaande gesprekken voeren en goed opletten ‘vanzelf’ tot resultaat zou leiden, tot ontrafeling van een zaak die al vijftien jaar in de knoop zat, bleken al gauw een illusie. Maar ze zette door, zocht verder, liet zich niet uit het veld slaan, en schreef een mooi boek over de frustratie van het niet-weten, over leven en dood in Almere en vooral ook over de weerbarstigheid van het schrijven van een boek.



Omslag Cassandra - Niña Weijers
Cassandra
Niña Weijers
Verschenen bij: Atlas Contact (2023)
ISBN: 9789045047270
272 pagina's
Prijs: € 22,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van René Leverink:

Recent

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen
20 juli 2024

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

Over 'Dichter - de tuin' van verschillende auteurs; redactie Mia Goes
De kunst van rake zinnen   
19 juli 2024

De kunst van rake zinnen  

Over 'Lotgenoten' van Sabrine Ingabire
Een duivelspact
18 juli 2024

Een duivelspact

Over 'Een hart van prikkeldraad' van Lisette Lewin
Een schitterende lawine van woorden
16 juli 2024

Een schitterende lawine van woorden

Over 'Londen' van Louis-Ferdinand Céline
Wat staat mij als dichter te doen
15 juli 2024

Wat staat mij als dichter te doen

Over 'De verliefde engel' van Bart Koubaa

Verwant